Natasja Geytenan

Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

Nu is het officieel: haar dochter heeft bestaan

Doodgeboren kinderen De oudste dochter van Natasja Geyteman werd in 2007 na een voldragen zwangerschap dood geboren en om die reden niet geregistreerd. Dat moet anders, vond Geyteman. Een jaar geleden veranderde de wet.

Voordat Natasja Geyteman-Bos ’s avonds haar hoofd op het kussen legt, luistert ze even naar het hartje van de baby in haar buik, en elke ochtend ook. Thuis heeft ze een doptone, zo’n apparaatje waarmee je de hartslag kan horen – voor de lol gekocht eigenlijk. „Goedemorgen Jolie”, zegt haar man Calvin iedere ochtend tegen haar bolle buik.

Foto Natasja Geytenan Foto Annabel Oosteweeghel

Het weekend van de uitgerekende datum voelt Geyteman (nu 46) uit Katwijk haar dochter nog maar twee keer op een dag in plaats van minimaal tien keer. Misschien is het een teken dat ze bijna komt, denkt ze. Die maandag in 2007 stuurt de verloskundige haar naar het ziekenhuis voor een extra controle en hartfilm. De baby blijkt gezond. Gerustgesteld verlaat Geyteman het ziekenhuis – een lach op haar gezicht.

De volgende morgen hoort ze het hartje niet. Ze belt de verloskundige. Pas om 13 uur kan ze terecht. Onder de douche huilt ze.

Woensdag overlijdt Jolie in de buik, donderdag wordt Geyteman ingeleid. Die woensdagmiddag ligt Geyteman thuis in het hoekje van de bank met een dode baby in haar buik. Het huis stroomt vol met vrienden en familie. „Iedereen huilde. De begrafenisondernemer kwam en wij moesten een kistje uitzoeken voor het kind waarvan ik nog moest bevallen.”

Na de bevalling kleedt een verpleegkundige in het ziekenhuis Jolie aan. Een lichtroze pakje van zacht velours met een bijpassend mutsje. Onderweg naar huis zeggen Natasja en haar man niets tegen elkaar. Ze zijn zo moe. Thuis in het wiegje lijkt het alsof Jolie slaapt. Vijf dagen blijft het meisje thuis. Jolie is volledig ontwikkeld. Alleen haar hartje klopt niet. De oorzaak van haar dood komt niet boven water.

Geboorteakte

In mei 2009 bevalt Natasja Geyteman van een zoon, Noah. Alles gaat goed nu. Geyteman gaat naar het gemeentehuis in Katwijk om een paspoort aan te vragen, de baby mee in de kinderwagen. Ze zegt: „Ik kom een paspoort aanvragen. Voor mijn tweede kind.” De vrouw achter de balie zegt dat ze maar één kind in het systeem ziet staan. Dat klopt niet, zegt Geyteman. „Ik ben twee keer bevallen, twee keer volledig zwanger geweest. Ik heb er echt twee.” De vrouw herhaalt dat ze alleen Noah ziet staan. Haar dochter is doodgeboren, kan het zijn dat ze op een ander tabblad staat? De vrouw antwoordt: „Oh, ze is doodgeboren. Dan klopt het, die worden niet geregistreerd.” Waarom niet? Dat weet de vrouw niet. Geyteman: „Daar aan de balie wist ik meteen: hier moet ik iets mee.”

Op 3 februari 2019, een jaar geleden nu, is de wet veranderd. Ouders kunnen sindsdien hun doodgeboren kind laten opnemen in de Basisregistratie Personen (BRP), ongeacht de duur van de zwangerschap. De wetswijziging komt er dankzij Natasja Geyteman. Vijf jaar is ze – naast haar baan bij de SNS Bank – bezig geweest met haar „strijd voor erkenning”. Hoe heeft ze het voor elkaar gekregen? Hoe kreeg ze de aandacht van de juiste mensen in Den Haag?

Na het gesprek aan de balie van de gemeente Katwijk ziet Geyteman thuis dat haar man na de geboorte van Jolie op het gemeentehuis geen geboorteakte heeft meegekregen, maar een ‘Akte van levenloos geboren kind’. Administratief was de omgang met doodgeboren kinderen dus anders. Ze vraagt een geboorteakte op bij de gemeente Leiden, waar Jolie in het ziekenhuis is geboren. Bij de post een paar dagen later zit een overlijdensakte. Ze belt. Een Leidse ambtenaar vertelt dat bij doodgeboren kinderen geen ‘akte van geboorte’ wordt opgemaakt. Omdat die akte er niet is, worden deze kinderen niet bijgeschreven in de Basisregistratie. Dan weet Geyteman: onze kinderen moeten een akte van geboorte krijgen, „want ze zijn geboren”.

In februari 2011 wordt Isa geboren. „Mijn derde kind”, zegt Geyteman, maar als ze inlogt op mijnoverheid.nl, staan er maar twee kinderen. „Jolie is onderdeel van mijn gezin, van mijn geschiedenis, ik wil dat ze ook officieel meegaat de geschiedenis in. Dat haar naam nergens stond, voelde als een ontkenning van haar bestaan. Als wij er straks niet meer zijn, weet niemand dat Jolie ook een kind van ons was.”

Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

Petitie

In 2012 start ze een petitie om in de Tweede Kamer aandacht voor het onderwerp te krijgen. Ze verzamelt vierhonderd handtekeningen – er zijn er veertigduizend nodig om iets op de politieke agenda te krijgen. „Die petitie leunde achteraf te veel op emotie. Het moest zakelijker”, zegt ze.

Ze ontdekt de Wet op de lijkbezorging. „Als je kind na een zwangerschap van 24 weken of langer dood geboren wordt, praat de wet over een lijk, en een lijk moet je begraven. Je gaat naar het gemeentehuis, niet om je kind aan te geven, maar zodat je toestemming hebt om je kind te begraven.” In de wet staat nog een regel die haar aandacht trekt. ‘Komt een kind dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.’ Dat komt hard aan. „Die heb ik aangehaald toen ik de tekst van de petitie herschreef. Niet alleen mijn kind werd ontkend, maar alle doodgeboren kinderen.”

De petitie krijgt veel media-aandacht. Parool-columnist Roos Schlikker schrijft er meerdere columns over – zij beviel zelf van een doodgeboren dochter. „Ouders van overleden kinderen zwijgen dikwijls”, schrijft Schlikker. „De opmerking ‘Ik had een dode baby’ is zo sfeerverlagend op feestjes. Bovendien tref je iets te regelmatig iemand die roept: ‘Ach, daar moet je je overheen zetten. ’t Is rot, maar daarna ga je doorrrr.’ Natuurlijk ga je door. Maar dit jaar zou ze zeven zijn geworden. En nu nog, jaren na haar sterfgeboorte, wil haar moeder ze soms slaan, de kop-op-zeggers en gaat-wel-weer-over-praters. De bagatellisering van mijn leed, rijt de wond juist open. En daarom raakt het me zo dat ambtelijke molens mijn kind ontkennen.”

Op Facebook wordt een bericht over de petitie 28.000 keer gedeeld. In korte tijd staan er 82.000 handtekeningen onder het document.

Met een roze en een blauw lint eromheen biedt Geyteman het pak papier in maart 2016 aan aan Pia Dijkstra, dan voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken. RTL Nieuws, Hart van Nederland en nog een stel verslaggevers zijn erbij. Geyteman bespeelt de media: als televisieprogramma’s het zelf niet oppakken, belt zij met redacteuren „om ze in te fluisteren dat de minister er zelf bij zal zijn. Dan komen ze wel”.

Ze had zelf geen contacten in Den Haag, maar verzamelt in een paar jaar mensen om zich heen die haar dichterbij politici brengen. Ze krijgt goed contact met Tweede Kamerlid Vera Bergkamp (D66) en op de achtergrond lobbyt Arre Zuurmond, Ombudsman van Amsterdam, sinds de column van Roos Schlikker.

Half uur met de minister

In april 2016 heeft Geyteman een afspraak met toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk. Een half uur kijgt ze. Het is proppen in de kamer. Ze zit tegenover de minister, en zo’n twintig ambtenaren en juristen. Er worden extra stoelen gehaald. Plasterk vraagt naar Jolie – aardig natuurlijk, maar Geyteman kijkt op haar horloge en denkt: dit gaat van mijn tijd af. Ze wil zakendoen.

Lees ook: Want deze kinderen hebben bestaan

Het was een prettig gesprek, zegt ze nu, maar voelde ook als een beleefdheidsafspraak, alsof de minister door de mediadruk tijd voor haar moest maken. Ze realiseert zich: ik moet voorbij de minister, ik moet bij de andere mensen zijn die daar aan tafel zaten – de uitvoerders. „Zij moeten het snappen en niet denken: dit is het beleid en dat gaan we niet zomaar aanpassen. Dus ik vroeg de secretaresse van het ministerie om een nieuwe afspraak. Zonder de minister en met meer tijd.”

Van hoogleraar Jaap Doek, die ze via een lotgenoot leerde kennen, krijgt ze de tip zich te richten op het internationale ‘Verdrag inzake de rechten van het kind’, ook door Nederland ondertekend. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen dood en levend geboren kinderen. „Dus dat onderscheid mag de Nederlandse wet eigenlijk niet maken.” Ze gebruikt dit argument ook om ambtenaren ervan te overtuigen dat het nodig is de wet aan te passen. Uiteindelijk gaat ze zo’n vijftien keer naar Den Haag om met ambtenaren een wetsvoorstel door te spreken.

Eind 2018 neemt de Kamer het wetsvoorstel unaniem aan. Ook de naam van de akte die ouders ontvangen als ze een doodgeboren kind aangeven verandert, die heet nu ‘Akte van geboorte (levenloos)’.

Het kabinet verwachtte zo’n 550 inschrijvingen per jaar, overeenkomend met het aantal kinderen dat jaarlijks na 24 weken zwangerschap levenloos wordt geboren. Maar: het eerste jaar zijn er 12.372 doodgeboren kinderen bijgeschreven in de basisregistratie. Ook ouders die hun kind jaren geleden verloren, laten het met terugwerkende kracht in het overheidssysteem opnemen. De zoon van Yvonne Settels (58) uit Almere zou dit jaar dertig zijn geworden. „Voor ons is Roy altijd een deel van ons leven geweest, maar nu is het blijkbaar oké om zijn naam te noemen. Deze kinderen hebben bestaansrecht, ook voor de buitenwereld.”

Carina Harder-Kramer (29) ging vlak voor de Kerst naar het gemeentehuis in Almere om haar zoon Noah in te schrijven, die een jaar geleden dood geboren werd. „Hem inschrijven geeft een gevoel van erkenning”, zegt ze. En ook rust. „Stel dat iemand over honderd jaar een stamboom maakt, dan weet ik dat Noah daarin wordt opgenomen.”

In Katwijk hangt een familiefoto aan de muur, groot afgedrukt op plexiglas. Isa aan de hand van vader Calvin, Noah tussen zijn ouders in en aan de andere hand van Natasja Jolie, haar contouren verbeeld als een schaduw, de vormen van een meisje dat nu twaalf zou zijn geweest.