Koortsachtig meten om corona

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: Kun je met warmtegevoelige camera’s koortslijders opsporen?

Thermische camera monitort winkelend publiek in Bangkok.
Thermische camera monitort winkelend publiek in Bangkok. Foto AFP

Werkt dat eigenlijk wel, de screening van duizenden Chinezen met behulp van geavanceerde thermografische camera’s? Is het een waterdicht middel om koortslijders uit de massa te pikken of is de hocuspocus vooral bedoeld om de massa gerust te stellen? De Hollander die het avond aan avond vanuit zijn vaste tv-stoel gadeslaat wilde dat wel eens weten. Bij Google Scholar dook hij in de literatuur.

Het werkt heel behoorlijk, laat dat direct gezegd zijn, maar veel hangt af van de gebruikte apparatuur en de omgang daarmee. En veel hangt af van de mensen die de screening ondergaan, ze kunnen het onderzoek foppen of juist, onbedoeld, voor vals alarm zorgen. Bovendien blijkt dat mensen al coronavirus kunnen verspreiden vóór ze koorts hebben.

Warmtegevoelige camera’s, thermal imaging cameras, voor screening op aanwezigheid van koorts werden voor het eerst op grote schaal ingezet bij de Sars-epidemie van 2003. Ze verschenen in ziekenhuizen, op vliegvelden en aan grensovergangen. Bij de H5N1-epidemie (vogelgriep) en de diverse Ebola-uitbraken zag je ze opnieuw. De camera’s gebruiken het gegeven dat het gezicht van mensen met koorts meestal wat warmer is dan dat van mensen zonder koorts. Of preciezer gezegd: dat delen van het gezicht van koortslijders warmer zijn.

De camera’s detecteren temperatuurverschillen met grote precisie en kunnen die desgewenst omzetten in kleurige plaatjes. Vaak laten ze een piepje horen of een lampje oplichten als ergens in de onderzochte gezichten een bepaalde, vooraf ingestelde, kritische temperatuur (de cut-off waarde) overschreden wordt. Dan is een koortslijder gevonden, of in ieder geval: een verdacht geval.

Richten op het voorhoofd

Het probleem is dat ‘koorts’ (bezit van een lichaamstemperatuur boven de 38 graden) bij lang niet alle mensen hetzelfde effect heeft op de gezichtstemperatuur. De temperatuur van het gezicht, die sowieso een paar graden lager ligt dan de kerntemperatuur, loopt bij de één veel gelijkmatiger mee omhoog met de kerntemperatuur dan bij de ander. Het mooist is, volgens een overzichtsartikel uit 2010 (van E.F.J. Ring en anderen), de relatie tussen de kerntemperatuur en het nauwe gebied rond de ooghoeken (te weten: die aan de neuszijde). Maar veel waarnemers blijken zich juist op de temperatuur van het voorhoofd te richten. Of op ‘hot spots’, waar die ook oplichten. Apparatuur die autonoom vanaf grote afstand werkt integreert de temperatuur van gezichtsdelen en komt niet aan subtiliteiten toe.

In de praktijk zullen er altijd mensen met koorts zijn die door de screening glippen (‘vals negatief’) en mensen die ten onrechte voor koortslijder worden gehouden (‘vals positief’, vals alarm). Veel vals-negatief is natuurlijk gevaarlijk, veel vals-positief is vervelend omdat alle van koorts betichten extra onderzoek nodig hebben. De afgelopen jaren zijn apparaten en methoden ontwikkeld die beide categorieën acceptabel houden, maar ze zijn nog lang niet overal ingevoerd. De zogenoemde ‘sensitiviteit’ van de thermografische koorts-screening, dat is het percentage correct aangewezen koortslijders op het totaal van àlle koortslijder (dus inclusief de vals-negatieven) varieert daardoor van 40 tot 90 procent. Dit blijkt uit onderzoek dat overwegend in Oost-Azië (China, Japan, Taiwan, Hongkong, Singapore) is uitgevoerd. Daarbij werd meestal lokaal gefabriceerde thermografische apparatuur ingezet en die blijkt van wisselende kwaliteit.

Bij een sensitiviteit van 80 procent passeert één op de vijf koortslijders onopgemerkt de screening. Het is soms te wijten aan de apparatuur of het gebruik daarvan (bijvoorbeeld een belabberder kalibratie) maar er zijn ook andere verklaringen. De sterk uiteenlopende temperaturen in de tropen (Singapore is het voorbeeld) hebben zo’n grote invloed op de gezichtswarmte dat de betrouwbaarheid van de metingen er onder lijdt. Denk aan mensen die zó van buiten de hal van een ziekenhuis binnenlopen waar ze een vast opgesteld screening-apparaat passeren. Lichamelijke inspanning voorafgaand aan de screening werkt evenzeer verstorend. Alcoholgebruik: ook.

Stevige dosis paracetamol

Verontrustend is dat er eenvoudige middelen zijn waarmee koortslijders, als ze dat zouden willen – en bij grensovergangen willen ze vaak wel – aan detectie kunnen ontsnappen. Goed dekkende cosmetica (pancake foundation) zou al aardig helpen. Wat zeker helpt is een stevige dosis paracetamol of inname van andere koortsonderdrukkende preparaten. Bijna elke geraadpleegde publicatie noemde deze bedreiging van de screening.

Een enkel woord nog over de invloed van emoties op de warmteverdeling in het gezicht. Ook die is onderzocht. Saurabh Sonkusare en negen andere onderzoekers uit Australië en China lieten twintig proefpersonen, elk apart, vanuit een comfortabele stoel naar een kalmerende video kijken. Ze zagen een prettig zandstrand langs een kalme, blauwe zee met daarboven een zondoorstoofde lucht vol vriendelijke witte wolkjes. Het geheel werd muzikaal omlijst met gekabbel van golfjes. Na 40 seconden klonk een kanonschot van 80 decibel (Scientific Reports, 2019). Al binnen vier seconden begonnen delen van het gezicht af te koelen, het puntje van de neus voorop. Wit wegtrekken, heet dit. Kan de corona-koortslijder nog wit wegtrekken en zo ja: valt het makkelijk op te wekken? Dat zou niet zo mooi zijn. Misschien gaat Sonkusare dat ook nog uitzoeken.