Recensie

Recensie Muziek

Klassiek orkest bewijst symfonisch eer aan dj Avicii

Symfonische dance Het NNO eert met een korte tournee de jong overleden dj Avicii. In het begin klinkt het resultaat soms krampachtig, maar later valt veel op zijn plaats.

Het Noord Nederlands Orkest tijdens het ‘Symphonic tribute to Avicii’.
Het Noord Nederlands Orkest tijdens het ‘Symphonic tribute to Avicii’. Foto Knelis

Het Noord Nederlands Orkest heeft inmiddels heel wat ervaring met popmuziekcrossovers en poptributes. Onder andere The Rolling Stones kregen al eens een symfonisch eerbetoon, en vorig jaar scoorde het orkest met een tribute aan popzanger Prince. Dit jaar valt die eer te beurt aan de in 2018 jong overleden Zweedse dj Avicii (Tim Bergling), wiens muziek ook in de Nederlandse hitlijsten vaak hoog eindigde. Donderdag ging de Symphonic tribute to Avicii in première in Groningen, met als zingende solisten Anneke van Giersbergen en Niels Geusebroek.

Beschouw het als popconcert, met het orkest als één instrument, dan wordt het spannend

Er zijn veel redenen voor klassieke concertzalen om jaloers te zijn op muziekfestivals waar dj’s als Avicii optreden. De uitgelaten sfeer bijvoorbeeld, of de vele verschillende artiesten die komen optreden, of de zomerse bries die door de tent of over het open veld waait en het gras waarin je naar de muziek kunt liggen luisteren.

Waar een concertzaal doorgaans níét jaloers op is, is de geluidskwaliteit. Vreselijk zonde dat het NNO nou net die festivaleigenschap meeneemt naar de concertzaal. Avicii’s elektronische muziek is gemaakt voor grote speakers, maar de elektrische versterking van dit klassieke orkest klinkt bij de uitvoering in Groningen ronduit beroerd. Je kunt nog zo’n sfeervolle fagotpartij hebben gearrangeerd, mooie verdelingen hebben gemaakt in het koper of extra trommels hebben toegevoegd; als je het allemaal door twee enorme speakers propt, klinkt er weinig meer dan oorverdovende hoeveelheid akelig geluid.

‘Symphonic tribute to Avicii’.

Foto Knelis

Dansje

Het maakt vooral het begin rommelig en krampachtig. Is het omdat de musici, ondanks koptelefoons, de balans zelf ook niet horen? Zangeres Anneke van Giersbergen haalt de hoogte niet vrij, zanger Niels Geusebroek zit met een mooie stem te vaak naast de toon en hun beider dansjes verzanden steeds in ongemakkelijkheid omdat het publiek geen centimeter meegeeft.

Tot overmaat van ramp beneemt de overdaad aan kleurlampen en laserlicht (hallo jaren 90!) je dikwijls het zicht op het podium.

Dat de zaal nauwelijks reageert, komt niet door een gebrek aan enthousiasme, zo blijkt later. Het bescheiden Groningse concertpubliek (lovenswaardig gemêleerd, vol jonge luisteraars) doet simpelweg niets tot iemand op het podium ze daar een duidelijke aanwijzing voor geeft. Eén dappere heer die op eigen initiatief opstaat om zich aan een dansje te wagen, duikt na drie heupbewegingen snel weer naar zijn stoel als blijkt dat niemand volgt.

Pas als het publiek bij ‘Hey Brother’ expliciet wordt uitgenodigd op te staan, schiet plotseling de kurk uit de fles. Enthousiast is het publiek wel degelijk, maar ze laten het te laat merken. De musici hebben lang moeten wachten op de broodnodige enthousiaste feedback.

Eerder deed het NNO een tribute aan dj Armin van Buuren. Bekijk hier een video en hier Van Buurens origineel.

Strijkje

Snel heb je door: dit concert klinkt beter als je elke verwachting van ‘klassieke muziek’ laat varen. De volle grootte van het orkest is leuk voor het beeld, maar onnodig voor het resultaat. Het rijke kleurenpallet is een klassiek componist normaal gesproken vooral tot voordeel bij het maken van een spannende opbouw.

Maar opbouw, daar schort het nogal eens aan in commerciële muziek uit het Spotify-tijdperk. Muziek is nu het eenvoudigst succesvol als het zo snel mogelijk tot de kern van de zaak komt; is een liedje niet ‘op tijd’ leuk, dan zapt de luisteraar op zijn streamingsdienst doodeenvoudig verder. Dat betekent fluiten naar je inkomsten. Veel van de successen van Avicii zijn daar geen uitzondering op. Verwacht je daar een ‘klassieke versie’ van, dan moet de orkestratie dus wel heel briljant zijn wil het niet gaan klinken als een uit de kluiten gewassen eenduidig strijkje. Beschouw je het echter als popconcert, met het orkest als één instrument, dan wordt het spannender. Het is vaak de toegevoegde elektrische gitaar die de daadwerkelijk kippenvel opleverende partij speelt. Begeleid door een uit de kluiten gewassen strijkje.

Gelukkig, bijna aan het einde, in ‘Addicted to You’, valt ineens een hoop op zijn plaats. Na het eerdere gejuich ontspant het orkest en Van Giersbergen krijgt de respons die ze nodig heeft om zelfverzekerd de hoogte in te gaan. Het schept hoop dat de krampachtigheid vooral aan een spannende première lag. Een vleugje vertrouwen en een uitgelaten publiek zullen deze poptribute er bovenop helpen.