Euthanasie bij psychisch lijden verdeelt België

Rechtszaak Belgische artsen werkten mee aan de euthanasie van een vrouw (38). Ze stonden voor een jury terecht voor doodslag en werden vrijgesproken.

Tine Nys (midden) deed in 2010 een beroep op de euthanasiewet, die als (iets) ruimer geldt dan de Nederlandse.
Tine Nys (midden) deed in 2010 een beroep op de euthanasiewet, die als (iets) ruimer geldt dan de Nederlandse. Foto Beeldarchief VRT

Op 27 april 2010 heeft Tine Nys al meerdere zelfmoordpogingen gedaan. Die dag, in een appartement in het Belgische Sint-Niklaas, zal ze wel sterven. Een arts dient haar een middel toe waardoor ze in een diepe slaap valt. Vervolgens geeft hij haar, in het bijzijn van haar familie, een spierverslapper. Haar hart valt korte tijd later stil. Dan is Tine Nys dood.

Nys, 38, had borderline en autisme, oordeelden artsen. Ze leed al jaren, wilde dood en er was geen uitzicht op verbetering, vonden zij. Dus had ze volgens hen recht op euthanasie, sinds 2002 wettelijk toegestaan in België als de patiënt ondraaglijk en uitzichtloos lijdt.

Deze en vorige week stonden de uitvoerend arts en twee andere betrokken medici, bijna tien jaar na Nys’ dood, voor een volksjury in Gent. Het Belgische openbaar ministerie vond, net als Nys’ familie, dat er sprake was van doodslag door vergiftiging. Volgens hen was er nog hoop voor Nys, en hadden de artsen niet akkoord moeten gaan met haar aanvraag. Het was voor het eerst dat in België een euthanasiezaak voor de rechter kwam. Donderdagnacht sprak de jury de drie artsen na urenlang beraad vrij.

Debat opgelaaid

Net als recentelijk in Nederland gebeurde tijdens een rechtszaak over euthanasie op een demente vrouw, heeft de zaak-Nys de gevoeligheden rond de euthanasiewetgeving in België blootgelegd. De Belgische euthanasiewet wordt vaak gezien als (iets) ruimer dan de Nederlandse. Het systeem berust op een groot vertrouwen in de arts, en euthanasie valt er – anders dan in Nederland – niet onder het strafrecht.

Maar ook in België worstelt men met het thema. Want wanneer is psychisch lijden uitzichtloos? En wat als een arts verkeerd oordeelt? Daarover waren de partijen het fundamenteel oneens.

De publieke belangstelling was groot, bleek woensdag in Gent op de voorlaatste procesdag. Buiten de zaal wachtten tientallen mensen op een plaatsje. Op de voorste banken zaten de zussen, broer en vader van Nys. Zij waren het die jaren geleden een klacht bij het parket indienden. De eerste onderzoeksrechter zag er geen zaak in. Toch belandde de kwestie, na beroep van de familie en een „tweede lezing” van het parket, uiteindelijk voor het Hof van Assisen, waar alleen zeer ernstige misdrijven voorkomen.

De familie betoogde daar dat de euthanasie slordig was verlopen. De vader moest bijvoorbeeld, omdat de arts geen pleisters bij de hand had, de naald vasthouden die in Tines arm was gestoken. Kwalijker was volgens familie en OM dat de euthanasie überhaupt was goedgekeurd.

De diagnose van autisme kwam pas twee maanden voor haar dood, ze werd daarvoor ook niet behandeld. Nys zou recentelijk flinke tegenslagen hebben gehad, die haar oordeel zouden hebben vertroebeld. Zowel de arts die de euthanasie uitvoerde, als de adviserend psychiater die haar handtekening voor de euthanasie zette, waren daarover onvoldoende geïnformeerd. De derde beklaagde – Nys’ huisarts, voor wie het OM uiteindelijk vrijspraak vroeg – wist niet dat zijn handtekening werd gebruikt om de euthanasie door te zetten.

Volgens de advocaten van de artsen was „Tine op”. Ze vonden de aanklacht absurd: Nys had immers zelf om haar dood gevraagd. Maar de aanklager meende: „Dat je honderd keer zegt dat je dood wilt, betekent nog niet dat het ook overwogen is.” Haar lijden was niet met zekerheid uitzichtloos, vond het OM. Hoewel in de Belgische wet niet is aangegeven welke straffen erop staan als artsen níét alle regels respecteren, vond ze de zware aanklacht van doodslag gerechtvaardigd, ook voor de psychiater.

‘Schandalig schijnproces’

De verdediging sprak in haar pleidooi van een „onwezenlijk vreemd, schandalig schijnproces”. Volgens hen ging het in de zaak niet alleen meer over het handelen van deze artsen, maar werd de hele praktijk van euthanasie bij psychisch lijden ter discussie gesteld.

Na de uitspraak sprak de psychiater opgelucht: „Deze vrijspraak is ontzettend belangrijk voor de euthanasiezaak. Dat mensen het recht blijven houden op een waardige dood, als de dood onvermijdbaar is.” Maar zeker is nu al dat het medisch-ethisch debat dat zowel binnen als buiten de rechtszaal is losgebarsten zijn consequenties zal hebben.

De verdediging claimde dat artsen nu al banger zouden zijn om euthanasie uit te voeren, uit angst voor juridische consequenties. Volgens een advocaat van de familie betekent de vrijspraak dat men „de voorwaarden van de euthanasiewet niet meer hoeft na te leven”. De wet wordt mogelijk aangescherpt. De Belgische minister van Justitie heeft aangegeven dat hij vindt dat de termen ‘psychisch ondraaglijk lijden’ en ‘medisch uitzichtloos’ beter gedefinieerd moeten worden.