Opinie

En wat als de Brexit een succes wordt?

In Europa

Het Franse blad Le Point had vorig najaar een omineus artikel met als kop ‘Als de Britten vertrekken, komt er altijd chaos’.

Het stuk ging over India en Pakistan, Cyprus, Palestina en Ierland – gebieden die allemaal het drama hebben beleefd van een Groot-Brittannië dat als koloniale grootmacht de problemen niet meer aankon, het niet meer aan wílde, en zich haastig terugtrok zonder zich te bekommeren over de consequenties van een slecht gemanagede exit. In deze gebieden woedde etnische en/of religieuze strijd. De Britten trokken scheidslijnen. Toen dat niet werkte, vertrokken ze in allerijl. De gevolgen waren vreselijk: oorlog, etnische schoonmaak. En in al die gebieden zijn de problemen nu nog altijd niet opgelost.

De echte vraag die dit artikel opwierp, was natuurlijk: laat het Verenigd Koninkrijk ook de Europese Unie in chaos achter? De verbetenheid waarmee Boris Johnson in oktober zonder verdere verlengingen uit de EU wilde, „wat er ook gebeurt”, deed het blad denken „aan Lord Mountbattens besluit om, „wat er ook gebeurt”, in augustus 1947 uit India te vertrekken”.

Op het eerste gezicht lijkt dit een vreemde, vergezochte vergelijking. Het VK is immers geen koloniale grootmacht meer, en de EU was geen Britse kolonie. De machtsverhoudingen zijn ditmaal eerder omgekeerd. Tijdens de 3,5 jaar die sinds het Brexitreferendum zijn verstreken, was de EU dominanter dan het VK: het uittredingsakkoord is vrijwel van a tot z geformuleerd en gedicteerd door de EU. Het tempo en de structuur van de onderhandelingen zijn ook in Brussel bedacht, niet in Londen.

Maar Brexit kan wel degelijk weer gevaarlijk zijn voor de achterblijvers. Ditmaal schuilt dat gevaar alleen op een ander vlak: het succes van de operatie. Bijna iedereen houdt er rekening mee dat het VK een economische klap krijgt na Brexit – niet nu, maar als ze echt vertrekken, in december 2020. Maar als het de Britten daarna weer voor de wind gaat, en flínk voor de wind, kunnen sommige Europeanen zeggen: dan willen wij ook een exit.

Wat ‘succes’ inhoudt, hangt natuurlijk af van de definitie die je hanteert. Gaat het om economische groei, of meet je ook sociale gelijkheid en geloof in de toekomst (‘Cool Britannia’)? Sommige Brexiteers willen maar één maatstaf hanteren: totale nationale controle over alle wetgeving. Brexiteers en Remainers zullen hun best doen om hun gelijk te halen. Bepaalde Europese politici zullen daar gretig op inspringen.

Tot nog toe is Brexit goed voor de EU. Volgens een peiling van het Europees parlement vinden steeds meer Europese burgers het EU-lidmaatschap goed voor hun land: 68 procent. In de eurozone steunt 76 procent de euro, volgens de laatste Eurobarometer. Dat is de hoogste score ooit.

De 27 zijn eensgezind. Dat oogst bewondering van burgers. Dat Europeanen het VK na het referendum in politieke chaos zagen wegzakken, verhoogde ook hun tevredenheid met de EU. Bedrijven vertrokken. Rapporten voorspelden, in het geval van een ‘no deal’, opstoppingen, voedseltekorten en een gebrek aan medicijnen. Veel EU-landen sloten deals met de Britten om te voorkomen dat het vliegverkeer straks stil komt te liggen. Ze hingen dat ook aan de grote klok.

In andere werelddelen is men dit soort scenario’s misschien gewend. Maar Europeanen, die weinig gewend zijn, schrokken daarvan en concludeerden dat het beter is om bij elkaar te blijven – zeker nu grote landen als Rusland, Turkije, China en zelfs de VS ons willen verzwakken. Europese burgers zijn misschien niet superblij mét de EU, maar wel steeds meer ín de EU. Populisten als Marine Le Pen en Geert Wilders hoor je niet meer over Frexit of Nexit.

Maar ervan uitgaan dat dit zo blijft, zou naïef zijn. Net zoals de EU wel vaart bij een desastreuze Brexit, zo kan een geslaagde Brexit de EU ondermijnen. In 2018 droomde David Green, directeur van de Britse denktank Civitas, er al over in The Spectator: „De EU is doodsbang dat we een succes maken van onze onafhankelijkheid.” De EU weet dat Schengen en de euro tot mislukken gedoemd zijn, schreef hij. Als de Britten het goed doen, kunnen ze Spanjaarden, Italianen en andere ploeteraars in de EU inspiratie geven: „Wij kunnen de wereld laten zien hoe fout dat hele project is”.

Sommige Europese politici en ambtenaren zien dit risico heel goed. Vandaar ook hun interesse in burgerdialogen en een grote Europese conferentie over hervormingen en de toekomst, die in mei begint. Lees ook de tweet die Matteo Renzi, de oud-premier van Italië, de wereld instuurde op de dag dat koningin Elizabeth de Brexit-papieren signeerde: „Boris gaat alles doen om van #Brexit een succes te maken. Als ik Europees leider was, zou ik het EU-project gauw nieuwe impulsen geven. Brussel moet in beweging komen: ideeën, dromen, ziel. Het is tijd.”

Dat de Britten de EU-deur niet te hard achter zich dichtslaan, is zeker in het begin goed voor hen: de helft van hun handel is met ons. Maar het is ook beter voor ons: vijftien procent van alle EU-handel is met het VK. Niemand in de EU wil bovendien een failed state of boosaardig land voor de deur – aan de zuid- en oostgrenzen hebben we er daar al te veel van. Daarom sturen de 27 op een softe Brexit aan.

Of dat lukt, hangt mede af van wat zij Londen geven. Maar als ze te genereus zijn, zegt Miguel Otero van het Madrileense Elcano Instituut, maken ze het paradoxaal genoeg juist heel gevaarlijk voor zichzelf: „Het moet buiten de club niet beter worden dan erin. Want dan wil iedereen eruit.”

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.