Recensie

Recensie Boeken

Een lijk naast het spoor van de ultraluxe privétrein

Voor thrillerschrijvers is Zuid-Afrika een dankbaar decor. Alles in het land is politiek en vele politici zijn door criminelen ‘gekaapt’. Toen president Jacob Zuma vorig jaar tot aftreden werd gedwongen hingen hem meer dan zevenhonderd aanklachten van corruptie, fraude en witwassen boven het hoofd.

Ook in Prooi, de twaalfde thriller van de Zuid-Afrikaanse misdaadschrijver Deon Meyer (1958), is corruptie een belangrijk thema. Bennie Griessel, de witte rechercheur van de afdeling Ernstige Delicten in Kaapstad, en hoofdpersoon in vijf andere romans van Meyer, buigt zich samen met zijn donkere collega Vaugn Cupido over een dossier dat vreemder is ‘dan een wrattenzwijn op een draaimolen’. Naast het spoor van een super-de-luxe privé-trein naar Kaapstad is het lijk van een beveiligingsman gevonden. Als de rechercheurs zoeken naar twee verdachte treinreizigers stuiten ze op onbetrouwbare regeringsmedewerkers.

Zoals vaker vervlecht Meyer twee verhalen die langzaam bijeenkomen. Een voormalig hitman van de ANC probeert als timmerman in Bordeaux afstand te nemen van zijn gewelddadige verleden. Tot een oude kameraad hem opzoekt en vraagt zijn vaderland nog eenmaal te dienen. De opdracht: de corrupte Zuid-Afrikaanse president tijdens een bezoek aan Parijs liquideren.

Het benodigde telescoopgeweer koopt de hitman in Amsterdam, een stad waar hij tien jaar geleden voor het laatst was. De stad is drukker – ‘meer bizarre musea, meer kaaswinkels, meer wietdampen, meer toeristen’. Maar alles wat hem vroeger al boeide en beviel aan Amsterdam, is er nog steeds. ‘Er heerst een ongrijpbare, subtiele geest van feestelijkheid, vrolijkheid, hartelijkheid, alsof de vrijheid, diversiteit en verdraagzaamheid nog steeds elke dag gevierd worden.’

Op bijna elke bladzij bewijst Meyer waarom hij tot de allerbesten van de hedendaagse misdaadfictie behoort. Zijn dialogen zijn spits, hij doet niet aan onwaarschijnlijke toevalligheden, en hij heeft humor. Als een getuigende hoogleraar in Prooi een vergelijking maakt met Jack Irish, de hoofdpersoon uit de boeken van de Australische misdaadschrijver Peter Temple, schudden Griessel en Cupido hun hoofd. ‘We lezen geen crime fiction, prof. Die boeken zijn gewoon te… airy-fairy.’

Wat Meyer ook onderscheidt van de meeste thrillerschrijvers, is dat zijn personages echt lijken. Griessel, een tobbende ex-alcoholist, wil zijn vriendin Alexa ten huwelijk vragen. Van zijn armzalige overheidssalaris heeft hij een eenvoudig ringetje gekocht, op afbetaling, dat is wat hij zich als toegewijd rechercheur kan permitteren. Zonder dat het ooit larmoyant wordt, worstelt Griessel het hele boek door met de vraag hoe dat aanzoek in te kleden. Hij is een overtuigende anti-held.