Opinie

Een eiland, ja, maar voor de Europese kust

Luuk van Middelaar

Op 31 januari, om elf uur ’s avonds Londense tijd, wordt in Brussel de Union Jack gestreken en is Brexit een feit. Symbolisch kantelmoment in een trage beweging. De tragiek van het Britse vertrek is dat het plaatsvindt tegen de keer. Terwijl de Leave-campagne in 2016 beloofde dat ‘Global Britain’, bevrijd van continentale ketenen, zou surfen op de golven van de economische globalisering, zag de toekomst van het wereldhandelsstelsel er binnen enkele maanden veel bleker uit, toen Donald ‘America First’ Trump aantrad in Washington. Ook de Amerikaanse veiligheidsgarantie voelt minder stevig dan op enig moment sinds 1949 en de NAVO-oprichting, zoals de Duitse en Franse leiders afgelopen jaren meermaals zeiden en ook de Britse defensieminister recent erkende: „We kunnen niet meer op de VS rekenen”, aldus minister Ben Wallace tegen The Sunday Times, „daar lig ik ’s nachts wakker van.”

Mede vanwege die onzekerheid stort premier Boris Johnson zich niet in de armen van zijn Amerikaanse geestverwant Trump. Deze week nam de Britse regering het cruciale besluit om het Chinese bedrijf Huawei onder voorwaarden toegang tot de eigen 5G-markt te geven, ondanks Washingtons dreiging dan gevoelige informatie-uitwisseling stop te zetten. Zo toont Johnson dat hij – ook na Brexit – eigen bewegingsruimte zoekt tussen grootmachten VS en China. Precies wat ook Duitsland en andere EU-landen beogen. Het maakt goed zichtbaar dat Britse belangen en afwegingen, binnen of buiten de club, vaak gelijk op zullen blijven lopen met die van de rest van West-Europa. Een eiland, ja, maar wel voor de Europese kust.

Wanneer ontdekt het Britse publiek wat Brexit echt betekent? Een meerderheid applaudisseert voor het verlaten van de verfoeide Brusselse reguleringssfeer. Maar zijn de kiezers ook voorbereid op afscheid van de Unie als club van Europese staten? Niet toevallig betroffen de heikelste punten in de voorbije onderhandeling bilaterale relaties – die met Spanje over Gibraltar en met Ierland over de grens. Emoties over de Ierse ‘backstop’ liepen veel hoger op dan die over de Brusselse scheidingsfactuur. Ook de komende fase zal ouderwetse grensfrictie brengen, wie weet zelfs vechtpartijen tussen Engelse en Franse vissers op het Kanaal.

Nieuwe interstatelijke verhoudingen vormgeven kost tijd. Bij de Britse EEG-toetreding ging elf jaar op met toekijken, saboteren van buitenaf en bijdraaien door Londen (1950-1961), waarna het elf jaar duurde voor Parijs het slot van de deur haalde (1961-1972). Eenmaal binnen bleef het Britse lidmaatschap halfhartig. In Slipping Loose: The UK’s Long Drift Away From the European Union (2019) verhaalt Martin Westlake van veertig jaar aarzeling, verwaarlozing en terugtrekking. In zijn relaas verschijnt Brexit minder als resultaat van slecht leiderschap en humeurige kiezers dan van trage trends, van laveren tussen afstand en nabijheid. Op 1 februari begint een nieuwe getijdebeweging. Ook die vraagt geduld.

Met de scheiding voltrokken begint het gesprek over de ‘toekomstige relatie’. In de economische onderhandeling staat Brussel sterk: Londen heeft vijfmaal meer belang bij EU-markttoegang dan omgekeerd. Maar inzake veiligheid en buitenlandpolitiek heeft het VK – dankzij een leger, diplomatie en inlichtingendiensten van formaat – de EU veel te bieden. Deze samenwerking is voor beide partijen vitaal en mag niet stuklopen op ruzie en rancune over gemiste banklicenties of weggekaapte visgronden.

Dit vraagt van de EU-zijde creativiteit en politieke oordeelskracht, een besef van geschiedenis en geografie. Dus geen ambtelijk: ‘Mag niet, kan niet, want anders willen Zwitserland of Liechtenstein het ook’. Het VK is nu eenmaal wat het is: humeurig eiland, grote buur, a case apart.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.