Opinie

De multiculturele samenleving is niet mislukt. Zij is ook niet geslaagd. Zij ís

Multiculturele samenleving Van multicultureel drama tot virtuele boksbal. Je kunt veel over de kinderen van migranten zeggen, maar niet dat ze geen incasseringsvermogen hebben, schrijft .
Voetbalclub DVSU in Lunetten, Utrecht.
Voetbalclub DVSU in Lunetten, Utrecht. Foto Dieuwertje Bravenboer

Ik ben fervent gebruiker van het openbaar vervoer. Maar anders dan veel andere reizigers probeer ik doorgaans niet naar mijn telefoonscherm te staren. Ja, die telefoon maakt een reis gevoelsmatig korter. Maar je staat versteld hoeveel je ziet als je eens om je heen kijkt.

Zoals bijvoorbeeld in een Rotterdamse metro tijdens een avondspits. Een bont gezelschap van forenzen met uiteenlopende achtergronden, gemengde vriendengroepen, modieus geklede moslima’s met en zonder hoofddoek, mensen die in één en hetzelfde gesprek van taal switchen. En hoewel de verschillen opvallen, is het de houding van veel reizigers die mij op dat moment boeit. De vanzelfsprekendheid dezelfde metrowagon te delen met al die andere mensen, het routinematig manoeuvreren bij het in- en uitstappen, het subtiel begroeten van kennissen onderweg.

Aan alles merk je dat de stad hun Heimat is, en dat zij tegelijkertijd zó kosmopolitisch zijn dat ze het niet eens doorhebben. In een stad zonder meerderheid is iedereen in de minderheid.

In dezelfde metro pik je ook zo de nieuwkomer uit, zoals de Syriër die wat onwennig de kaart van het metrostelsel in de gaten houdt om zo niet zijn halte voorbij te rijden. En toevallig zie ik VVD’er Mark Harbers zitten, voormalig staatssecretaris van Vreemdelingenzaken, druk in de weer met papieren. Stiekem vraag ik me af: ziet hij tijdens zo’n metrorit wat ik zie? De multiculturele samenleving, niet als ideaal of project, maar gewoon, als het nieuwe Nederland?

Ik besef goed dat dit mijn Rotterdamse bubbel is, dat het kosmopolitisme al bij de randgemeenten ophoudt, en dat de Rotterdamse gemeente genoeg hoofdpijndossiers heeft waarin culturele verschillen soms een probleemfactor vormen. Maar het zijn bij lange na niet de doemscenario’s die twee decennia geleden als voldongen feiten werden beschouwd, met Rotterdam als ground zero van ‘het multiculturele drama’, zoals de titel van het essay van Paul Scheffer in januari 2000 in NRC Handelsblad luidde.

Het geduld was op

Twintig jaar geleden leek in ieder geval één ding duidelijk: het geduld van de ontvangende samenleving was op. Nederland was klaar met de verhalen over ontheemding van de eerste generatie migranten en over de verscheurdheid bij de tweede generatie – met dergelijke subjectieve ervaringen kon men niets. We moesten maar eens kijken naar de objectieve cijfers en die logen er niet om; grote onderwijs- en taalachterstanden, hoge werkloosheid, hoge criminaliteitscijfers. Er is te lang weggekeken door politici en hulpinstanties, zo klonk het. Paternalisme en onverschilligheid moesten plaatsmaken voor zero tolerance en ‘problemen benoemen’. Het werd tijd dat de allochtoon eens verantwoordelijkheid nam, wat incasseringsvermogen ontwikkelde, een keer moeite deed om erbij te willen horen. Wie nog discriminatie en racisme als oorzaken van achterstanden noemde, was af. Tolerantie en verdraagzaamheid stonden synoniem voor politieke correctheid en cultuurrelativisme.

Goed, constateren was één ding, en het essay van Scheffer met de clickbait-titel avant la lettre kon je opvatten als een stevige oproep aan politici om zich serieus te bekommeren om de nieuwe sociale onderklasse. Maar de houding die veel Haagse politici sindsdien ten opzichte van de multiculturele samenleving hebben aangenomen, is er niet één van oprechte betrokkenheid, maar eerder van cynisme en electoraal opportunisme.

Illustratief zijn de uitspraken die politici in de loop der jaren over de multiculturele samenleving hebben gedaan. Vooral het failliet verklaren ervan werd een soort formule, zo vaak uitgesproken dat hier voor een korte uiteenzetting met een kleine bloemlezing moet worden volstaan. En dan beperk ik me tot het afgelopen decennium en negeer ik voor de leesbaarheid de uitingen van partijen als de PVV.

‘Buitenlanders in de kost’, Tilburg, 1966. Foto Jan Voets/Nationaal Archief

Voormalig minister Maxime Verhagen (CDA) noemde de multiculturele samenleving in 2011 „mislukt”, in 2016 gaf premier Mark Rutte (VVD) in Zomergasten aan dat hij het woord zelfs „haat”. Opmerkelijk is de jaarlijkse HJ Schoo-lezing, die verworden is tot een rituele stoelendans om de Nederlandse identiteit en cultuur af te bakenen. In 2016 vond oud-minister Edith Schippers (VVD) dat „onze [cultuur] een stuk beter [is] dan alle andere”; het jaar daarop benadrukte leider van het CDA, Sybrand Buma, de joods-christelijke wortels en brak een lans voor de mythische „gewone Nederlander”. De laatste in dit illustere gezelschap is Wopke Hoekstra, de huidige minister van Financiën (CDA), die bij de lezing van 2019 het aloude clichébeeld van de gebrekkig Nederlandssprekende migrant uit de kast haalde om de falende integratie aan te tonen.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze politici het hebben over mensen die zij eigenlijk niet of nauwelijks kennen. Of wel, maar dat maakt alles alleen maar nog kwalijker.

Burgemeesters en voetbaltalenten

Anachronistisch zijn ook de obligate reacties vanuit de linkerkant, met de afgelopen jaren D66 voorop, zoals met opiniestukken in de Volkskrant waarin de nadruk werd gelegd op wat er wél goed gaat op het gebied van integratie. Rob Jetten en Jan Paternotte noemden die zelfs „een doorslaand succes”, met verwijzingen naar een Marokkaans-Nederlandse burgemeester, Kamervoorzitter en voetballer. En ook hier ontstaat de indruk dat zij, net als hun collega’s op de rechterflank, het hebben over mensen die ze zelf niet of oppervlakkig kennen. Dat zij de lat zo hoog leggen dat migrantenkinderen burgemeesters en voetbaltalenten moeten voortbrengen om als volwaardige burgers mee te tellen, komt wereldvreemd over. Dat ze bij D66 nog in de meritocratische leugen geloven is geen misdaad, maar laten we wel redelijk blijven.

De multiculturele samenleving is niet de dystopie die rechts ervan maakt, en ook niet de utopie die links zo graag wil zien. Die samenleving is niet mislukt en ook niet geslaagd. De multiculturele samenleving ís, en dat zou het beginpunt voor politici moeten zijn om er iets zinnigs over te zeggen.

Je zou kunnen zeggen dat het absorptievermogen van de ontvangende samenleving na de komst van de gastarbeiders en de daaropvolgende gezinshereniging werd overschat en de uitdagingen later onderschat, totdat het onbehagen tot een kookpunt kwam en de politiek begin deze eeuw het deksel op de neus kreeg. Fortuyn, 9/11 en de moord op Theo van Gogh zorgden voor politieke desoriëntatie en toenemende polarisatie, met in de opiniepagina’s en praatprogramma’s soms hysterische reacties. Dat had zijn weerslag op de samenleving, wat niet wil zeggen dat er in de praktijk verder weinig aan de hand was, maar het werd wel een zichzelf waarmakende voorspelling. Tekenend is het RTL-bericht vlak voor de afgelopen jaarwisseling, waarin een SCP-enquête uit 2004 werd opgerakeld. Toen vroeg het Sociaal en Cultureel Planbureau Nederlanders voorspellingen te doen over hoe het land er in 2020 uit zou zien. De meesten gingen uit van nog meer misdaad en geweld, en zelfs het ontstaan van no-go area’s in de grote steden.

Van drama naar onderzoeksobject

Nee, Nederland kent geen banlieue, als in Frankrijk. Maar wel een zeer succesvol kledingmerk dat zo heet, opgericht door drie Rotterdamse jongens met Kaapverdische, Turkse en Surinaamse roots, die inmiddels zelfs voor Sparta een voetbalshirt hebben ontworpen. Zij vormen de generatie met een migratieachtergrond die de cynische tijdgeest trotseerden. Zij hoorden en lazen dat ze een ‘drama’ waren, dat ze onherroepelijk een ‘integratievraagstuk’ werden, een ‘veiligheidsvraagstuk’, ‘onderzoeksobjecten’, en voor een aanzienlijk deel van dit land een virtuele boksbal. Dat is niet niets. Je kunt veel over deze groep zeggen, maar niet dat ze geen incasseringsvermogen had.

Met het problematiseren, op z’n best negeren van deze groep jonge Nederlanders is de multiculturele samenleving uitgegroeid tot een paradox. Toen die samenleving in de jaren tachtig en negentig nog als een ideaal werd beschouwd, stond de nieuwe generatie net op het punt om de sociale ladder te beklimmen. En toen zij deze eeuw opgeklommen waren en vormgaven aan het nieuwe Nederland, werd het vertrouwen in die samenleving opgezegd.

Misschien was het een blessing in disguise, in die zin dat veel ‘nieuwe’ Nederlanders al vroeg doorhadden dat ze niet op schouderklopjes hoefden te rekenen en dat zij grotendeels op zichzelf waren aangewezen. Misschien heeft dat voor een deel ook geleid tot een sterk gevoel van bewijsdrang, een honger naar succes, omdat zij niet bekend wilden staan als hulpbehoevende mensen zoals het ontstane beeld van de arme stakkers van de eerste generatie of de vele tragische figuren met strafbladen die de beeldvorming begonnen te bepalen. En misschien dat het daarom schuurt, omdat deze Nederlanders niet meer in fabrieken verstopt zitten of onzichtbaar in achterstandswijken wegkwijnen, maar steeds meer te zien zijn in de media, op sportvelden, universiteiten en om onbegrijpelijke redenen in de Vinex-wijken. En wie een beetje oplet, ziet hoe zij met hun assertiviteit en directheid onmiskenbaar Nederlands zijn geworden.

Niet dat daarmee de erkenning van de nieuwe realiteit alom geaccepteerd wordt. Meedoen is volgens sommigen niet voldoende, doelpalen worden verschoven, of om met cultureel-antropoloog Sinan Cankaya te spreken: integratie heeft geen eindstation. Maar als twee decennia debat over migranten en hun kinderen iets heeft opgeleverd, dan wel het besef dat ze bestáán. Je kunt ze bevoogden of problematiseren, tolereren of verachten. Wat je niet meer kunt doen, is ze negeren. Dit is het nieuwe Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.