Foto Andreas ter Laak

Interview

Ceylin del Carmen Alvarado: ‘Ik wil voor iedereen een voorbeeld zijn’

Veldrijden Ze is zaterdag favoriet bij de WK veldrijden. Ceylin del Carmen Alvarado (21) valt op door waar ze vandaan komt, maar nog meer door wie ze is. „Ik ben feminist omdat ik voor gelijkheid ben.”

Net na de jaarwisseling leek haar keuze gemaakt: Ceylin del Carmen Alvarado, 21 jaar en de revelatie van het veldritseizoen, zou op de wereldkampioenschappen cyclocross deze zaterdag gewoon meedoen met de vrouwen van haar leeftijd, onder 23 jaar, in de zogenoemde beloftencategorie. Zo kon ze revanche nemen op haar prestatie van een jaar geleden in het Deense havendorpje Bogense, waar ze als titelfavoriet startte maar slechts derde werd. Ze was er nog dagen van ondersteboven destijds, bleef maar huilen omdat ze het niet verkroppen kon dat haar lichaam er op het uur U de brui aan gaf – de maandag na het toernooi werd ze ziek, zelfs met haar talent viel op halve kracht geen wereldtitel te behalen.

Maar de afgelopen maanden is ze zóveel sterker geworden dat ze zelfs in de hoogste categorie, die van de vrouwen elite, achter elkaar wedstrijden wint – verklaringen daarvoor liggen besloten in een jaartje ouder, jaartje sterker, jaartje wijzer. Op een goed moment stond ze in alle regelmatigheidsklassementen van de sport bovenaan.

Daarop volgde bemoeienis van journalisten, supporters en volstrekt onbekenden op sociale media, die vonden dat het fair zou zijn als een dame van haar kaliber zich ook in de belangrijkste cross van het jaar met de sterksten zou meten, op het biljartlakenvlakke militair vliegveld in Dübendorf, Zwitserland. „Ik werd er helemaal gek van”, zegt ze aan de keukentafel in haar ouderlijk huis, in de Rotterdamse probleemwijk Beverwaard, een week voor ze van start zal gaan. „Mensen dringen zó hun mening op. Ik twijfelde al over mijn keuze, maar ik zat nog met dat revanche-idee in mijn hoofd. Op een gegeven moment dacht ik: nou is het genoeg geweest.”

Toen ze eerder deze maand met overmacht Nederlands kampioen veldrijden bij de elite werd, herzag ze haar besluit. „Bij de beloften kan ik alleen maar verliezen, bij de elite alleen maar winnen”, zegt ze. Wat ook meespeelt: „Als ik win bij de beloften, weet niemand dat over een paar jaar nog. Dat is bij de elite wel anders.”

Geen nieuw gezicht

Ceylin del Carmen Alvarado is geen nieuw gezicht in het veldrijden, ze ploetert al meer dan een decennium op haar crossfiets door de modder, in de wintermaanden elk weekend weer, soms op zaterdag én zondag. Het complete gezin stapt dan in alle vroegte in de Volkswagen Transporter en zet koers richting Vlaanderen. Papa Rafael rijdt en is mecanicien, mama Ramona masseert en doet de verzorging. Haar jongere broertje Salvador crosst ook, zusje Yanichelle dan weer niet. Ceylins prestaties werden door het grote publiek aanvankelijk amper opgemerkt, omdat ze tot vorig jaar wel vaak bij de eerste zeven finishte, maar niet de allerbeste was.

Maar toen ze op 6 januari 2019 de Universiteitscross in Brussel won in de hoogste categorie, bleef er van die betrekkelijke anonimiteit weinig over. Del Carmen Alvarado is een naam die toch wel opvalt, maar waar iedereen pas alles van wil weten als die boven aan de lijstjes staat, in de door blanken gedomineerde poldersport die veldrijden is.

Sportkaternen maakten van de weeromstuit melding van haar verhaal, dat in een vluchtige karakterschets meestal neerkwam op het volgende: ze is niet van hier maar van de Dominicaanse Republiek (waar ze zich nog maar weinig van herinnert aangezien ze op haar vijfde reeds naar Rotterdam kwam), dus vandaar die naam en die huidskleur, haar moeder moedigt haar aan in het Spaans, ze lacht zoveel en zo fraai, en ze vindt soelaas in de Bijbel. Uiteraard is er meer.

Achter een grote fruitschaal met in het midden een honingmeloen en druiven waar ze mee speelt als ze zoekt naar antwoorden op vragen, zit een kleurrijke dame die al op heel jonge leeftijd een doel voor ogen had en daar een pad voor zichzelf naar uitstippelde, en die na jaren waarin het dikwijls moeilijk was nu succes begint te oogsten.

Al in het derde jaar van de middelbare school, ze is dan achttien, zegt ze een carrière als kinderarts vaarwel en besluit ze vol voor het fietsen te gaan. Van het vwo stapt ze over naar de havo, en zodra ze haar diploma heeft, denkt ze alleen nog maar aan een profcontract in het veldrijden.

Haar jeugdtrainer laat ze een briefje zien met de route die ze voor ogen heeft: ze weet precies waar en wanneer ze zich bij wie in de kijker moet rijden. Al jong is ze aan een missie begonnen, niet zonder risico, want alleen de allerbesten worden in de veldrijsport financieel onafhankelijk. „Maar ik vond het fietsen zo leuk dat ik daar mijn centjes mee wilde verdienen. Ik zag mezelf niet als een gewone burger doodnormaal voor brood op de plank zorgen. Dat is een risico, maar ik geloofde in mezelf.” Dat ze geld wil verdienen om in een fijnere buurt te kunnen wonen heeft niets te maken met een gevoel voor onveiligheid maar juist alles met de volgende stap in haar loopbaan. Het zou haar helpen als ze op een glooiender terrein kon trainen, waar het „natuurvriendelijker” is.

In het seizoen 2018-2019 verdient ze een contract bij de ploeg van ’s werelds beste veldrijder Mathieu van der Poel, dan nog Corendon-Circus geheten maar nu gesponsord door het Duitse shampoomerk Alpecin en het Italiaanse interieurbedrijf Fenix. Eerst staat ze halftijds op de loonlijst, inmiddels is ze fullprof. Vorige week verlengde ze haar contract bij de ploeg met vier jaar, erg lang in de fietserij. Ze is dé vrouw voor de toekomst, en heeft te pakken wat ze jaren geleden al voor ogen had.

Wat jaag je na in je sport?

„Een hele mooie carrière, waar ik voor gekozen heb van jongs af aan. Ik zou graag een voorbeeld zijn voor de meiden die nu opkomen in het veldrijden.”

Doel je op meisjes met een donkere huidskleur?

„Nee, ik wil voor iedereen een voorbeeld zijn, kleur of geen kleur.”

Waarom wil je dat graag?

„Ik had zelf met Marianne [Vos] ook zo iemand, heb veel respect voor haar, omdat ze zoveel bereikt heeft. Als ik met haar in een wedstrijd zit, vind ik dat nu nog steeds extra tof. Ik hoop dat er later ook zo naar mij gekeken zal worden. Marianne staat ook op voor gelijke vrouwenrechten. Dat wil ik ook, hoewel ik nu nog niet al te activistisch ben, eerst maar eens veel winnen. Ik ben wel uitgesproken feministisch. Ik deel mijn mening in bepaalde posts op social media.”

Waar komt dat feministische vandaan?

„Heel simpel: omdat ik voor gelijkheid ben. Vrouwen doen voor hun positie, in sport maar ook daarbuiten, vaak net zoveel als mannen. Ik zie niet in waarom er dan onderscheid moet worden gemaakt in beloningen en zo. Ik wind me daarover op, omdat het oneerlijk is. Ik ben vrouw, ik lijd er ook onder, dus ga ik ervoor staan op momenten dat dat kan.”

Wat merk je in het veldrijden van die ongelijkheid?

„Je ziet dat het verschil [in beloning] groot is tussen mannen en vrouwen. Ik baal daarvan, al moet ik zeggen dat ik er blij mee ben dat de premiestelsels en prijzengelden de laatste tijd meer en meer gelijk worden getrokken [in de competities van de Superprestige, de Wereldbeker en de DVV Trofee krijgen mannen en vrouwen evenveel prijzengeld]. Dat is niet omdat ik graag veel geld wil maken, maar omdat het zo hoort.”

Voor de bühne lijken er dingen veranderd, maar in werkelijkheid is het verschil tussen mannen en vrouwen nog altijd groot in het veldrijden. Het grote geld wordt verdiend met de startpremies, naast de salarissen. Mathieu van der Poel en Wout van Aert, de besten bij de mannen, krijgen zo’n 12.000 euro als ze alleen nog maar aan de start verschijnen. Ceylin del Carmen Alvarado, wereldtop bij de vrouwen, moet het doen met 600 tot 1.200 euro. Tien keer minder dus.

En racisme, ben je daar weleens mee geconfronteerd?

Vader Rafael neemt het woord. Het hele interview zat hij in stilte op de bank in de woonkamer naar skiën te kijken, maar hier wil hij graag wat context schetsen. Hij vertelt over de eerste jaren dat zijn gezin actief was in de wielersport. „In de jeugd zijn er wel wat racistische woorden gevallen”, zegt hij. „Maar ik denk dat dat misschien meer met jaloezie dan met racisme te maken had. We waren namelijk niet slecht. Maar echt gediscrimineerd zijn we niet.” En Ceylin, zijn oudste dochter: „Ik heb er nooit bewust last van gehad. Er zijn wel eens een paar dingen geroepen die je als racisme zou kunnen zien, maar die ook gewoon met mij als persoon te maken konden hebben. Ik kan al snel denken dat iets door mijn kleurtje komt. Maar ik besteed er liever gewoon geen aandacht aan, laat me er niet gek door maken.”

Gek wordt ze al genoeg van zichzelf, vertelt ze. Ze is zo perfectionistisch dat ze zichzelf enorme druk kan opleggen, en daardoor kende ze „depressieve perioden”, als jong meisje, als de dingen niet gingen zoals zij ze graag zag. „Als je talenten hebt, is het lastig om kansen te laten liggen. Ik ben een tijd geblesseerd geweest aan mijn knie, mocht zelfs niet op de fiets naar school. Dat speelde toen heel erg door in mijn hoofd, het zat me dwars, waardoor het op school ook niet goed ging. Maar dat was vroeger, nu niet meer. Ik kan de dingen nu beter loslaten.”

En dat heeft voor een belangrijk deel met haar rotsvaste geloof te maken. „Omdat ik weet dat er iets boven me staat dat mij in alle opzichten kan helpen”, zegt ze. „Daardoor kan ik dingen weggeven, en rust vinden.”

Heb je het verdriet van je derde plaats van vorig jaar zo verwerkt?

„Jazeker. Ik heb me lang afgevraagd waarom dat gebeurde, en nu weet ik dat er misschien wel iets beters voor me klaarligt. Om een bepaalde deur open te doen, moet je soms een andere dichttrekken.”