Altijd intiem en vaak erotisch, maar Sanne Sannes was nooit obsceen

Fotografie De Kunsthal wijdt een tentoonstelling aan de pure, erotische foto’s waarmee Sanne Sannes naam maakte.

Foto Kahmann Gallery, Amsterdam

De meeste fotografen hebben geen idee hoe ze in hun werk kunnen spelen met erotiek, zei fotograaf Sanne Sannes (1937-1967) ooit in een interview. Sannes, geobsedeerd door vrouwen, liet zien dat hij dat wél kon. Hij fotografeerde zijn modellen sensueel en wulps, in zichzelf gekeerd of juist verleidelijk de camera inkijkend; inzoomend op hun extatische gezichten, hun lange, losse haren, hun blote borsten, billen, benen. Hij gebruikte bewust onscherpte, maalde niet om een perfecte belichting en bekraste soms zijn beelden. Hij drukte vaak verschillende negatieven over elkaar af, zodat vormen door elkaar liepen, of knipte en plakte meerdere beelden over elkaar.

Het resultaat: sensuele en zeker voor die tijd provocatieve en experimentele foto’s en collages, altijd intiem en vaak erotisch, maar nooit obsceen. Sannes concentreerde zich vooral op het bovenlichaam of op lichaamsdelen – een been, een rug – die hij abstraheerde in dramatisch licht en donker. Zijn erotiek was er vooral een van suggestie en emotie.

Sannes, zelf geboren en opgegroeid in Groningen, werkte het liefst met modellen uit ‘het noorden’, vertelt curator Charlotte Martens van de Kunsthal, waar dit weekend een tentoonstelling opent met onder andere foto’s, een film en een nooit voltooid boek van Sannes. „In hen vond hij een soort puurheid die hij bij de professionele ‘stadse’ modellen miste. Die waren zo getraind, daar kon hij geen emotie meer uit halen. Vrouwen die in naaktbladen als Playboy stonden, noemde hij frigide. Hij zocht naar vrouwen die hij kon vormen, die zich aan hem over durfden te geven. Hij maakte een boswandeling met het model, dronk een biertje in de kroeg – zo zou de vrouw haar ware karakter eerder aan hem tonen, meende hij.”

Wie kijkt naar Sannes’ grofkorrelige jaren-zestigfoto’s in zwart-wit vermoedt een soort don juan; een verleider, versierder, charmeur. Hoe kreeg een fotograaf in de vroege jaren 60 immers anders zo veel vrouwen zo gek hun kleren voor hem uit te trekken en zich zo aan hem over te geven? Het waren dan wel de sixties maar Nederland had nog maar net goed en wel de benauwde naoorlogse jaren achter zich gelaten en de eerste blote vrouw op televisie zou pas in 1967 de natie choqueren.

Morbide kant

In de documentaire De Vrouwen van Sanne Sannes (2009) van Frodo Terpstra, ook in de Kunsthal te zien, komt Sanne Sannes echter naar voren als een eigenwijze, wat sombere man van wie sommigen vermoeden dat hij als maagd gestorven is. Middels gesprekken met onder anderen familieleden, vrienden en zijn voormalig assistent, de latere D66-politicus Gerrit-Jan Wolffensperger, ontvouwt zich het beeld van een einzelgänger, iemand met een „merkwaardig cynisme, dat hij zelf wel eens sadisme noemde, en dat door sommige vrouwen zo vreemd werd gevonden dat het wel weer spannend was”, zegt Wolffensperger in de documentaire. Maar meer nog, vermoedt hij, kreeg Sannes vrouwen zo ver omdat ze zich veilig bij hem voelden: „Sanne wilde de erotiek fotograferen die hij zelf zo volkomen níét had. Bij hem werd de erotiek niet vertaald in een relatie, wat maakte dat die erotiek zich richtte op de camera en niet op de man achter de camera. Als Sanne een beeldschone, sexy fotograaf was geweest, had hij dit waarschijnlijk niet gekund.”

De trailer van ‘De vrouwen van Sanne Sannes’.

Hij benoemt in de documentaire ook de morbide kant van Sannes. „We moeten het niet dramatiseren in die zin dat hij zijn vroege dood voorvoelde, maar hij was vooral in zijn grappen heel vaak met de dood bezig”, zegt  Wolffensperger. Hij zat in 1967 met drie modellen bij Sannes in de auto toen die in Bergen tegen een boom reed en overleed.

Na de kunstacademie en militaire dienst, waar Sannes de beschikking had over een doka, kreeg hij al snel succes met zijn fotografie. Hij exposeerde in Nederland en in het buitenland, maakte een fotoboek, met gedichten van Hugo Claus (Oog om oog, 1964) en won verschillende prijzen.

Foto Kahmann Gallery, Amsterdam

„Zeker als je het vergelijkt met de preutsheid van nu zie je dat hij veel durfde, dat er veel mogelijk was”, zegt curator Charlotte Martens. „Bloot is nu, zeker op sociale media, een taboe geworden, terwijl we tegelijkertijd op internet van alles kunnen vinden. Door #metoo is seksualiteit bovendien beladen geworden. Sannes zag erotiek en seksualiteit juist als iets dat gewoon hoort bij de cyclus van het leven, net als de dood.”

Authenticiteit

Hij flirtte met ‘donkere krachten’, zoals hij dat zelf noemde, wat onder andere naar voren kwam in een aantal filmscenario’s die hij schreef, en waarvan hij er uiteindelijk maar één zou verwezenlijken. Dirty Girl (1966), een fotoroman die in 2018 door Eye werd gerestaureerd, vertelt het eenvoudige maar absurde verhaal van een vrouw die droomt van een bestaan waarin ze naaktmodel en prostituee is, en waarin ze uiteindelijk haar echtgenoot vermoordt. De VPRO wilde de film destijds niet uitzenden vanwege het ‘verregaande erotische en sadistische karakter’ ervan. Wie de beelden – snel gemonteerde foto’s achter elkaar die zo een filmisch verhaal vertellen – nu bekijkt, zal zich daarover verbazen. Zeker nu Eye bij de restauratie de originele geluidsbanden heeft toegevoegd, die wat onschuldig gekir en gegil laten horen, is de film eerder grappig dan erotisch.

Foto Kahmann Gallery, Amsterdam

Dat het werk van Sannes ook nu nog veel mensen aanspreekt heeft volgens Martens te maken met de authenticiteit van zijn foto’s. „De modellen speelden weliswaar een rol in de fantasie van Sannes, maar werden ook uitgenodigd zichzelf te zijn. Het zijn pure, emotionele foto’s. Zonder opsmuk. Tegenwoordig wil iedereen, met name jongeren, perfect in beeld komen. Door de komst van Photoshop en filters zijn foto’s van jezelf makkelijk op te poetsen. Dat is een artificiële manier van jezelf tonen. Is dat nou echt, of mooi? Dat kun je je afvragen. Bij Sannes was het gewoon zoals het was.”

Sanne Sannes, Extase, 1 februari t/m 10 mei in de Kunsthal in Rotterdam.