Vrij zijn is...indoor skidiven

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

Forenzen die na een lange werkdag via de A2 naar Utrecht rijden, zullen ter hoogte van skydivecentrum City Skydive moeite hebben om hun ogen op de weg te houden. Er zweven twee marsmannetjes in een van de twee doorzichtige buizen in het glazen gebouw. Ze dragen nauwgesloten vliegpakken en ronde helmen en hangen in vreemde houdingen in de lucht. Dan draaien ze op hun buik, pakken elkaars handen vast, en tollen ineens omhoog om uit het zicht te verdwijnen, alsof ze door een gigantische stofzuiger zijn opgezogen.

De marsmannetjes blijken twee gewone jongens die naar een biertje snakken als ze weer door de buis zijn uitgespuugd. Instructeur Rick Verbunt (31) en pupil Juul Joosten (29) hebben elkaar „op de dropzone” ontmoet, vertellen ze. Joosten is aan het oefenen voor de zomer, omdat hij dan wil freeflyen met een groepje mensen, oftewel in andere posities parachutespringen dan op je buik. Op je rug bijvoorbeeld, of verticaal als een potlood, met je hoofd naar beneden. Toch een andere tak van sport dan bellyflying, zeggen ze, waarbij je net wat minder hard naar beneden klettert.

Er zijn ook skydivers die alleen maar indoor vliegen, zegt instructeur Bastiaan Nolet. Hij heeft het NK artistic flying georganiseerd bij City Skydive en is Nederlands kampioen dynamic flying, de subvorm waarbij je in mooie lijnen moet vliegen. Hij springt bijna niet meer buiten, zegt hij. „Dat kost heel veel tijd. Je moet in de auto stappen, met het vliegtuig mee, je hebt vijftig seconden valtijd voordat je parachute opengaat, en dan moet je de parachute weer helemaal bij elkaar rapen voordat je nog een keer kan gaan.”

In de twintig meter lange windtunnels met een diameter van ongeveer vier meter kunnen sportvliegers meerdere ‘flights’ achter elkaar doen, en tussendoor op het droge oefenen. Bij de deur van het toilet doet een team formatievliegers alsof ze uit een vliegtuig springen. Ze trainen voor wedstrijden, waarbij ze in een minuut zoveel mogelijk figuren met elkaar moeten maken. De groep heeft andere pakjes aan dan de solovliegers, met extra stukken stof bij hun armen en benen, zodat ze elkaar makkelijk kunnen vastpakken. Net als het oudere stel dat onder supervisie van Nolet met elkaar aan het luchtdansen is.

Jonne de Jong (65) heeft haar man met parachutespringen ontmoet, maar is er nu te oud voor, zegt ze. Met een rugzak van twintig kilo in een vliegtuig stappen werd steeds moeilijker. Maar buiten springen vindt ze eigenlijk leuker. „Het is een heel andere spanning.”

De wind is ook anders buiten, zachter, mijmeren Verbunt en Joosten. Ze kunnen zich nu al verheugen op het springen met zonsondergang, als het niet meer zo vreselijk koud is. Dan worden er geen gekke capriolen uitgehaald, zeggen ze. „Dat is gewoon chillen en van het uitzicht genieten.”