Voortploeteren is nu het motto van de Britten

Essay Het cliché kan wel afgedankt worden: de Britten bleven kalm noch onverstoord onder de Brexit-perikelen. Nu met de EU een nieuwe verhouding wordt gezocht, is het tijd voor een realistischer spreuk.

Kalligrafie Guido de Boer

Hoe lang is een cliché houdbaar? Neus rond door de toeristenstalletjes in Londen en die vraag doemt op. Bezoekers uit Amerika, India en Nederland kunnen droog blijven met een Keep Calm and Carry On-paraplu en hun smartphone hullen in een Keep Calm and Carry On-hoesje. Er zijn zelfs Keep Calm and Carry On(e)-condooms voor veilige Britse seks. En dat terwijl de Britten kalm noch onverstoord bleven.

Niet ver van de toeristenwinkels verzamelde zich de afgelopen 3,5 jaar dagelijks een menigte om te demonstreren, voor en tegen de Brexit. Ze joelden: „Bollocks to Brexit” of „What do we want? Brexit. When do we want it? Now!

Dat de Britten een moeizame relatie met de Europese Unie onderhielden was bekend; dat ze erdoor bezeten raakten is nieuw. In 2013, het jaar dat premier David Cameron een referendum aankondigde, vond nog geen 10 procent van de Britten dat EU-lidmaatschap de belangrijkste kwestie voor het land. In aanloop naar de Lagerhuisverkiezingen in december 2019 was dit percentage 70 procent.

Rustig bleef het niet in het Verenigd Koninkrijk. De politie constateerde een toename aan meldingen van hate crimes kort na het referendum. Een kleine gewelddadige groep dissidenten gebruikte in Noord-Ierland de Brexit-onzekerheid om te stoken. Politici die uitgesproken Brexit-standpunten innamen werden bedreigd.

‘Mind the gap’ is breder dan de tegenstelling tussen Leave en Remain

De kloven die door de Britse maatschappij lopen zijn diep, talrijk en niet eenduidig. Mind the Gap geldt op meerdere manieren dan alleen de tegenstelling tussen Leave en Remain. Op maandag wordt geruzied over de Brexit-onderhandelingen en op woensdag slaat het vuur over naar de verhuisperikelen van Harry en Meghan. Aan de ene kant is de Brexit-discussie specifiek Brits – geen ander EU-lid overweegt uittreding. Aan de andere kant loopt de Brexit-ruzie langs dezelfde lijnen als de cultuurstrijd die in grote delen van het Westen woedt. Daarin schuilt de waarschuwende kracht van de Brexit voor voorstanders van Europese integratie: marginale politieke stromingen kunnen onder de juiste omstandigheden samenkomen met breder maatschappelijk ongenoegen en uitgroeien tot een gigantische kracht.

Geen vernedering

Tegelijkertijd is het belangrijk perspectief te houden. Ondanks het politieke gekift en een referendum-uitslag die jaren nagalmde, bleef grootschalig tumult uit. Geen nieuwe Battle of Orgreave, toen politie en stakende mijnwerkers in 1984 slaags raakten bij een cokesfabriek. Geen rellen, zoals in Brixton in 1981.

De werkloosheid is historisch laag (3,8 procent), de economie crashte niet na het referendum, de staatsfinanciën zijn relatief gezond – na een decennium hard bezuinigen. De koers van het pond is gezakt, maar dit leidde niet tot Britse „economische en monetaire puinhopen” (dixit Mark Rutte in juni 2016). Boris Johnson hoeft niet te doen als zijn verre voorganger James Callaghan, die in 1976 bij het IMF op zijn knieën moest voor een miljardenlening na een eerdere episode van politiek mismanagement. Toen was het VK failliet en vernederd.

‘Muddling through’ is een betere uitdrukking voor dit tijdperk

Johnson kan miljardeninvesteringen beloven. Als het aan hem ligt staat 2020 in het teken van een nieuw bestaan, de Brexit als een cesuur. Dat is niet voor het eerst. In 1945 repte Labour-premier Clement Attlee over een New Jerusalem, een nieuwe egalitaire verzorgingsstaat – met werk, onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg voor iedereen. Johnson wil ook meer banen, zekerheid, zorg en welvaart in ‘vergeten’ gebieden in Noord-Engeland en denkt in termen van scheppen en verlossen, maar mijdt die bijbelse termen. Hij rept over zijn ‘leveling-up agenda’, een term die meer thuishoort bij een tech-startup.

Maar uit alle economische analyses van de afgelopen jaren blijkt dat alle Britse regio’s beter af zijn, dat alle bedrijven betere perspectieven hebben, dat de rijken hoger en droger zitten als het VK in de toekomst zo dicht mogelijk tegen de EU aanschurkt. Johnson heeft na zijn verkiezingszege in december een royale meerderheid; hij benadert de politieke macht die Margaret Thatcher en Tony Blair bezaten, zodat hij simpel wegkomt met een eventuele draai naar het vasteland.

Toch is dat wellicht te gemakkelijk gedacht. Een deel van de Brexiteers zal de EU altijd wantrouwen. Ze kijken naar Europese integratie zoals Gary Lineker naar voetbal: twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win. In hun ogen is de EU een vehikel voor Duitsland om rijk te worden en macht uit te oefenen. Het is volgens hen niet in Brits belang daaraan mee te werken. Zij willen een pact met de VS. Dominic Cummings, de belangrijkste adviseur van Johnson, wil geen voortzetting van de status quo. Chaos is volgens hem nodig om ambtenarij en maatschappij op te schudden.

De moeilijkste keuzes moet Johnson nog maken. Als hij eerlijk is, verandert hij zijn slogan in: Got Brexit Halfway Done.

In 1940 bedachten de ambtenaren van het Britse ministerie van Informatie dat de leuze die zij op 2,5 miljoen posters hadden gedrukt de plank missloeg. Ze hadden door dat een bevolking natuurlijk níet stoïcijns reageert als het Duitse bommen regent. Ze lieten hun drukwerk vermalen voor hergebruik. Toen al was Keep Calm and Carry On passé. Dat geldt nu ook. Grote kans dat de Brexit niet meteen een economische en maatschappelijke ramp veroorzaakt, noch een doorslaand succes is. De echte kosten en voordelen kunnen pas over een jaar of tien bepaald worden en zijn even afhankelijk van externe ontwikkelingen (wordt Trump herkozen? Laait de handelsoorlog op?). Muddling through, voortploeteren, is een betere uitdrukking om dit tijdperk te beschrijven, maar dat is een tekst die geen toerist tijdens een verfrissend Brits buitje op zijn brolly wenst te hebben.