Staatssecretaris: geen vergoeding niet-noodzakelijke medische zorg asielzoeker

Asielzoekers Een Afghaanse meisje kreeg geen gehoorimplantaten vergoed, toen ze als 1-jarige naar Nederland kwam en geen recht leek te hebben op een verblijfsvergunning. Dat is terecht, schrijft de staatssecretaris voor Asiel nu.

Kalma (3 jaar oud), die in officiële stukken Ewa wordt genoemd. Ze is doof en gewond in haar gezicht.
Kalma (3 jaar oud), die in officiële stukken Ewa wordt genoemd. Ze is doof en gewond in haar gezicht. Foto Catrinus van der Veen

De Nederlandse staat is niet financieel verantwoordelijk voor medische zorg voor asielzoekers (-kinderen) zonder verblijfsvergunning, als die zorg niet noodzakelijk is. Dat schrijft staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel, VVD) deze donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De brief is een antwoord op de individuele zaak van het Afghaanse meisje Ewa, zoals ze in officiële stukken wordt genoemd. Zij kwam in 2013 op 1-jarige leeftijd met haar ouders naar Nederland, toen bleek dat ze doof is. Een jaar later concludeerde het Universitair Medisch Centrum in Groningen (UMCG) dat het meisje baat zou hebben bij speciale gehoorimplantaten, waardoor ze zou kunnen leren horen en spreken. Omdat het gezin op dat moment geen verblijfsvergunning had, werden de implantaten niet vergoed. De ouders konden ze zelf niet betalen en het meisje kreeg ze daarom niet.

‘Tekortgeschoten’

De Kinderombudsman, Margrite Kalverboer, deed onderzoek naar de zaak. In een rapport dat in september verscheen oordeelde ze dat de kinderrechten van het Afghaanse meisje niet zijn nageleefd, omdat de belangen van het kind niet goed werden afgewogen. Zowel het UMCG als de betrokken overheidsinstanties zijn tekortgeschoten, schreef ze.

„Het ziekenhuis vond het belangrijker dat er voor de implantaten en behandeling betaald zou worden dan dat Ewa de implantaten nodig had”, aldus de ombudsman. „Het ministerie vond het belangrijker om een voorbeeld te stellen voor andere vluchtelingen dan de implantaten voor Ewa te vergoeden.”

De staatssecretaris zegt nu het daar niet mee eens te zijn en legt de bevindingen van Kalverboer naast zich neer. Broekers-Knol schrijft dat Nederland het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind anders interpreteert: „Het feit dat Nederland bepaalde zorg technisch gezien kan bieden betekent niet dat daarmee gelijk ook recht op die zorg ontstaat.” En: „Wanneer Nederland verplicht zou zijn om altijd de zorg te leveren die hier mogelijk is, zou Nederland het ziekenhuis van de wereld (kunnen) worden.”

Implantaten niet noodzakelijk

Ook wijst de staatssecretaris erop dat „medische aandoeningen geen reden zijn om voor asielbescherming in aanmerking te komen”. Asielzoekers in opvangcentra zijn minimaal verzekerd voor ziektekosten. Ook is het voor ongedocumenteerden mogelijk om een deel van de kosten voor medisch noodzakelijke zorg vergoed te krijgen, als zij die zelf niet kunnen betalen. Wat er precies onder ‘noodzakelijk’ valt, is vastgelegd in een richtlijn. Deze gehoorimplantaten vielen daar niet onder.

De staatssecretaris erkent dat ze wil voorkomen dat anderen ook naar Nederland komen voor complexe zorg. „Doofheid is een beperking, welke je verlicht door de plaatsing van implantaten”, schrijft de staatssecretaris. „Als je dat in dit geval zou moeten doen, zou je ook andere beperkingen moeten verlichten of wegnemen, al naar gelang wat medisch mogelijk is in Nederland.”

In 2018 kregen het meisje en haar familie alsnog een verblijfsvergunning, nadat toenmalig staatssecretaris Mark Harbers (VVD) zijn discretionaire bevoegdheid inzette. Uiteindelijk kreeg Ewa op 6-jarige leeftijd één gehoorimplantaat vergoed. De kans is groot dat het meisje er nu toch niet goed mee zal leren horen en spreken. Dat wordt moeilijker naarmate een kind ouder is als het de implantaten krijgt. Er wordt daarom eerst gekeken of het ene implantaat voldoende werkt om een tweede te plaatsen.