Een roadtrip door de Sahara, met militairen als reisgezellen

Reizen Een roadtrip door de Sahara is avontuurlijk, maar veel routes zijn er niet. Op zoek naar een nieuwe weg: van Algerije naar Mauritanië.

Foto Gerbert van der Aa

Bashir, eigenaar van de camping in Taghit, kijkt me verbaasd aan. Mijn plan om vanuit Algerije dwars door de Sahara naar Mauritanië te reizen klinkt hem nogal ambitieus in de oren. „Zover ik weet is de grens voor toeristen gesloten”, zegt hij aarzelend. „Net als grote delen van de Algerijnse Sahara.” Op de camping in Taghit, een oud lemen vestingstadje van ongeveer 6.000 inwoners aan de voet van honderden meters hoge duinen, is dan ook helemaal niemand.

Voor de poort van de kampeerplaats, waar acacia’s voor schaduw zorgen, staat mijn 35 jaar oude Toyota Land Cruiser. De afgelopen weken reed ik daarmee, samen met een vriend, van Nederland naar Italië, waar we de boot namen naar Noord-Afrika. Zouden we hier dan stranden? Bashir is niet de eerste die beweert dat de grens dicht is. „Mogelijk heb ik niet de juiste informatie”, probeert hij me moed in te praten. „Ik zal eens rondvragen.”

Al decennialang rijden Europese toeristen met hun eigen auto dwars door de Sahara naar West-Afrika. Ook de vriend en ik maken graag avontuurlijke roadtrips. Maar het aantal routes is beperkt, omdat islamitische extremisten grote delen van de Sahara onveilig maken. Alleen vanuit Marokko en Egypte was het de afgelopen jaren mogelijk om zonder onverantwoorde risico’s de grootste woestijn ter wereld over te steken.

Nu is er naar verluidt een nieuwe route, van Algerije naar Mauritanië. Op het forum van reiswebsite horizonsunlimited.com lees ik dat toeristen via deze route, die grofweg begint in Taghit en zo’n 1.800 kilometer verderop eindigt in de stad Zouerate, de Sahara hebben doorkruist. Probleem is dat niemand het bericht kan bevestigen. Volgens een reisorganisatie in Mauritanië is de grens voor iedereen open, maar vanuit Algerije hoor ik dat alleen lokaal vrachtverkeer de route mag gebruiken. Omdat niemand zekerheid kan geven, hebben we besloten de proef op de som te nemen.

De route van Taghit in Algerije naar Zouerate in Mauritanië is zo’n 1.800 kilometer.

„Waar willen jullie heen?”, vraagt Oussama, de soldaat die onze papieren controleert bij een wegversperring zo’n 100 kilometer ten zuiden van Taghit. Net als veel andere functionarissen spreekt hij naast Arabisch vloeiend Frans, de taal van de het voormalige koloniale moederland. Oussama lijkt niet verbaasd dat ons reisdoel Mauritanië is. „Ik ga even overleggen”, zegt de twintiger, voordat hij verdwijnt in een container die functioneert als kantoor. Gespannen kijk ik voor me uit. In de verte steekt een kudde kamelen de weg over.

Al snel komt Oussama, in groen uniform en zwarte enkellaarsjes, weer tevoorschijn uit de container. „Er is geen enkel probleem”, zegt hij tot mijn opluchting. „Maar we gaan wel een escorte regelen, voor jullie veiligheid.” Een auto van het leger zal voor ons uit gaan rijden, helemaal tot aan de grens met Mauritanië, zo’n 1.000 kilometer verderop. „Op het hele traject ligt uitstekend asfalt”, aldus Oussama. „Dus het is minder ver dan het lijkt.” Terwijl we wachten op het escorte, waarvoor we niet hoeven te betalen, maakt Oussama een praatje. „Ik wil ook graag reizen”, vertrouwt hij me toe.

Het escorte, een Nissan Patrol met twee soldaten, arriveert na anderhalf uur. We krijgen te horen dat we min of meer in één ruk naar de grens moeten rijden, met onderweg slechts een paar korte stops om te tanken en te eten, en een hotelovernachting in de stad Tindouf. Het gebied waar we doorheen moeten is een militaire zone. Op eigen houtje rondkijken, wat in het noorden van Algerije wel mag, is hier verboden.

Mitrailleurschoten

Over breed asfalt, inderdaad zonder gaten, rijden we urenlang door een vlak woestijnlandschap. In alle richtingen hebben we een weids uitzicht. Onderweg zien we zelden andere auto’s en alleen af een toe een kleine nederzetting. Na een nacht in een hotel, met een politieman in de receptie die over ons waakt, arriveren we de volgende dag op de grenspost, die uit niet meer bestaat dan een paar gloednieuwe gebouwen midden in de woestijn. Hier houdt het asfalt op en begint een 700 kilometer lang zandspoor, dat eindigt in de Mauritaanse stad Zouerate. Vanaf hier mogen we zonder escorte verder. Of dat komt doordat het in Mauritanië veiliger is, of door laksheid van de lokale autoriteiten, is niet helemaal duidelijk.

Net buiten de Algerijnse stad Taghit. Foto Gerbert van der Aa

De volgende dag, als we 200 kilometer na de grens de militaire post Ain Bin Tilli naderen, worden we opgeschrikt door een paar harde knallen. Het duurt even, maar dan besef ik tot mijn schrik dat het mitrailleurschoten zijn. Wordt er op ons gericht, of zijn het waarschuwingsschoten in de lucht? Rustig blijven, zeg ik met mijn hart in de keel. Ik stop de auto en stap uit, met mijn handen omhoog. Uit de verte nadert een pick up, die tot mijn opluchting van het Mauritaanse leger blijkt te zijn. Geen extremisten dus van Al-Qaida, dat sinds 2003 al zeker vijftig westerlingen ontvoerde in de Sahara. „Excuses voor de schoten”, zegt de militair achter het stuur, als hij naast ons is gestopt. „Maar we dachten dat jullie terroristen waren, die rijden ook vaak in zo’n oude Land Cruiser.”

Een paar honderd meter verderop steken de antennes van de militaire post Ain Bin Tilli de lucht in. Een kudde geiten knabbelt aan verdord gras. „Is jullie op de grens niet verteld dat je niet dichtbij militaire installaties mag komen?” vraagt de soldaat. Hij wijst naar een watertoren, die we een paar minuten geleden zijn gepasseerd. „Dat is de plek waar bezoekers halt moeten houden.” Nadat de militairen nogmaals excuses hebben aangeboden, mogen we onze reis vervolgen.

Laat in de middag slaan we ons bivak op bij een aantal grote rotsblokken. We kamperen wild, net als de nomaden die hier leven. Een kraai landt op een van de rotsen, alsof hij komt kijken of er iets te halen valt. Behalve een paar nomaden en de militairen zijn we vandaag vooral veel hagedissen tegengekomen. Vaak stuiven de reptielen, soms wel een meter lang, vlak voordat we passeren naar hun hol.

Een militaire post, 100 kilometer van Taghit. Foto Gerbert van der Aa

Om in de woestijn niet om te komen van honger of dorst heb ik de Land Cruiser volgeladen met proviand. In de laadruimte staan jerrycans met meer dan honderd liter water en zeker voor een week voedsel. Met het hout dat we onderweg gesprokkeld hebben (ook in de Sahara staat af en toe een boom) maken we een houtvuur en koken we pasta. Niet veel later gaat de zon onder, en verschijnen er duizenden sterren aan de hemel. De temperatuur, in de winter overdag rond de dertig graden, zakt geleidelijk. Maar het wordt niet steenkoud. Een jas is niet nodig.

‘Jullie zijn de eersten’

„Dus de nieuwe trans-Sahara route door Algerije is echt open?” Zaida, eigenaresse van een herberg in Wadane, een Mauritaans stadje van ongeveer 3.500 inwoners, wil er alles van weten. In een nomadentent, op de binnenplaats van haar herberg, zit ze op een tapijt op de grond. „Ik hoor al een jaar verhalen over deze nieuwe route”, zegt ze als ik mijn verhaal heb verteld. „Maar ik sprak niet eerder toeristen die ook werkelijk zo naar Mauritanië zijn gekomen. Jullie zijn de eersten.”

El Beyyed, een oase ten noorden van Wadane in Mauritanië. Foto Gerbert van der Aa

Een zoon van Zaida brengt glaasjes thee, haar zus is bezig met het eten. Sinds een paar dagen zijn we weer in de bewoonde wereld, met winkels waar we eten en drinken kunnen kopen. Niet langer zijn we volledig op onszelf aangewezen. De doorsteek van de Sahara, via de nieuwe route van Algerije naar Mauritanië, kan ik nu echt als geslaagd beschouwen. „Tijd om even bij te komen”, lacht Zaida.

Lees ook: Te paard langs overweldigend landschap en ingeslapen dorpjes

In de weken na onze reis, die plaatsvond in oktober 2019, lukte het ook andere toeristen om via deze nieuwe route de Sahara te doorkruisen. Net als wij kregen ze een militaire escorte op het laatste stuk door Algerije, zo kwam ik te weten via sahara-overland.com. Wie dezelfde reis wil maken, dient te beseffen dat een toeristenvisum voor Algerije niet eenvoudig te krijgen is. De ambassade in Den Haag eist dat je een lange lijst documenten overlegt, en dan nog is het onzeker of de aanvraag wordt goedgekeurd. Bovendien raadt het ministerie van Buitenlandse Zaken af om door dit gebied te reizen. De nieuwe Sahara-route is open, maar niet zo makkelijk te rijden.