Opinie

Opa’s bibliotheek

Foto Merlijn Doomernik

In september werd het huis van mijn opa verkocht, mijn moeder en ik hadden drie weken om het leeg te halen. Het Perzische tafelkleed dat elke avond om halfzes werd opgerold om plaats te maken voor het avondeten, het lange en het korte bestek dat altijd ab-so-luut moest worden opgeborgen in aparte lades, al die spullen waaraan rituelen waren verbonden die ik mijn hele leven vanzelfsprekend vond, ineens was het maar troep. Ik redde de gordijnen, de koekoeksklok, de kruk waarop ik zat toen oma me probeerde te overtuigen om mijn beste vriendin te daten nadat mijn moeder haar verteld had dat ik een vriendje had. De rest ging naar mijn tantes, de kringloop of het grofvuil. En toen was de plek waar ik mijn hele leven kwam om uit te rusten, mijn ‘normaal’, alleen nog maar een lege huls. Om door te geven aan een andere familie.

Maar mijn opa leeft nog gewoon. In een kamer op de eerste verdieping van een verzorgingstehuis. Wat warriger en breekbaarder dan hij ooit was, maar nog steeds mijn opa. „Dit heeft toch allemaal geen zin meer”, zei hij de eerste keer dat ik hem opzocht. Met hangende mondhoeken, vanuit zijn oude vertrouwde opastoel, nu met uitzicht op een snelweg. Ik dacht aan de foto’s van opa, als baby, op schoot bij mijn betovergrootmoeder (in klederdracht!), opa met oma voor het stadhuis van Marum, opa in de jaren tachtig, ineens met Tom Selleck-snor. „Misschien is ook dit onderdeel van het avontuur?”, vroeg ik. „Jaja”, bromde opa, „het zal wel.”

In veel opzichten zijn mijn opa en ik elkaars tegenpolen. Hij is ‘een witte man’ van 90, die zijn hele volwassen leven niet hoefde te koken of schoon te maken en die geen vertrouwen heeft in vrouwen achter het stuur. Ik ben 35, half-Surinaams, homo, heb geen rijbewijs en huil om films met Julia Roberts. Maar hij is een van de mensen die mij dit leven gaf. „Wanneer een oude man overlijdt, verbrandt er een bibliotheek”, schreef de Malinese schrijver Amadou Hampâté Bâ. Ook in mijn opa – en in alle andere bewoners van zijn verzorgingstehuis – schuilt een bibliotheek. Hij groeide op in een boerderij zonder verwarming, hij zag de Tweede Wereldoorlog, de eerste tv, de landing op de maan, George Bush, Donald Trump, Kim Kardashian, het internet en ondertussen trouwde hij, kreeg hij kinderen die kinderen kregen, stierven zijn ouders, zijn buren, zijn vrienden, zijn vrouw.

Ik wil zijn bibliotheek lezen, zijn verhalen horen, en voor het niet meer kan wil ik hem vragen wat hij er allemaal van begreep.

Ik stelde hem het idee voor tijdens mijn volgende bezoek. Opa begon onmiddellijk te fronsen. „Maar, maar, maar”, sputterde hij tegen. Ik stelde hem gerust. „Dit wordt geen column over de Nederlandse verzorgingsstaat, maar over jou. We gaan Het Nederlandse Volk vertellen wat jij geleerd hebt van je leven. Ik bedoel: als je wilt?”

Toen zei hij niets meer. Hij lachte alleen maar, tevreden. Hij vond het leuk.