O, hoe eetbaar woorden zijn!

Zin in eten Koken doen veel mensen, eten doet iedereen. Marjoleine de Vos over zien, ruiken, proeven, samenzijn en onbeschroomd opmerkelijke eetgewoonten.

Foto NRC

Het is nu eenmaal zo: we hebben zo ongelooflijk veel te eten, dat het idee dat eten in de eerste plaats met honger te maken heeft sterk naar de achtergrond is verdreven. Eten heeft vaak in de eerste plaats te maken met leuk en lekker en gezellig, met zin in koken, met trek in iets zoets of hartigs, enzovoort. Dat weet iedereen. Je wordt soms een beetje moe van alle kookboeken en alle tips om iets lekker en nog lekkerder te maken – alsof ons belangrijkste doel is om onszelf te verwennen.

Ons eten is er veel heerlijker uit gaan zien dan vroeger, kleuriger en geuriger, in de supermarkten of op de gewone markt kun je alles krijgen, vreemde en originele buitenlandse ingrediënten, voor authentiek Italiaans koken draait niemand haar hand meer om.

Je zou dus denken dat onze smaak er enorm op vooruit is gegaan nu we niet meer tot pap gekookte bloemkool, grijze slijmerige lof of andijvie met een kooktijd van drie kwartier eten.

Toch eten mensen dingen die niet snel gepropageerd zullen worden. Las op Twitter de antwoorden op een vraag van Quest-redacteur Mark Traa: „Heb jij ongebruikelijke eetgewoonten?”

Nou, dan hoor je eens wat anders dan al die verantwoorde recepten. De mensen dopen kaas in de vla, hollen de kroket uit en vullen die met appelmoes en/of friet, laten beschuit met hagelslag expres zompig worden in de magnetron, of besmeren leverworst met Duo Penotti. Iemand raadt aan om blokjes kaas en chocola in de vriezer te leggen en ze dan om en om op te eten. Een ander eet aardappelkroketjes zo uit de vriezer, of neemt boerenkool met worst als ontbijt, of eet paprikachips op brood.

Heerlijk om te weten. Sommige dingen kan ik heel goed navoelen (een opgebakken kliekje stamppot op brood, mmm!) andere niet of nauwelijks (een eierkoek met roompaté). Het aardige is dat mensen niet brave ‘guilty pleasures’ hebben opgeschreven, dingen waar ze zich helemaal niet ‘guilty’ over voelen maar waar ze alleen maar mee willen koketteren, maar gewoon onbeschroomd opmerkelijke voorkeuren. Al schrijven sommigen erbij dat ze het alleen doen als niemand kijkt (een wit bolletje met mayonaise besmeren en daar dan Saksische leverworst op).

Pannenkoeken met mayo

Interessant genoeg krijg je er trek van als je het leest. Niet omdat ik nu zelf pannenkoeken met mayonaise wil eten, maar ik stel me ineens voor wat je wél op een pannenkoek zou kunnen doen en het hele woord pannenkoek begint verleidelijk naar me te knipogen en tralala en kom maar hier te zingen. Sommige woorden (‘kroket’) zijn onweerstaanbaar als het om eten gaat. ‘Een bord spaghetti’ is ook zo’n mededeling waar ik moeilijk tegen kan, dan ren ik al bijna naar de keuken.

Dat het met foto’s zo werkt, weet je wel – dat weten eetfotografen ook. Maar hoe eetbaar woorden zijn! Rutger Kopland schreef eens een gedicht over hoe poëzie kan transformeren tot echt eten, zoals ook, zie Johannes, het woord vlees geworden is. Kopland schrijft dat je je kunt voorstellen dat een gedicht

een heldere soep kan opleveren een doorleefde wildschotel een luchtig nagerecht een mooie bordeaux”.

Ja, misschien kun je je dat voorstellen. Maar dat poëzie een rolmops met hagelslag kan opleveren en dat je dan tóch nog zin krijgt in eten – nee.