Niet meteen prikken maar scannen bij vermoedens prostaatkanker

Bij verdachte bloedwaarden wordt vanaf nu een MRI-scan van de prostaat gemaakt. Dit voorkomt het onnodig afnemen van twaalf biopten.
Een MRI-apparaat in een ziekenhuis in de Franse stad Lyon.
Een MRI-apparaat in een ziekenhuis in de Franse stad Lyon. Foto Andia via Getty Images

Nederlandse ziekenhuizen werken sinds woensdag met een nieuwe richtlijn voor de behandeling van prostaatkanker. Dit nieuwe protocol schrijft voor dat mannen bij wie in het bloed een aanwijzing voor de aanwezigheid van prostaatkanker wordt gevonden in principe eerst een MRI-scan krijgen. Eerder werd er in zo’n geval meteen twaalf keer geprikt om weefsel te onderzoeken. Dat maakte Radboud UMC woensdag bekend.

De nieuwe richtlijn volgt uit onderzoek van radioloog Jelle Barentsz bij het Radboud UMC. In principe moet het protocol nu in alle ziekenhuizen van kracht zijn, maar „het zal nog even duren voordat we up en running zijn”, zegt Barentsz. Nog niet overal is voldoende apparatuur en genoeg opgeleid MRI-personeel. Jaarlijks kan de MRI-methode bij ruim 25.000 mannen een onnodige en pijnlijke ingreep voorkomen, die ook tot complicaties kan leiden, stelt Barentz. Ook zou het goedkoper zijn. Als de MRI-scan verdachte plekken in de prostaat toont, kan met de scan gerichter weefsel worden afgenomen, in slechts drie prikken. Ook wordt „misprikken” voorkomen.

Vaak wordt toch geprikt

Dit ligt iets genuanceerder, stelt Martijn Busstra, uroloog bij het Erasmus UMC en Anser prostaatcentrum. Een MRI is niet altijd mogelijk, patiënten met een pacemaker of claustrofobie kunnen soms niet in de machine. Bovendien wordt tegenwoordig een speciale berekening gebruikt om te bepalen hoe groot de kans is dat iemand te maken heeft met prostaatkanker, de ‘prostaatwijzer’ — eerder werd alleen naar verhoogde bloedwaarde (PSA-waarde) gekeken, waardoor veel sneller alarm werd geslagen.

„Je kunt niet meer om de MRI heen, dat is echt zo”, zegt Busstra, „maar zonder prikken kun je niet met zekerheid uitsluiten dat iemand prostaatkanker heeft”. Na een MRI wordt vaak toch nog geprikt, voor de zekerheid, stelt de uroloog. Volgens radioloog Barentz biedt de MRI-scan het voordeel dat enkel agressieve kankers te zien zijn, waardoor onnodige behandelingen voorkomen zouden worden. Busstra ziet dit niet zo zwart-wit: er zijn mannen die zich er niet bij neerleggen en toch verder onderzoek willen. Ook artsen willen vaak alles uitsluiten en zoeken toch verder.

Ook wijst Busstra op een tweede ontwikkeling die het aantal complicaties bij onderzoek heeft teruggedrongen. „We prikten eerst via de endeldarm, dit leidt in 4 procent van de gevallen tot een infectie, ondanks gebruik van antibiotica. Dit jaar zijn we overgegaan op een biopt afnemen via de huid.”

Ieder jaar zijn er 40.000 mannen met een verhoogde PSA-waarde waarbij onderzoek wordt gedaan, waarvan een kwart prostaatkanker blijkt te hebben. Jaarlijks leidt het onderzoek met de twaalf prikken bij meer dan duizend mannen tot problemen, zoals bloedingen of een ontsteking.