‘Groots en meeslepend is onze liefde nooit geweest’

Exgenoten Hoe kijk je terug op een relatie? Na acht jaar samen vroeg Remco ‘hou je nog van me’ en zei Wendy zomaar ‘nee’.

Illustratie Martien ter Veen op basis van privéfoto’s

‘Ik zie mezelf nog staan bij dat fauteuiltje in de woonkamer. Een woensdagavond in maart. Remco zou gaan squashen en kwam me nog even gedag zeggen, zijn sporttas over z’n schouder. Hij vroeg: ‘Hou je nog een beetje van me?’ Het was een volkomen onschuldige, haast routinematige vraag.

„Ik was 27, we waren al sinds mijn 19e samen. We hadden het goed. Althans, dat dacht ik. Dat dacht iedereen in onze omgeving, onze ouders, onze vrienden.

„Het was eruit voor ik het kon tegenhouden. ‘Nee, ik geloof niet dat ik nog van je hou.’ Ik weet niet eens wie er harder van schrok, hij of ik. Maar hij zei: ‘Dankjewel’, gaf me een kus op mijn mond en ging squashen. Ik heb daar nog lang gestaan. Wat had ik gezegd? Wat nu? Hoe moest dat met ons huis? Onze levens?

„Achteraf denk ik dat we misschien te snel zijn gaan samenwonen. We waren zo jong. Allebei een drukke baan, een vol sociaal leven, we hadden te weinig oog voor elkaar. Wisten niet hoe belangrijk het was om met elkaar te communiceren. Wisten niet eens hoe dat moest. Het grappige is dat we dat nu, twintig jaar later en allebei getrouwd met iemand anders, veel beter kunnen.

„Ik ben ontzettend dankbaar dat Remco nog steeds in mijn leven is. Hij heeft zelfs de foto’s gemaakt op mijn bruiloft met Ron. En laatst heb ik hem meegesleept naar een Ikigai-workshop. Ron wilde niet, en het leek me wel wat voor Rem. Aan het einde moesten we samen een oefening doen en toen die lukte was er zo’n ontlading. We hebben elkaar een hele tijd staan omhelzen.”

‘Als ik nu kijk naar foto’s van onze laatste vakantie, in Noord-Ierland, zie ik het in haar ogen. Ze was niet meer gelukkig. Ze hield me al op afstand toen, maar dat realiseerde ik me pas achteraf. Die woensdagavond kwam het in elk geval als een volslagen verrassing. ‘Rem, kom even zitten, ik moet je wat vertellen’, zei ze. ‘Ik weet niet zeker of ik nog wel van je hou.’

„Groots en meeslepend is de liefde tussen ons nooit geweest. We hebben elkaar ontmoet in de kroeg, werden verliefd en gingen samenwonen. We hadden het leuk samen. Heel leuk zelfs, zeker de eerste jaren. Veel feestjes, mooie vakanties, altijd vrienden over de vloer. Maar er was nauwelijks ruimte voor gesprek, voor diepgang. Ik voelde de behoefte daaraan wel, maar ik had nooit geleerd me uit te spreken. Bij ons thuis werd ook niet gepraat.

Lees ook: Waar je op moet letten bij scheiden

„Mijn ergernis over haar slordigheid slikte ik in. De eenzaamheid als ze me afwees in bed, ik probeerde er niet te veel over na te denken. Ik vond het heel dapper van Wendy dat ze de boel durfde open te breken. Dat zij durfde te zeggen wat we eigenlijk allebei al best lang voelden. Dat de liefde op was.

„Het heeft me na Wendy nog twee relaties, waaronder die met de moeder van mijn zoon, gekost voordat ik mijn les leerde: dat ik moet praten. Toen het voor de derde keer misging, ben ik in therapie gegaan. Ik leerde meer voor mezelf op te komen. Dat het gewoon niet werkt, tenzij ik uitspreek wat ik op mijn hart heb. Anderhalf jaar geleden ben ik getrouwd met Stefanie. Met haar word ik honderd.”

Meedoen met deze rubriek? Mail exgenoten@nrc.nl