Opinie

Dordrecht, vier écht feest!

Dordrecht viert dit jaar zijn 800ste verjaardag. Dat is het verkeerde jaar, en de herdenking wordt lang niet groots genoeg aangepakt, vindt Frank van Dijl. Dordrecht gaat te achteloos om met zijn eigen, indrukwekkende geschiedenis, vindt hij.

Illustratie Rik van Schagen
Illustratie Rik van Schagen

Als Dordtse jongen fietste ik na schooltijd door de straten van de stad waar ik trots op was, proberend me voor te stellen hoe het was om hier in vroeger eeuwen geleefd te hebben. Dit was wel de oudste stad van Holland, hè, waar in 1572 de Eerste Vrije Statenvergadering was gehouden, nota bene in het gebouw, misschien wel in dezelfde ruimte, als waar ik wekelijks met de andere jongens van mijn klas gymnastiek had.

Nog altijd maakt mijn hart een sprongetje als ik in een buitenlands museum een ‘Gezicht op Dordrecht’ zie met zeilboten op de rivier en die kenmerkende stompe (want omdat hij tijdens de bouw ging verzakken nooit met een spits bekroonde) toren van de Grote Kerk. Die ruim twee meter uit het lood staande toren herken ik uit duizenden. Ik weet nog hoe ik het in mijn benen voelde als ik de 275 traptreden naar boven had geklommen om vanaf 65 meter hoogte in alle windrichtingen te kunnen kijken.

Omdat ik in Dordrecht ben geboren, weet ik dat een stad niet een stad kan zijn als er geen rivier langs of doorheen stroomt.

Dit jaar viert Dordt zijn 800ste verjaardag, althans: 800 jaar stadsrecht. Werd de stad dan in 1220 geboren? Er is wel een document uit 1220 dat al die eeuwen in een ijzeren kast is bewaard en waarvan het perkament deels is vergaan. De historicus Henk ’t Jong, auteur van het succesvolle De dageraad van Holland. De geschiedenis van het graafschap 1100-1300, zegt daarover: „Dat is een uniek iets, bijzonder ook dat het al die tijd is bewaard. Dat betekent dat het belang ervan ook toen al werd onderkend.” Het document uit 1220 bevestigt volgens hem de privileges en rechten die Dordrecht al langer had: „Er is een chartertje uit 1200 waarin Dordrecht al stad wordt genoemd en Dordtenaren het recht kregen om laken te verhandelen. Er was dus al stadsrecht vóór 1220, waarschijnlijk al sinds het einde van de twaalfde eeuw.”

Wat het document van 1220 zo belangrijk maakt, is dat graaf Willem I Dordrecht het keurrecht gaf. „Daarmee kreeg de stad het recht om zelfstandig regels en wetten op te stellen. Het duidt erop dat de handel voor 1220 al zo belangrijk was, dat het noodzakelijk was om die te reguleren, én dat schout en schepenen toen al in staat waren om de regels en wetten te handhaven. Zo kon Dordrecht zich ontwikkelen tot de belangrijkste handelsstad van Holland”, zegt Henk ’t Jong.

Gesloopt

Op zijn blog Apud Thuredrech laat hij zich wel eens kritisch uit over de manier waarop Dordrecht met zijn geschiedenis omgaat. In de negentiende eeuw werden de stadsmuur en veel historische gebouwen gesloopt. Na de oorlog kwam de genadeslag met de grootscheepse sanering van de oude binnenstad.

Dat de aanleiding om in 2020 feest te vieren onjuist is, is tot daaraan toe, maar de gemeente Dordrecht pakt ook lang niet groots genoeg uit voor de herdenking. Waarom? De verkoop van Eneco aan Mitsubishi levert de stad 370 miljoen euro op, dus aan het geld kan het niet liggen. Er is een onderwijsproject, er komen ‘Dordtse Wijkfeesten’ (waarvoor de wijkbewoners zelf plannen moeten verzinnen) en in het najaar gaat in Dordrecht Museum een grote tentoonstelling open omdat het 400 jaar geleden is dat de schilder Aelbert Cuyp werd geboren, een tentoonstelling die dus toch wel gehouden zou worden.

Maar wat ik bijna vergeet: „Wethouders en de burgemeester gaan de komende maanden met een feestkar de wijken in om 800 jaar Dordrecht onder de aandacht te brengen.” Dat staat op dordrecht.nl.

Een feestkar! Laten we daar niet licht over denken.

journalist en eetrecensent voor deze krant