Opinie

De Britten verlaten de Europese Unie, niet Europa

Brexit

Commentaar

De Britten stappen deze vrijdag echt uit de Europese Unie, en sommigen met hooggespannen verwachtingen over wat hun nieuw herwonnen vrijheid zal brengen. Tot nu toe gedroegen de overgebleven lidstaten zich soms als de verontwaardigde vriendin in de internetmeme, wier man omkijkt naar een andere vrouw. Maar de EU-27, waaronder Nederland, kunnen niet langer pretenderen dat de Britten tot inkeer zullen komen.

De partner die zich al sinds begin jaren negentig in andere richting bewoog door talrijke opt-outs te claimen en de afgelopen jaren ook mentaal afdreef, is weg. Vanaf morgen is het Verenigd Koninkrijk op papier een ‘derde’ land.

Lees ook Wat er na de Brexit wel/niet verandert

De Britten blijven echter buren. Buren met wie Nederland meer deelt dan het EU-lidmaatschap. Er was immers ook een relatie vóór 1973, het jaar waarin zij lid werden.

Zie bijvoorbeeld de door Cornelis Vermuyden drooggemalen Fens ten noorden van Cambridge. Of de overblijfselen van de Holland mania die Engeland in 1688 overspoelde na de komst van stadhouder Willem III als hun koning. En denk, recenter, aan de Britse inzet in de Tweede Wereldoorlog, waarvan de talrijke herdenkingsmonumenten in Nederland de stille getuigen zijn. Zie ook Brits-Nederlandse bedrijven als Shell en Unilever.

De relatie was niet altijd frictieloos, maar wel gestoeld op gedeelde waarden, een trans-Atlantische houding en een vrijhandelsgeest. Dat was ook een van de redenen waarom Nederland de Britten zo graag bij de Europese Economische Gemeenschap wilde betrekken. De afgelopen decennia kon Den Haag op Londen rekenen als aanjager van de interne markt, van mededingingsbeleid en van uitbreiding naar het oosten.

De Britten hielden Nederland en de andere Europese lidstaten binnen de club een spiegel voor. Omdat zij naar ieder nieuw voorstel keken met de ogen van een scepticus, met die van de buitenstaander die ze zich 47 jaar lang bleven voelen, fungeerden zij als intern criticus binnen eigen gelederen. De vraag is of een – en dan welk – land zich die broodnodige rol durft aan te meten.

Het risico bestaat de Britten nu te blijven bekijken door het prisma van de Brexit. Maar het feit dat zij uit de Europese Unie zijn gestapt, betekent niet dat de samenwerking in andere multilaterale organisaties opeens ook wordt beëindigd. Binnen de NAVO en de Verenigde Naties blijven de Britten bondgenoten. Op veiligheidsgebied zal de relatie nauw blijven, maar wel anders worden.

Wrok blijven koesteren past ook niet als het gaat om handel. De Britten zullen een concurrent worden. Dat zij uit de pas zullen gaan lopen wat regulering betreft is een gegeven. Ze wilden zich immers niet meer aan Europese regels houden. De komende maanden zal bij de onderhandelingen over een nieuwe Brits-Europese relatie duidelijk worden hoe groot de verschillen gaan worden. Maar een nieuwe concurrent aan de overzijde van het Kanaal biedt ook kansen, zeker voor een handelsnatie als Nederland.

Het vergt lef en verbeeldingskracht om een nieuwe relatie aan te gaan. Waarbij hoofd en hart vooral moeten beseffen dat de Britten Europa niet verlaten, alleen de EU.