Recensie

Recensie Uit eten

Caraïbische hapjes om je vingers bij af te likken

Uit eten Amsterdam Petra Possel recenseert elke week een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Aziz Kawak

We zijn dol op de Caraïben, sterker nog: we reizen zo vaak als ons budget toelaat – en de vliegschaamte ons niet te veel naar de kaken stijgt – af naar die wereld waar alles wat gemakkelijker lijkt te gaan, ook al weten we echt wel dat ons koude kikkerlandje de meeste welvaart biedt. Maar wat we keer op keer ingewikkeld vinden is dat de Franse – of in ieder geval Europese – keuken overzees zo dominant is, dat er zo weinig ruimte is voor de mooie keuken van de regio zelf. Natuurlijk, er zijn plenty barretjes en kraampjes met krioyo eten, eenvoudige, Creoolse gerechten van maïs, bonen, rijst, kip en geit, maar naar verfijning is het hard zoeken. Eenmaal thuis is het hetzelfde: veel eenvoudige toko’s, warungs en andere eethuizen, maar waar eten we verfijnde Caraïbische hapjes?

Een bezoek aan het Amsterdamse restaurant Fête de Soul, gevestigd in een bescheiden hoekpand in De Pijp waar eerst Reuring zat, heeft ons aangenaam verrast. Op de menukaart nu eens niet steak tartare, pulled pork of kipspiesje met ponzu, maar een oprechte fusion-keuken waarin de aantrekkelijk warme gerechten uit zowel de Caraïben, Azië als het Midden-Oosten samenkomen. De mannen achter deze zaak hebben gereisd en dat is te merken. Ze kennen de klassiekers van ver weg en hebben die geperfectioneerd en als nodig een tikkie aangepast om tot een goed evenwicht te komen.

Meteen bij binnenkomst voelen we ons thuis in de warme zaak met een licht tropisch interieur en dito gevoelstemperatuur; het schaaltje cassavechips met een dip met koriander, ananas, chili en limoen bevestigt dit. De gerechten zijn om te delen, bescheiden maar niet petieterig en betaalbaar, alle wijnen gaan per glas en tot onze vreugde kun je zelfs een goed glas wijn voor 4,30 euro drinken – kom daar maar eens om binnen de ring.

We starten met Thaise salade (6,-), saté kambing (13,50) en dorade ‘en papillotte’ (13,50). De salade is fijngesneden en er zit groene mango, sugarsnaps, worteljulienne, glasnoedels en Thaise basilicum in. Het is licht pittig en vooral vol mooie zuren, goed in balans. Dat geldt ook voor de saté van geitenvlees die op een kleine tafelbarbecue naar Indonesisch model komt. Bij saté kambing wordt vaak lamsvlees gebruikt, maar geit is veel uitgesprokener en smaakvoller, deze is een beetje rosé en supermals, de sojasaus in een kannetje ernaast geeft een extra boost.

De dorade is verpakt in tayerblad, ook wel Surinaamse spinazie genoemd, en zo smaakt het ook. Onder dat blad ligt een Madame Jeanette verscholen, de chefkok komt hoogstpersoonlijk aan tafel melden dat we die er beter uit kunnen vissen en we weten dat ie gelijk heeft: Madame Jeanette is één van de heetste onder de pepers!

Na deze ronde nemen we Koreaanse ribbetjes (11,50) en spinaziesalade (5,50). We drinken stevige rode wijn, Montepulciano (6,50) en Spaanse Mourvèdre (5,50), beide worden te warm geserveerd, waardoor de alcohol domineert. De gastheer brengt trouwens meteen een koelere wijn als wij dit opmerken, hij is enorm servicegericht. De ribbetjes, pittig door gochujangsaus (chilisaus), zijn om je vingers bij af te likken, de salade met meloen en maïs geeft juist wat lekkere frisheid.

Nog een rondje dan maar, ook al kunnen we beter stoppen, maar de kok is bekend vanwege zijn krokante kip (8,50), dat willen we proberen. En die geroosterde bloemkool (8,50) ziet er trouwens ook heerlijk uit. Dat is ie ook, de masalasaus maakt dat het lijkt alsof je roti eet. De kip is verpakt in een krokant laagje en komt met zelfgemaakte bananenketchup; bijna alles is hier zelfgemaakt, prijzenswaardig!

Ook het gemberbier (3,50) is een eigen brouwsel, maar net te zoet en met te weinig koolzuur, waarschijnlijk had een nachtje rust de de smaak verbeterd. Ten slotte lepelen we een schaaltje niet al te zware cheesecake (7,-) met kokos, amandel en limoen weg en dromen over palmbomen met een hangmat en oneindig wentelen in de warmte die ons omringt.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.