Baby’s weer iets vaker gevaccineerd tegen bof, mazelen en rode hond

„Belangrijke signalen dat we de goede kant op gaan”, stelt staatssecretaris Blokhuis in een brief aan de Tweede Kamer.
Foto via iStock

Het percentage baby’s dat is ingeënt tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) is in 2019 na jarenlange daling iets gestegen. Dat concludeert het RIVM op basis van onderzoek naar het rijksvaccinatieprogramma. Dat is voor het eerst sinds de daling in de vaccinatiegraad, die omstreeks 2013 inzette. Dat onderzoek toont ook aan dat het percentage HPV-vaccinaties bij meisjes is gestegen.

De BMR-vaccinatiegraad lag afgelopen jaar ongeveer op 94 procent, laat het RIVM weten op basis van voorlopige cijfers. In 2018 was dat nog 92,9 procent, net als het jaar daarvoor. Met die kleine stijging komt een belangrijke drempel in beeld: vanaf een vaccinatiegraad van 95 procent is de kans op besmetting vrijwel nihil.

De bereidheid voor HPV-vaccinatie laat grotere sprongen zien. Van de meisjes die geboren zijn in 2005 is 59 procent gevaccineerd, bij meisjes uit 2006 is dat 72 procent. Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ChristenUnie) noemt de toegenomen vaccinatiegraad van zowel BMR als HPV in een brief aan de Tweede Kamer „belangrijke signalen dat we de goede kant opgaan”. De grote toename van meisjes met een HPV-vaccinatie noemt Blokhuis „extra hoopgevend gezien de verschillende soorten kanker die een HPV-infectie kan veroorzaken.”

In 2019 is de zogenoemde Vaccinatiealliantie begonnen, een samenwerking van ministerie van VWS en het RIVM met onder meer kinderartsen, verpleegkundigen en communicatiedeskundigen. De alliantie heeft zich ingezet voor voorlichting, het bestrijden van desinformatie over vaccinaties, en ‘inhaalcampagnes’ van vaccinatie tegen meningokokken. Precieze cijfers over de vaccinatiegraad worden bekendgemaakt in juni.