Recensie

Recensie Boeken

Audrey Hepburns moeder kreeg een handkus van de Führer

Audrey Hepburn Altijd werd beweerd dat ze in het verzet zat. Maar uit een jeugdbiografie blijkt dat er niets van waar is. Wel waren haar beide ouders pro-Hitler.

Audrey Hepburn in haar jongere jaren.
Audrey Hepburn in haar jongere jaren. Foto’s Dotti Collection

Het nieuws luidde, drie jaar geleden, dat Audrey Hepburn tijdens haar oorlogsjaren in Arnhem en Velp niet in het verzet had gezeten. Althans: dat het Airborne Museum tijdens onderzoek ten behoeve van een tentoonstelling, ‘geen spoor van bewijs’ had gevonden voor de bewering dat het latere Hollywood-icoon als koerierster verzetswerk had verricht. In de berichten klonk bijna iets van verontwaardiging door – alsof men een tienermeisje kon verwijten dat ze geen verzetsstrijdster was geweest.

Die verzetsverhalen waren niet meer dan mythes, liet het Airborne Museum destijds weten. Mooi en stoer, maar onbevestigd. En ze waren allemaal terug te voeren op het in 1996 verschenen boek Audrey Hepburn van de gerenommeerde filmbiograaf Barry Paris.

Maar nu is er een nieuw boek. Het heet Dutch Girl: Audrey Hepburn and World War II en verscheen in het Nederlands onder de omslachtige titel Het Nederlandse meisje: Audrey Hepburn en haar rol in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Waarmee de begrenzingen in elk geval duidelijk zijn. In dit relaas van de Amerikaanse auteur Robert Matzen komen de oorlogsjaren ter sprake. Niet de grootse filmcarrière die ze later maakte. Alleen als hij kan illustreren hoe Audrey Hepburn (1929-1993) levenslang beïnvloed is gebleven door de oorlogsgebeurtenissen, maakt hij een sprongetje in de tijd. Bijvoorbeeld om te vertellen dat zij koppig weigerde de hoofdrol te spelen in de film The diary of Anne Frank (1959), die haar bij uitstek zou hebben gepast. Het boek had zo veel indruk op haar gemaakt, ‘dat ik zei dat ik het niet aankon.’

Maar hoe zat het nu met die verhalen over verzetswerk?

Audrey Hepburn (links) in 1943 Foto: Dotti Collection

Matzen bouwt zijn relaas zorgvuldig op. Om te beginnen beschrijft hij Audrey’s vader en moeder: de Engels-Duitse tinhandelaar Joseph Hepburn-Ruston en de Nederlandse barones Ella van Heemstra, die in de jaren dertig ‘volkomen in de ban’ waren van de Engelse fascistenleider sir Oswald Mosley. De jonge barones bracht in 1935 zelfs een bezoek aan Duitsland, waar ze een hoogstpersoonlijke ontmoeting met Adolf Hitler wist te organiseren – en een handkus van de Führer kreeg. In het boek staan twee artikelen uit Mosley’s tijdschrift The Blackshirt gereproduceerd waarin de barones juichend verslag uitbrengt over haar reis door nazi-Duitsland: ‘Adolf Hitler moge trots zijn op de wedergeboorte van dit geweldige land.’

Joseph Hepburn-Ruston, die door de biograaf voor ‘nietsnut’ wordt uitgemaakt, verliet zijn jonge gezinnetje al na een paar jaar. Waarna de in Brussel woonachtige barones Van Heemstra met de kleine Audrey – bijgenaamd Adriaantje – onderdak vond bij haar ouders in Arnhem. Enkele maanden na hun definitieve verhuizing begon de bezetting.

Musis Sacrum

Eerdere biografen deden het voorkomen alsof het de echtscheiding was die Audrey’s moeder tot andere gedachten over nazi-Duitsland bracht. Maar in werkelijkheid organiseerde de barones nog in november 1941, waarschijnlijk om de Duitsers te paaien, een Mozart-herdenking in de tot Wehrmachtheim omgedoopte concertzaal Musis Sacrum in Arnhem. Het publiek bestond deels uit Duitse militairen. En een van de danseresjes die toen optraden, was de twaalfjarige Audrey Hepburn. Ze volgde destijds verwoed balletlessen.

Audrey Hepburn, Gillian Moran en Adele in het Cambridge theater, Londen, 1949.

Pas in de loop van 1942 zag de barones in dat ze aan de foute kant had gestaan. Dat moet veel te maken hebben gehad met het lot van haar zwager Otto graaf van Limburg Stirum – een oom van Audrey – die als vooraanstaand rechter gegijzeld was en bij toeval werd aangewezen om als represaille te worden gefusilleerd. Ook op haar dochter heeft dat schokkende voorval diepe indruk gemaakt, aldus de biograaf.

Zelf was Audrey Hepburn toen nog veel te jong om een grote rol in het verzet te spelen. Wel werkte ze enkele keren als danseres mee aan clandestiene theateravonden in diverse privé-woningen, ten bate van kunstenaars die geen inkomen hadden omdat ze hadden geweigerd zich bij de Kultuurkamer aan te sluiten, en adressen waar onderduikers in huis waren.

Ook maakt Matzen in deze gedegen jeugdbiografie meer dan aannemelijk dat ze als vrijwilligster ‘klusjes’ heeft verricht voor de arts Hendrik Visser ’t Hooft, die in Arnhem en Velp een zeer actieve rol in het verzet speelde. Wat dat precies voor klusjes waren, kon hij helaas niet achterhalen. Maar op die vraag is waarschijnlijk nooit meer een antwoord te vinden.