Opinie

Wij zijn verzot op hokjesdenken

Floor Rusman

Mannenbladen zijn op drift, las ik vorige week in NRC. Ze worstelen met het negatieve imago dat mannelijkheid schijnt te hebben en proberen zichzelf opnieuw uit te vinden. ‘Entertainment for Men’, de slogan van de Amerikaanse Playboy, werd ‘Entertainment for All’. „We letten nu op dat we mannen en vrouwen niet meer in hokjes stoppen”, zei Kirsten van den Berg, ‘managing editor’ van de Nederlandse Men’s Health, in het artikel.

Het nieuws past in de hokjesstorm waar wij middenin zitten. Veel mensen wensen zich niet langer te laten categoriseren, zeker niet op een stereotyperende manier. Het aantal mensen dat publiekelijk verklaart niet van „hokjes en labels” te houden neemt rap toe.

Maar betekent dat echt dat mensen niet in hokjes willen? Ik denk het niet. Sterker nog, mensen voelen zich hartstikke thuis in hokjes, zo lang ze die zelf mogen uitzoeken. Denk aan alle persoonlijkheidstests waaruit blijkt of je een rood of blauw karakter hebt, intro- of extravert bent, denkend of voelend. Bevalt de uitkomst, dan mag het hokje blijven en zeggen we trots: „Ik functioneer niet goed op borrels, want ik ben introvert.”

Laatst kwam een vriendin bij me langs die een cursus had bezocht over het enneagram, een methodiek die mensen onderverdeelt in getallen van 1 tot en met 9. Mijn vriendin had geleerd dat ze een 4 was: gevoelig, intuïtief, creatief, dramatisch. Ik was ook een 4, vertelde ze.

Nu geloof ik niet in dit soort dingen maar ben ik wél dol op categoriseren, dus toen ze weg was verdiepte ik me in de stencils die ze had achtergelaten. Na een uur voelde ik me een ontzettende 4. Ik had me zelden zo begrepen gevoeld als door deze stencils.

Zo gaat het met hokjes: heb je er een gevonden waarin je past, dan voel je je nog meer jezelf dan daarvoor. Hetzelfde werkt het met bij elkaar gegooglede diagnoses van ziektes of psychische aandoeningen. Vooral zelfdiagnoses als autisme en hoogsensitiviteit zijn populair, vertelde psycholoog Paul Verhaeghe me afgelopen zomer in een interview. Zijn verklaring: mensen hebben voor hun identiteitsvorming nieuwe etiketten nodig nu „de klassieke stabiele beelden die door de buitenwereld werden aangereikt”, zoals mannelijkheid en vrouwelijkheid, aan betekenis verliezen.

Lees ook: Hou eens op met etiketten plakken, ze voldoen niet

Vroeger waren er ook hokjes, maar die werden door anderen bepaald. Je werd geboren als katholiek, je was voorbestemd om timmerman te worden. Misschien was het daarom ook minder erg om door anderen op zo’n manier gecategoriseerd te worden. Je hokje zei immers niet zoveel over jou als uniek persoon.

De hokjes van vroeger waren bovendien groot, je kon er alle kanten mee op. Je kon een rechtse sociaal-democraat zijn, een mannelijke vrouw, enzovoort. Maar nu onze hokjes zo identiteitsbepalend zijn, moeten ze wel lekker zitten. Niet te strak, maar zeker ook niet te ruim. Kijk naar de steeds langer wordende letterreeks ‘LHBTQIAP’: elke specifieke categorie wil erkenning.

En juist omdat we zelf zo bezig zijn ons in precies de juiste hokjes te manoeuvreren, kunnen we het niet uitstaan als de buitenwereld nattevingerwerk toepast. „Wat, ík een hipster? Maar zien ze dan niet dat ik een heel ander soort muts draag dan de archetypische hipster?”

Het zou natuurlijk veel gezonder zijn als we onszelf en de hele hokjesdiscussie niet zo serieus namen. Maar daar lijken wij, als laatmoderne, navelstaarderige, snel gepikeerde, post-ironische, identiteitgeobsedeerde mens, niet zo bedreven in.

Floor Rusman is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.