Opinie

Werkelijke interesse is schaars bij talkshows

Vorige week, op de 74ste verjaardag van de Amerikaanse regisseur David Lynch, verscheen op Netflix een korte film van zijn hand, What Did Jack Do? Dertien minuten lang onderwerpt Lynch, die zelf de rol van een ouderwetse hard-boiled detective speelt, een van moord verdacht kapucijnaapje aan een kruisverhoor. De conversatie tussen de man en de aap is in alle opzichten banaal te noemen: de film noir-clichés vliegen je om de oren, alles draait om een standaard misdaadplotje rond overspel, het tweetal spreekt in klassieke rouwdouwer-oneliners.

Toch heb ik ademloos zitten kijken. Vooral omdat er, ondanks het absurde gegeven, een echt gesprek ontstond tussen het dier en zijn ondervrager. Een spannend gesprek. Heel even voelde ik zelfs een sprankje ontroering.

Die film zat nog in mijn hoofd toen ik afgelopen zaterdag naar de nieuwe cultuurtalkshow Mondo van de VPRO keek, gepresenteerd door Nadia Moussaid. Het mag inmiddels, na drie afleveringen, wel gezegd worden: Mondo is niet bepaald een waardevolle toevoeging aan het bestaande talkshowaanbod. Dat is jammer, omdat het aanvankelijk gepresenteerd werd als pleister op de wonde van de onlangs ter ziele gegane, hooggewaardeerde programma’s VPRO Boeken en Vrije Geluiden. Mondo zou een ‘breed cultuurprogramma’ worden, maar hier blijkt een oude wetmatigheid te gelden: wat je aan breedte wint, lever je aan diepte in. Je kunt een tv-minuut maar één keer besteden, nietwaar?

Lees ook: De levendige, nieuwe talkshow Mondo ontstijgt de anekdotiek

Hier en daar klonk al kritiek op het nogal politiek correcte karakter van Mondo. De eerste aflevering alleen al wemelde van woorden als seksisme, racisme, whitewashen, machtsstructuren, patriarchaat en privilege. Kunst kun je misschien beter niet bij voorbaat al politiseren.

Maar erger dan dat woke uitgangspunt is dat Mondo klakkeloos de echtheidsobsessie heeft overgenomen die je aantreft in elke andere talkshow waarin wel eens kunstenaars worden geïnterviewd. „Is het echt gebeurd?” „Heb je echt uit je eigen, authentieke ervaring geput?”

Dat kunst nu juist gemáákt is, gestileerd, geïnverteerd of gefictionaliseerd – juist dat wezenlijke aspect wordt volledig buiten beschouwing gelaten.

En toch is ook dat niet het grootste euvel van het programma. Het grootste euvel is dat de gesprekken ook in vormtechnisch opzicht in niets verschillen van de gesprekken in al die andere talkshows. De presentator leest een paar door een redacteur voorbereide vragen op van een kaartje, kondigt een instartje aan („Zullen we even gaan kijken?” – een zinnetje dat sinds talkshowparodie Promenade telkens weer op de lachspieren werkt), leest nog een niet-aansluitende vraag op en that’s it.

Op YouTube is een fragment te bekijken uit een aflevering van het filmprogramma Cinevisie uit 1984. Te gast is Ischa Meijer, die in die periode naast zijn journalistieke werk aan het acteren is geslagen. Hij heeft wat rolletjes in films gespeeld en daar wordt door hem en presentator Cees van Ede een tijdje over gekeuveld, totdat Meijer de kabbelende uitzending ineens volledig torpedeert met de vraag: „Maar wat bedoel je nou met zo’n gesprek? Waar gáát zo’n gesprek nou over? Waarom zijn die gesprekken op televisie altijd non-gesprekken? Het is nooit levendig.”

Volkomen beduusd probeert Van Ede nog wel te antwoorden, maar Meijer gaat voort met zijn tirade, die al snel transformeert tot een masterclass interviewen voor beginners: „Waar het werkelijk om gaat, wat je werkelijk moet willen met dit soort dingen, is iets van iemand te weten komen, of mensen iets laten zien van een ander. Dus vraag ik nogmaals: wat wil je nou eigenlijk van me weten? Waarom zit ik hier?”

Het ontluisterende is dat Meijers kritiek zesendertig jaar oud is, maar nog altijd geldig. Zap langs de verschillende Nederlandse talkshows, en nergens tref je werkelijke interesse aan. Nog altijd nodigen redacties gasten uit omdat het programma gevuld moet, nog altijd lezen presentatoren hun vragen van papiertjes op. Ondanks die alomtegenwoordige obsessie met ‘echt’, zie je ironisch genoeg bijna nergens een echt gesprek. Uitzonderingen zijn er, ja, maar hoogst incidenteel.

Misschien is het oneerlijk om de makers van Mondo een methode aan te rekenen die iedereen in talkshowland hanteert. Maar juist van een omroep met een reputatie als die van de VPRO, en juist van een cultuurprogramma, zou je meer mogen verwachten dan van afwerkplekken als Op1 en Jinek. Je zou op zijn minst mogen verwachten dat de gesprekken die daar met kunstenaars worden gevoerd, bij de kijker voor méér opwinding zorgen dan de conversatie tussen een Amerikaanse filmregisseur en een kapucijnaap.

Jamal Ouariachi is schrijver.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.