Opinie

We zijn beter af zonder ‘Big-Tech’-monopolie

Maarten Schinkel

Er zijn vierde kwartalen en er zijn Apple-kwartalen. Het techbedrijf rapporteerde woensdag een kwartaalwinst van netto 22,24 miljard dollar (20,22 miljard euro). Misschien dat de nieuwe beursreus Saudi Aramco zo ver komt, maar voor de rest is deze winst zeldzaam hoog. Facebook komt woensdagavond nabeurs met zijn cijfers, net als Microsoft. Deze donderdag is het de beurt aan Amazon, volgende week komt Googles moeder Alphabet.

De vijf heersen op de beurs van New York, en daarbuiten. De marktwaarde van Apple is nu een kleine 1.393 miljard dollar. Die van Microsoft 1.262 miljard, Alphabet 1.001 miljard, Amazon 918 miljard en Facebook 621 miljard. Dat zijn bedragen die zo groot zijn, dat ze oplossen in abstractie. Dus voor het perspectief: Facebook is in zijn eentje even veel waard als alle vrij verhandelbare aandelen in de gehele AEX-index. Apple tikt aan de totale CAC-index van Frankrijk, Microsoft overtreft de Duitse DAX, Alphabet zit daar net onder. En Amazon is even veel waard als de AEX en de Belgische BEL-index bij elkaar.

Ze zijn, en worden relatief steeds groter. De Amerikaanse S&P-index steeg sinds begin vorig jaar, toen de beurzen aan een nieuwe run begonnen met bijna 26 procent (de vijf giganten zijn hier buiten gehouden). Amazon bleef daar met een stijging van 20 procent bij achter. Maar de overige vier? Alphabet klom 37 procent. Facebook 60 procent. Microsoft 62 procent en Apple maar liefst 101 procent.

Hier zie je monopolies in actie. Wie al een voorsprong heeft, vergroot deze alleen maar verder. Die dynamiek is al vaak, en op allerlei manieren, verklaard. Het moderne techbedrijf schept een habitat waarin het zelf de alleenheerser is. En is die positie eenmaal bereikt, dan gaat ondernemen vaak ongemerkt over in rentenieren. Of, zoals dat in het Engels heet: rent seeking.

Meer macht betekent minder innoveren, slomer ondernemen en meer rentenieren

Dat is hier al eens vergeleken met een rivier, waarover een techbedrijf de enige brug in de wijde omgeving heeft gebouwd. Uiteindelijk hoeft het alleen te gaan zitten en tol te heffen. Maar misschien gaat de analogie wel verder: hebben de techbedrijven zelf die rivier uitgegraven, om vervolgens de enige brug te bouwen? Van al het geld dat aan online-adverteren wordt besteed, gaat volgens verschillende schattingen tussen de 60 en 70 procent naar alleen al Google en Facebook. En Amazon rukt op.

Wat dat met een economie doet? In een inmiddels beroemd paper zetten economen van het Europese Centre for Economic Policy Research EPR, het Amerikaanse National Bureau of Economic Research en het Massachussetts Institute of Technology hun bevindingen vorig jaar oktober uiteen. Zij opperden de hypothese dat, als globalisering of technologie de omzet in elke markt naar de meest productieve onderneming doen vloeien, deze ‘superstar-firma’s’ hun eigen markt gaan domineren, met steeds hogere winstmarges en een steeds kleiner gebruik van arbeid. Voor alle voorspellingen die uit deze hypothese voortvloeien, van marktconcentratie tot toenemende winstmarges, vonden de economen bewijs.

Nu is er niets tegen succesvol ondernemen, in tegendeel. Maar wat individueel goed uitpakt, kan collectief nadelig zijn. We zijn blij met onze gadgets. Met onze bedrijfssoftware. Met de mogelijkheden van de sociale media, met de rijkdom aan informatie die uit één zoekopdracht rolt. Maar de vraag wordt: is big tech ongemerkt gemakzuchtig geworden, decadent of gewoon lui? Hadden we, bij sterkere concurrentie, niet allang bétere (en duurzamere) spullen gehad, veiliger sociale media, adequatere software en betrouwbaardere informatie? We zullen het nooit weten. Zolang we over die ene brug naar de overkant moeten, blijft dat zo.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.