Analyse

Raad van State zet streep door Amsterdams Airbnb-beleid

Toerisme De Amsterdamse aanpak van woningverhuur aan toeristen is in strijd met de wet. Een oplossing moet uit de Tweede Kamer komen.

Illustratie Pepijn Barnard

De Raad van State heeft de Amsterdamse strijd tegen verhuur via Airbnb nóg complexer gemaakt. Woensdag zette ’s lands hoogste bestuursrechter een streep door het belangrijkste handhavingsinstrument van de gemeente Amsterdam tegen de verhuur van woningen via platforms als Airbnb. De meldplicht voor verhuurders en daaraan gekoppelde boete, die Amsterdam in oktober 2017 invoerde, is in strijd met de wet en dus ongeldig.

De facto is daarmee alle Airbnb-woningverhuur nu illegaal. Volgens de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dient woningverhuur – ook al is het eenmalig en maar voor enkele nachten – te worden gezien als het onttrekken van een woning aan de woonruimtevoorraad. Daarvoor is een vergunning nodig. Amsterdam kent momenteel geen vergunningenstelsel voor zulke kortstondige woningverhuur, andere gemeenten ook niet.

Amsterdamse verordening ongeldig

De zaak was aangespannen door een vrouw die haar woning in de zomer van 2018 vijf nachten via Airbnb verhuurde aan Amerikaanse toeristen. De gemeente legde haar vervolgens een boete van 6.000 euro op omdat zij zich niet aan de meldplicht uit de lokale Huisvestingsverordening had gehouden. Die verordening biedt Amsterdammers de mogelijkheid hun woning maximaal dertig dagen per jaar te verhuren, mits zij dat voorafgaand online melden. De Raad van State stelt nu dus dat deze Amsterdamse verordening in strijd met de wet en dus ongeldig is. Door de boete gaat een streep.

De Amsterdamse wethouder Laurens Ivens (Wonen, SP) stelde in een reactie dat de uitspraak „een verrassing is omdat die een verbod op vakantieverhuur lijkt in te houden”. Dat ziet ook advocaat Eefje van Bommel, bestuursrechtspecialist. „De rechter heeft gezegd dat de vrijstelling die Amsterdam verleent zo niet kan. Dat betekent dat de Airbnb-verhuurders nu in overtreding zijn.”

Lees ook dit onderzoeksverhaal: Hoe Airbnb toch weer aan het langste eind trekt

De vrijstelling gold voor twintigduizend woningen in de hoofdstad. In theorie zou Amsterdam deze Airbnb-verhuurders, die zich keurig meldden bij de gemeente, nu kunnen gaan beboeten. Of dat wenselijk is en of dergelijke boetes standhouden is een tweede. Het beboeten van inwoners die zich keurig aan de meldplicht hielden, zou zomaar in strijd kunnen zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Beroep en bezwaar

Het optuigen van een vergunningenstelsel voor Airbnb-verhuurders lijkt bovendien geen realistische optie. Het brengt een heleboel verplichtingen met zich mee en vraagt veel van het ambtelijk apparaat. Bij vergunningverlening is namelijk beroep en bezwaar mogelijk, ook voor belanghebbenden. Een buurman van een Airbnb-verhuurder zou dan tot aan de Raad van State kunnen procederen tegen een verhuurvergunning voor dertig dagen.

Toch lijkt een oplossing voor het woensdag door de Raad van State geschapen probleem in de maak. In november stuurde minister Stientje van Veldhoven (Wonen, D66) de Wet toeristische verhuur van woonruimte naar de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel – waarvan onduidelijk is wanneer het wordt behandeld – voorziet in een meld- en registratieplicht voor huiseigenaren die hun woning aan toeristen verhuren. Met die wettelijke inbedding van een meldplicht, zijn de woensdag door de bestuursrechter geformuleerde bezwaren van tafel.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Wie beteugelt de macht van Airbnb?

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.