Moslims vrezen onder Modi hun plek in India te verliezen

Hindoes versus moslims In haar tweede termijn is de regering van premier Modi gestaag bezig de hindoe-nationalistische agenda door te voeren. Maar het verzet tegen dit streven van India een monoculturele samenleving te maken neemt toe. „Als ze dit al kunnen doen, wat staat ons dan nog te wachten?”

Nadat de Indiase premier Modi (links) vorig jaar ruim herkozen werd voor een tweede termijn heeft hij vaart gemaakt met zijn hindoe-nationalistische agenda. Dit leidt tot protest van moslims (rechts).
Nadat de Indiase premier Modi (links) vorig jaar ruim herkozen werd voor een tweede termijn heeft hij vaart gemaakt met zijn hindoe-nationalistische agenda. Dit leidt tot protest van moslims (rechts). Foto’s Jewel Samad/AFP en Divyakant Solanki/EPA

De adem van Hena Ahmed, 45, vormt kleine wolkjes, maar de ijzige kou van een van de eerste avonden van het nieuwe jaar voelt ze niet. „Mijn bloed kookt”, zegt ze met een lach die haar woede amper verhult. „Ons bloed kookt.”

Plek om te staan is er bijna niet. Zo dicht zitten de vrouwen met hun kleurige hoofddoeken en wollen omslagdoeken op elkaar, gezeten op de dekens en stukken zeil die hen tegen het kille asfalt moeten beschermen. Met honderden zijn ze, gaandeweg de avond zwelt de groep almaar aan.

De vrouwen van Shaheen Bagh, een wijk in het zuidoosten van de Indiase hoofdstad New Delhi, zijn het symbool geworden van wat als de grootste uitdaging kan gelden voor de regering van premier Modi tot dusver. Velen zijn moslima. Het zijn grootmoeders en huisvrouwen, die hun huis niet zomaar verlaten. Laat staan ooit demonstreerden. Tot nu. „Het is een revolutie”, zegt Ahmed trots. „We zijn er om ons land te redden.”

Zo voelt het voor de honderdduizenden Indiërs die de voorbije weken door heel het land de straat op gingen – en nog altijd gaan. In hun hand kopieën van de grondwet en portretten van B. R. Ambedkar, de man die die grondwet na India’s onafhankelijkheid in 1947 schreef. ‘Wij, het volk van India’, is met graffiti op muren gespoten, naar de eerste zin uit de preambule.

Wie daaronder valt, is waar het hier om gaat. In december joeg de regering een omstreden wijziging door het Lager-en Hogerhuis die het simpeler maakt voor migranten uit Pakistan, Afghanistan en Bangladesh om Indiaas staatsburger te worden. Op basis van één cruciale voorwaarde: hun geloof. Moslims komen niet in aanmerking, als enigen. „Deze wet illustreert India’s eeuwenoude cultuur van acceptatie, harmonie, compassie en broederschap”, twitterde de premier.

Eind aan ‘eenheid in verscheidenheid’

Dat zien de demonstranten anders. Sinds Modi’s hindoe-nationalistische Bharatiya Janata Partij (BJP) vorig jaar met een overweldigende meerderheid werd herkozen, voerde zij in rap tempo een reeks ingrijpende hervormingen door. Die laten weinig twijfel over het einddoel: het verhaal van India’s grondleggers herschrijven.

Van ‘eenheid in verscheidenheid’, het credo van Mahatma Gandhi en ’s lands eerste premier Jawaharlal Nehru, naar hindutva, de ideologie van de hindoe-nationalistische organisatie waarin Modi opklom, de Rashtriya Swayamsevak Sangh. Volgens haar aanhangers is India in de eerste plaats het land van hindoes en moeten minderheden zich daarnaar schikken.

„We zijn een van de meest diverse samenlevingen die er is”, zegt historicus Salil Misra, verbonden aan de Ambedkar Universiteit in New Delhi. „Nehru zag dat als een kracht die we moesten koesteren. Nu wordt er een bewuste poging gedaan dat te vervangen door een samenleving waarin alles draait om één religie, één taal, één cultuur.”

Vooral India’s pakweg 200 miljoen moslims vrezen voor hun plaats. Kijk naar Kasjmir, zeggen zij, de enige deelstaat waar moslims de meerderheid vormen. In augustus schrapte de regering plots de autonomie die de regio de voorbije decennia genoot. Duizenden Kasjmiri’s werden preventief opgepakt, nog altijd is het internet er grotendeels afgesloten.

En was het niet Modi’s rechterhand en minister van Binnenlandse Zaken die tijdens hun herverkiezingscampagne beloofde dat de nieuwe burgerschapswet pas stap één is?

Stap twee: het opstellen van een nieuw landelijk bevolkingsregister dat vereist dat alle inwoners documenten aanleveren die hun oorsprong in India bewijzen – een uitdaging in een land waar het velen aan zulke papieren ontbreekt.

Wat dan rest, aldus diezelfde minister, is stap drie: het tot illegaal verklaren van degenen die dat niet kunnen. Een lot waar door de recente wetswijziging alleen moslims voor hoeven te vrezen. „Onze grondwet sluit onderscheid op basis van religie uit”, zegt Hena Ahmed op straat in Delhi, terwijl ze warme lucht in haar handen blaast. „Als ze dit al kunnen doen, wie weet wat ons dan nog te wachten staat.”

Dit alles was aangekondigd. Zowel het schrappen van Kasjmirs speciale status als de nieuwe burgerschapswet stond in het verkiezingsmanifest van de BJP, ergens tussen economische ontwikkeling en welzijnsprogramma’s. Het behoort tot de kern van waar de Rashtriya Swayamsevak Sangh al jaren voor ijvert, met de BJP als haar politieke tak.

Beide hervormingen zijn terug te voeren op de traumatische opdeling van India en Pakistan in 1947, waarbij de eerste een seculiere staat werd en de ander een islamitische republiek. Een „historische fout” volgens hindoe-nationalisten, die heel het subcontinent claimen.

Reeds in 1923 waarschuwde ideoloog Vinayak Damodar Savarkar – in wat het manifest voor hindutva-aanhangers zou worden – dat moslims (en christenen) een bedreiging vormen, omdat „hun heilige land” elders ligt. „Hun liefde is verdeeld.”

Lang leek er voor hun ideeën weinig plaats, vooral vanwege de vijandigheid waarmee ze naar de achtergebleven moslims in het land keken. Maar in de loop van de jaren 80 en 90 veranderde dit. „Er ontstond de indruk, of die werd gecreëerd, dat de hindoes in India werden gediscrimineerd. Dat de overheid alleen minderheden steunt”, zegt historicus Misra. „In een land waar de economische ontwikkeling langzaam gaat en niet iedereen bereikt, zijn mensen daar vatbaar voor.”

Termen als ‘muslim appeasement’, het voortrekken van moslims, en ‘pseudo-secularisme’ raakten in zwang. Rond diezelfde tijd ontvlamde in Kasjmir een gewapende opstand door militante separatisten. Het geweld joeg tienduizenden hindoes op de vlucht.

Moskee verwoest

Modi en de BJP rezen naar de macht door zich als hun beschermers te presenteren. De heilige stad Ayodhya in het noorden werd het symbolische keerpunt. Opgejut door een felle campagne van de partij verwoestten hindoe-fanatici er in 1992 een vijfhonderd jaar oude moskee. Die was, zo claimden zij, bovenop een tempel voor de hindoegod Ram gebouwd.

Modi, die nauw betrokken was bij de tempelcampagne, bestendigde tien jaar later zijn eigen reputatie toen in 2002 in Gujarat een trein in brand vloog met daarin hindoe-pelgrims op hun weg terug uit Ayodhya. Het incident vond plaats in een stad waar veel moslims wonen. Modi, op dat moment de deelstaatleider, noemde het een „geplande terreurdaad”.

Wat volgde, beschrijven historici als een anti-islamitische pogrom. Overal in Gujarat gingen huizen en winkels van moslims in vlammen op, vrouwen werden midden op straat verkracht, kinderen in brand gestoken. Het brute geweld raasde weken voort. Meer dan duizend mensen, de meesten moslim, kwamen om.

Modi werd ervan beschuldigd niets te hebben gedaan om de rellen te stoppen. Het maakte hem internationaal een persona non grata. Maar in Gujarat, waar niet lang daarna verkiezingen plaatsvonden, won de BJP met overmacht.

Toen persbureau Reuters jaren later aan Modi vroeg of hij spijt had van het geweld, vergeleek de inmiddels beoogde premierskandidaat het met ‘een puppy die onder een auto komt’. „Als iemand anders de auto bestuurt en je zit achterin en een puppy komt onder de wielen, is het dan pijnlijk? Natuurlijk is het dat […].”

Nul persconferenties

Modi kiest zijn woorden sindsdien zorgvuldiger. Vaker verkiest hij het om te zwijgen. Sinds de BJP in 2014 voor het eerst aan de macht kwam en Modi premier werd, gaf hij welgeteld nul persconferenties. De interviews die hij deed, zijn zwaar geregisseerd en met media (en Bollywoodsterren) waarvan de premier geen lastige vragen hoeft te vrezen.

Liever spreekt de begaafde orator direct met zijn aanhangers, via Twitter en op massale bijeenkomsten waar duizenden zich verdringen om hem te zien. Daarbij valt op waarover de premier níet of op zijn best schoorvoetend praat. Zoals de lynchpartijen en geweldsincidenten gericht tegen moslims door militante hindoes die hen ervan beschuldigen koeien te doden.

„Modi wil niet verstrikt raken in controverses”, zegt journalist Nilanjan Mukhopadhyay, die in 2013 een biografie over hem schreef. „Dat doet hij puur uit tactische overwegingen. Want als hij spreekt, onderdrukt hij iets wat hij niet wil onderdrukken.”

Miljoenen toiletten

Zulke incidenten passen niet bij het imago dat Modi zorgvuldig opbouwde, ook internationaal. Dat van een hervormer. De man die grote bedrijven naar zijn deelstaat Gujarat lokte, die wegen bouwde en dorpen van elektriciteit voorzag, en onder wiens leiderschap alle Indiërs zulke ‘achhe din’ (goede dagen) te wachten stond.

Maar onder het oppervlak van ambitieuze programma’s als het bouwen van miljoenen toiletten en smart cities was de hindutva-agenda van de BJP nooit ver weg. Zo werden tijdens Modi’s eerste termijn al geschiedenisboeken herschreven en steden omgedoopt om onwelgevallige herinneringen aan de tijd van de islamitische Mogol-heersers uit te wissen.

Ingrijpender is volgens deskundigen wat binnen de muren van ’s lands belangrijkste instituten gebeurde. Universiteiten, de bureaucratie, de rechterlijke macht. „Hun mensen zitten nu overal”, zegt Mukhopadhyay. Hij bedoelt: hindutva-loyalisten.

Nu schoven vorige regeringen ook ‘eigen mensen’ naar voren. „Maar dat was vooral om hun eigen positie te bestendigen”, betoogt de journalist. „Dit is ideologisch.”

In Modi’s tweede termijn lijkt de vernislaag verdwenen. Beloftes die lang te controversieel leken, zoals de Kasjmiri’s ontdoen van hun autonomie, worden nu doorgevoerd. Wie zich hiertegen uitspreekt, wordt weggezet als verrader en ‘anti-nationalist’.

Misschien wel haar grootste triomf kreeg de BJP in november aangereikt. In een zaak die inmiddels decennia voortsleepte, oordeelde het Hooggerechtshof dat op de plek van de verwoeste moskee in Ayodhya een tempel mag worden gebouwd. Ook al was er volgens de rechters geen bewijs dat er ooit een tempel stond.

Roes van de overwinning

Wellicht was het de roes van die overwinning die de regering overtuigde dat de tijd rijp was voor haar burgerschapswet. Het feit dat tot dan protesten waren uitgebleven. Of wellicht, zoals de oppositie claimt, was het een poging de aandacht af te leiden van de economie die de laagste groei in veertig jaar doormaakt. Zeker is dat de felle tegenstand de regering heeft verrast.

Modi houdt vol dat de oppositie de wet met opzet verkeerd interpreteert om onrust te zaaien. Ook ontkent hij dat er plannen zijn voor een landelijk bevolkingsregister. Maar de geest is al uit de fles – en Modi geeft moslims daar de schuld van. De opruiers „herken je aan hun kleding”, zei hij in een toespraak – voor iedereen was duidelijk wat en wie hij bedoelde.

In deelstaten waar de BJP regeert, zijn de demonstraties hard neergeslagen. Vooral in Uttar Pradesh, waar in december negentien doden vielen en de politie meer dan duizend mensen arresteerde.

Voor de vrouwen van Shaheen Bagh was de druppel dat agenten een nabijgelegen universiteitscampus bestormden en traangasgranaten afschoten.

Hena Ahmed laat op haar telefoon foto’s zien van de gezwachtelde voeten van haar dochter, een student aan de universiteit. Gekneusd door een agent die met een stok op haar insloeg, aldus Ahmed. „Mijn dochter had helemaal niets met de protesten te maken. Ze was op de campus om aantekeningen op te halen voor een toets de volgende dag.”

Toen Ahmeds buurvrouwen besloten uit protest een belangrijke toegangsweg naar de hoofdstad te blokkeren, twijfelde ze geen moment. Haar hele familie is hier, zegt ze trots. Haar zus, haar man. En ze zullen blijven komen. „Of de wet gaat weg, of de overheid gaat weg. Eerder geven we niet op.”