Minister Slob mocht druk zetten voor Naaldwijkse islamitische school

Basisschool De gemeente Westland wilde geen islamitische school en werd vervolgens terecht buitenspel gezet door minister Slob, oordeelt de Raad van State.
Minister Arie Slob voor aanvang van de ministerraad vorige week.
Minister Arie Slob voor aanvang van de ministerraad vorige week. Foto Bart Maat/ANP

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) heeft vorig jaar terecht namens de gemeenteraad van Westland een islamitische basisschool opgenomen in het Plan van Scholen. Dat blijkt uit een woensdag gepubliceerde uitspraak van de Raad van State. De Westlandse raad wilde de komst van de school in Naaldwijk voorkomen, waarop Slob de gemeenteraad buitenspel zette.

Volgens de gemeente Westland had Slob geen bevoegdheid om de school namens hen op te nemen in de plannen voor de periode 2020-2023. De bestuursrechter oordeelde echter dat de gemeenteraad zijn taak verwaarloosde door de school uit de plannen te houden, terwijl de Raad van State de gemeente hier eerder toe verplichtte. Als Slob de plannen niet alsnog had opgenomen, had de start van de school met een jaar moeten worden uitgesteld, aldus de rechter.

Lees ook deze reportage: Westland is verdeeld over komst islamitische school

Yunus Emre

De komst van een islamitische basisschool naar de gemeente Westland speelt al sinds 2016. Minister Slob en zijn voorganger Sander Dekker (VVD) waren aanvankelijk tegen de plannen van stichting Yunus Emre. De stichting tekende daartegen met succes beroep aan. Yunus Emre heeft al vier islamitische basisscholen in Den Haag en start in augustus een vijfde locatie in Zoetermeer.

Vorig jaar oordeelde de Raad van State dat Slob een islamitische basisschool in Westland moet bekostigen en dat de gemeenteraad de plannen van Yunus Emre moet opnemen in het scholenplan. Dat laatste gebeurde niet en daarom nam de minister in juli vorig jaar dit besluit namens de gemeenteraad. Daarmee was Slob, voor zover bekend, de eerste minister die gebruikmaakte van een zogeheten indeplaatsstelling.