Marktwerking in de ggz ‘werkt niet’

Wachtlijsten ggz In een fel Kamerdebat sprak staatssecretaris Paul Blokhuis over „marktfalen” in de ggz. Voor ‘complexe’ patiënten komt nu een plan.

Staatssecretaris Paul Blokhuis begroet hond Bobby van Charlotte Bouwman (midden), voor een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de ggz.
Staatssecretaris Paul Blokhuis begroet hond Bobby van Charlotte Bouwman (midden), voor een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de ggz. Foto Sem van der Wal / ANP

Ggz-instellingen en zorgverzekeraars moeten binnen vier weken een plan opstellen om een minimum aantal ‘behandelplekken’ te garanderen voor complexe psychiatrisch patiënten. Veel van hen vallen nu steeds buiten de boot omdat ggz-instellingen hen te ingewikkeld vinden.

Dit kondigde staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) woensdag aan tijdens het debat in de Tweede Kamer over de vastgelopen geestelijke gezondheidszorg (ggz). Er wachten negentigduizend mensen op een behandeling, van wie tienduizend langer dan de wettelijke norm (maximaal zeven weken).

Lukt dat plan niet binnen vier weken, dan gaat de staatssecretaris het zelf opstellen en afdwingen.

Lijm de zorg

Aanleiding zijn aanhoudende berichten over de wachtenden. Een van hen, de 26-jarige Charlotte Bouwman, bivakkeert al negen dagen voor het ministerie van VWS in Den Haag, met haar hond, om aandacht te vragen voor de lange wachtlijsten. Zelf wacht ze al ruim twee jaar op een geschikte plek. Ze zou eindelijk geholpen worden toen in december bleek dat de instelling waar ze terechtkon, ophield met die specifieke behandeling. Ze kwam, met twintig anderen, opnieuw op een wachtlijst.

Lees ook: Coalitie ziet wel problemen in ggz maar tekent niet

Bouwman is blij met de toezegging van Blokhuis, zegt ze in een reactie, maar ze vindt dat er meer moet gebeuren. „Er moet ook altijd plek zijn voor mensen in acute nood, zoals die er op de spoedeisende hulp ook is voor mensen met lichamelijke klachten.” Blokhuis refereerde daar wel aan in het debat: „Vier uur in de wacht staan als je de crisisdienst belt.” En er moet volgens Bouwman een helpdesk zijn die patiënten helpt die tóch op een wachtlijst belanden. Daarover zei Blokhuis dat er een ‘unit complexe zorgvragen’ bestaat op het ministerie van VWS maar dat niemand die kent en dat hij dus weinig doet. Dat moet volgens hem veranderen.

Complexe patiënten zijn voor veel instellingen financieel oninteressant

In het Kamerdebat, waar vooral GroenLinks, de SP en de PVV heel kritisch waren over de aanhoudend lange wachtlijsten, zei Blokhuis dat de marktwerking in de ggz voor complexe patiënten „niet werkt”. Hij sprak van „marktfalen” omdat complexe patiënten ingewikkelde, langdurende behandelingen nodig hebben. En die zijn voor veel instellingen, die financieel gezond moeten blijven, oninteressant. „Complexe patiënten zijn niet aantrekkelijk voor de bedrijfsvoering.”

Van de vijftien hoofddiagnoses in de ggz, zijn er vijf die volgens Blokhuis gelden als ‘complex’: dissociatieve stoornis, anorexia, complex trauma, verslaving en autisme gecombineerd met posttraumatische stress. Patiënten die onder één of zelfs meer van deze officiële categorieën vallen, worden soms gemakshalve weggestuurd. Voor hen bestaan ook te weinig behandelplekken.

'Te complexe' patiënten belanden op wachtlijst

Vorige week presenteerden hulpverleners en patiënten het manifest Lijm de Zorg over de ‘stille ramp in de psychiatrie’. Zij beschreven hoe patiënten – jong en oud – die ‘te complex’ worden bevonden, op een wachtlijst belanden. Dat manifest is elektronisch 64.000 keer ondertekend.

Hoogleraar epidemie van de psychiatrie Jim van Os wees erop dat de ggz de enorm gegroeide vraag naar psychische en psychiatrische hulp helemaal niet aankan. „De vraag is oneindig. 40 procent van de bevolking krijgt ergens in het leven wel significante klachten: paniek- of angstaanvallen of een depressie. Elk jaar heeft 20 procent van de bevolking op dat moment ergens last van. Die vraag kan de ggz niet aan; we kunnen hooguit 7 procent van de bevolking helpen. En dan heeft Nederland nog een grote ggz vergeleken met andere landen. De 3 procent van de bevolking die écht chronisch ziek is, onder wie de complexe gevallen, díé moet onze prioriteit zijn.” Verder zei hij dat wetenschappelijk bewijs toont dat patiënten vooral baat hebben bij een goeie relatie met een therapeut – ook al lijden ze aan drie stoornissen tegelijk. De trend onder psychiaters om almaar te ‘specialiseren’ in één specifieke stoornis is volgens Van Os contraproductief.