Wuhan zit op slot, maar de Chinezen begrijpen waarom

Coronavirus De een kan Wuhan niet uit, de ander kan niet naar binnen. Ondanks het ongemak hebben veel Chinezen begrip voor de restricties.

Boven: straatbeeld in Wuhan. Onder: Chinese arbeiders werken aan een noodhospitaal in Wuhan.
Boven: straatbeeld in Wuhan. Onder: Chinese arbeiders werken aan een noodhospitaal in Wuhan. Foto’s Arek Rataj/AP, Shi Yi/EPA

„De actie had eerder gemoeten. Deze epidemie is superernstig”, zegt Chen Diqiao, een dertigjarige bibliothecaris uit Shangjin, een stadje ruim vijfhonderd kilometer buiten Wuhan. Hij is voor het Nieuwjaar in zijn geboortedorp Yunling, dat de wegen naar de buitenwereld zondag met grote hopen zand heeft afgesloten.

In het dorp is niemand ziek, maar in een nabijgelegen stad zijn 88 besmettingen bekend. De inwoners zijn bang dat het virus overslaat als mensen van buiten het dorp binnenkomen. Door heel China treffen dorpen hun eigen voorzorgsmaatregelen tegen de nieuwe epidemie, van het optrekken van bakstenen muren tot wachters langs de toegangswegen.

Dorpelingen houden onderling contact via speciaal opgezette chatgroepen. „Er heerst wel wat angst”, vertelt Chen telefonisch. „Verderop werd een familie die uit Wuhan terugkwam de toegang tot hun dorp ontzegd. Ze moesten naar een hotel.”

Normaal zijn de eerste dagen van het Chinese nieuwe jaar gereserveerd voor familiebezoeken. Dit jaar blijven Chinezen massaal binnen, om de verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken. Veel mensen zitten vast in steden die door de regering onder quarantaine zijn geplaatst en waarbinnen alle vervoer is platgelegd. Miljoenen anderen bevonden zich op het moment dat de beperkingen ingingen buiten hun thuisstad en kunnen diezelfde steden niet in.

Bijpraten en televisiekijken

Nieuwjaarswensen sturen ze alleen online. „Je kunt niet garanderen dat je zelf niet besmettelijk bent”, vertelt de 24-jarige Hu Xiaoyan in een telefoongesprek. Voor de feestdagen kwam ze terug uit Berlijn, waar ze studeert. Haar thuisstad Wuhan bleek het epicentrum van de epidemie. Na haar aankomst ging de stad op slot en werden tot nader bericht alle binnen- en buitenlandse treinen en vluchten geannuleerd. „Nu zit ik hier vast.” Met haar ouders blijft ze zo veel mogelijk binnen. Ze praten bij, eten, en kijken televisie.

Het besluit miljoenenstad Wuhan in zijn geheel in ‘quarantaine te zetten’, door de Wereldgezondheidsorganisatie beschreven als een „unieke” maatregel in de geschiedenis van epidemiebestrijding, werd nagevolgd door grote delen van de provincie Hubei. Ten minste vijftig miljoen mensen kunnen hun stad of dorp voorlopig niet uit. Velen hebben begrip voor de extreme maatregel, die volgt op een periode waarin de Chinese overheid als te passief werd gezien. „De incubatietijd van dit virus is nu eenmaal nogal lang”, aldus Hu.

Eerder deze maand waren mensen in de war over welke informatie ze konden vertrouwen. Terwijl Chinese wetenschappers in december al het onbekende virus identificeerden en dokters berichtten over toenemende patiënten-aantallen, bleef de regering van Hubei in januari een week stil, vermoedelijk om de rust te bewaren op een belangrijke politieke bijeenkomst.

In die periode troffen mensen weinig voorzorgsmaatregelen en verlieten vijf miljoen inwoners Wuhan om elders Chinees Nieuwjaar te vieren. Op 24 januari riep Hubei alsnog het hoogste crisisniveau voor acute bedreigingen voor de volksgezondheid uit, net als Beijing en Shanghai. De centrale overheid volgde met een speciale bijeenkomst van het politbureau op 27 januari.

Verplichte thuisvakantie

In Wuhan voelt de situatie inmiddels „stabiel,” aldus Hu. Ze is trots op haar stadgenoten, die als vrijwilligers medisch personeel vervoeren en hulpacties organiseerden toen bleek dat ziekenhuizen tekort hadden aan mondkapjes en medicatie. „Maar in principe lever je je bijdrage al door niet ziek te worden.” Online gaan filmpjes rond over hoe je af en toe moet verliggen tijdens de verplichte thuisvakantie.

In de afgelopen weken kregen de Chinese media relatief veel ruimte verslag te doen van de epidemie. Dat is uitzonderlijk gezien de toenemende mediacensuur van de afgelopen jaren. Maar nu president Xi Jinping persoonlijk de strijd is aangegaan met het virus, dat hij als een „demon” beschreef, worden de rode lijnen weer aangescherpt.

Op sociale media klagen Chinese journalisten over een interviewverbod voor artsen in Wuhan. Een oproep door Zhang Ouya, journalist bij de Hubei Daily, tot het aftreden van het provinciebestuur, werd verwijderd. Net als artikelen over artsen die toch de noodklok luidden over problemen in hun ziekenhuis.

Er worden ook subtielere gevechten gevoerd over het recht op informatie. Toen acht mensen die een bericht hadden verspreid over „SARS-besmettingen” in Wuhan werden opgepakt voor het verspreiden van nepnieuws, volgde publieke verontwaardiging. Het Chinese hooggerechtshof reageerde met een commentaar, waarin de politie werd opgedragen de zaken te herzien.

Het bericht vervulde inderdaad een behoefte aan informatie over de ernst van de situatie, waarin de overheid op dat moment niet voorzag, oordeelde het hof. Het feitelijk foutieve bericht – het ging immers niet om SARS – had een „gunstig” maatschappelijk effect gehad, aldus het hof. Negatieve informatie over het optreden van de overheid en het gezondheidsstelsel bleef wel strafbaar, een indicatie van de soms vage grens tussen politieke censuur en het bestrijden van nepnieuws.

Behoefte aan informatie

Volgens media-wetenschapper Fang Kecheng van de Chinese universiteit van Hongkong laat de populariteit van een aantal foutieve berichten op Chinese sociale media zien „hoe sterk de behoefte is aan informatie”. Hoewel de openbare berichtgeving over het verloop van de epidemie sterk is toegenomen in de afgelopen week, blijft de bevolking achter met vragen, schrijft hij op zijn blog. Zo is er onduidelijkheid over het aantal mogelijke patiënten dat geen diagnose kreeg vanwege een gebrek aan testkits in ziekenhuizen.

Die onduidelijkheid bestaat ook over de gevolgen van de huidige maatregelen voor de rest van de Chinese bevolking, vooral in Hubei. Binnen China kondigen steeds meer steden verplichte verlenging van de wintervakantie aan.

Student Hu vraagt zich af of ze nog kan afstuderen als ze te veel colleges mist in Berlijn. Voor miljoenen migrantenarbeiders dreigen financiële problemen als ze niet terug naar hun werk kunnen.

Chen, een voormalige fabrieksarbeider die een paar jaar geleden terugkeerde naar het platteland, ziet de crisis als een argument tegen China’s snelle verstedelijking: „Hier in het dorp verbouwen de meeste mensen hun eigen graan. We kunnen nog wel even vooruit.”

Lees ook Wat weten we over het Wuhan-coronavirus?