Opinie

Holocaust

Marcel van Roosmalen

Als kind van relatief oude ouders was de Tweede Wereldoorlog binnen handbereik. Ik kon ze alles vragen. Ze hadden de geschiedenis zelf meegemaakt, en anders was er nog altijd een bataljon nog oudere ooms en tantes uit Brabant. Veel lange verhalen op verjaardagen kort samengevat: er zaten geen noemenswaardige verzetshelden tussen, ook geen verraders trouwens. Er was wel leed, vooral aan moederskant, maar ze overleefden het allemaal.

Als puber achtervolgde ik mijn vader weleens met de vraag waarom hij eigenlijk niet bij het verzet had gezeten, want op school leerden we dat dat toch tot de mogelijkheden behoorde.

Antwoord: „We woonden in Middelbeers. Er was helemaal geen verzet. Ook bijna geen bezetters trouwens.”

De onderduikperiode van mijn vader duurde kort. Uit angst om opgepakt te worden voor de Arbeitseinsatz zat hij een paar dagen met drie Joodse jongens uit Amsterdam achter een schot bij een bakker in Spoordonk. Toen er op een morgen een brood weg was, kregen zij met de riem en hij niet, maar dat was geen antisemitisme. De man wilde hem wel slaan, maar durfde niet omdat hij mijn oma kende.

„En daar was iedereen bang van.”

Na de oorlog hoorde hij dat het goed met ‘ze’ was afgelopen. Zelf was hij, toen hij er na een dag of vijf genoeg van had, gewoon naar huis gefietst.

Over het lot van de Joden ging het in al die verhalen verder nooit, behalve dan dat ze het verschrikkelijk vonden.

‘Wij kenden geen Joden”, zei mijn moeder, die als puber zat opgesloten in een internaat tussen de nonnen tegenover haar ouderlijk huis. Haar oudere zus, die vroeg weduwe werd en daarom vaak bij ons logeerde voegde daar steevast aan toe: „Hadden we ze maar gekend.” Op een toon alsof er geen Holocaust was geweest als alle Joden maar naar Brabant waren gekomen.

Behalve mijn moeder ken ik nu niemand meer die de oorlog heeft meegemaakt, de opa van mijn dochters komt nog het dichtst in de buurt. Hij folderde deze week om de mensen te herinneren aan het gegeven dat Zaanstad de eerste stad in Nederland was die door de bezetter officieel ‘Judenrein’ werd verklaard.

Daar ging het binnen zijn familie na de oorlog trouwens ook niet vaak over. De grootste verzetsdaad was iemand die in een tram vol Duitsers een geruisloze wind liet.

Je zou ook kunnen zeggen: hij deed tenminste iets.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.