John McNaughton, MAGA Ride, 2019

Schilderij van Jon McNaughton

Hoe is het om kunstenaar te zijn in Trumps Amerika?

Roadtrip Robbert Roos, directeur van Kunsthal Kade in Amersfoort, maakte een reis door de Verenigde Staten om het artistieke klimaat onder Trump te onderzoeken. Hoe reageren kunstenaars en musea op de polarisatie in de politiek?

‘De kunstwereld vindt mijn werk belachelijk, maar de mensen die de wereld zien zoals ik niet. Over honderd jaar word ik ofwel gezien als een kunstenaar die gek was, of als een kunstenaar over wie ze zeggen ‘hij begreep de essentie van America’. Ik maak me er niet druk om.”

Jon McNaughton viel de afgelopen jaren op met schilderijen waarin Donald Trump steevast een heldenrol speelt. Trump die als fiere commandant een bootje door een moeras leidt, met zijn Republikeinse kompanen in battle gear aan boord. Trump met Melania op een Harley Davidson in Amerikaanse kleuren, toegejuicht door supporters. De stijl is hyperrealistisch, enigszins verwant aan het Sovjet-realisme.

McNaughton zit in een kantoortje van een galerie in het plaatsje Provo, vlak onder Salt Lake City. Galerie is eigenlijk een groot woord. Op rasterwerk hangen schots en scheef reproducties van mierzoete religieuze schilderijen. Dit gebied is het hart van de Mormoonse gemeenschap. Ook Jon McNaughton is aanhanger van de Church of the Latter Day Saints. Hij begon zijn carrière als religieus schilder. Na de verkiezing van Barack Obama in 2008 ging hij politieke schilderijen maken, met Obama in de rol van boeman die Amerikaanse waarden verkwanselt.

Hedendaagse kunst gaat over het ‘nu’. En het ‘nu’ gaat over leegte

Fotograaf Monica Lozano

„Mensen vergelijken het met propaganda, maar ik zie het niet zo”, zegt McNaughton. „Propaganda is een negatief begrip, je denkt aan Mao en zo. Maar die schilderijen werden vanuit de staat opgelegd. Kunstenaars moesten schilderen wat hun werd opgedragen. Ik niet. Ik voel mij meer in de traditie van Francisco de Goya staan. Hij uitte zich hoe hij zich voelde over de staat van zijn land, met soms duistere beelden. Daarmee was hij niet populair in zijn tijd, net als ik nu. De kunstwereld moet niets van mij hebben. Ik breek veel regels.”

Onder Trump-aanhangers is McNaughton wel populair. Sean Hannity maakte een item op Fox News – en kocht een schilderij – en de ontmoeting in Provo moest een paar dagen worden uitgesteld, omdat de kunstenaar in Phoenix was voor een fondsenwerfactie van de lokale afdeling van de Republikeinse Partij. Zijn reproducties – hij verkoopt niet vaak de originelen – vinden in verschillende afmetingen voor honderden dollars aftrek op zijn website. „Aanvankelijk steunde ik Ted Cruz en was ik geen supporter van Trump. Tijdens de verkiezingscampagne sneed hij wel thema’s aan die ik belangrijk vind, maar ik vroeg mij vooral af: gaat hij dat waarmaken? En hij heeft alles gedaan wat hij beloofde te doen. Nu ben ik een groot supporter. En schilder ik wat ik schilder.”

Schilderij van Jon McNaughton met Trump en andere Republikeinen in een bootje op ‘het moeras’ van Washington.
Jon McNaughton
Schilderij van Jon McNaughton met Trump en andere Republikeinen in een bootje op ‘het moeras’ van Washington.
Jon McNaughton

Politiek verscheurd land

Het bezoek aan Provo was een tussenstop op een roadtrip van ruim twee maanden door de Verenigde Staten – van de oostkust naar de westkust via noordelijke staten en terug naar de oostkust via zuidelijke staten – op zoek naar het artistieke klimaat in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 3 november 2020. Een politiek verscheurd land, met grote sociale issues. Black Lives Matter, verpauperde binnensteden, #metoo, een zeer conservatief Supreme Court dat de rechten van vrouwen en LHTBQ bedreigt, klimaatproblematiek, armoede – het zijn thema’s die vaak in artistieke kringen aandacht krijgen. Hoe is het om in dit klimaat kunstenaar te zijn? Die vraag stelde ik tijdens mijn reis aan zowel kunstenaars als tentoonstellingsmakers en museummedewerkers.

Het resultaat van de researchreis mondt uit in een expositie dit najaar – tijdens de presidentsverkiezingen – bij Kunsthal Kade in Amersfoort die als werktitel ‘Being An Artist in America’ heeft. Het hele jaar staat de programmering van Kade in het teken van de VS. Het begint in februari met een overzicht van honderd jaar Afrikaans-Amerikaanse kunst (vanuit het perspectief van storytelling) met als titel Tell Me Your Story, samengesteld door gastcurator Rob Perrée. In de zomer staan de jaren tachtig in New York centraal, een tijd vol politiek en sociaal bewustzijn met kunstenaars die thema’s als de aidscrisis, reagonomics, vrouwenemancipatie en het getto-leven aansneden. De manier waarop kunstenaars daar in de jaren tachtig mee omgingen, is een spiegel voor de tijd nu.

Op zo’n reis is Trump nooit ver weg. Is het niet in de gesprekken, dan wel in de 24 hour news cycle. „Voor mij typeert hij zijn generatie”, zegt kunstenaar Hank Willis Thomas in zijn studio in Brooklyn. „Hij is helemaal de jaren tachtig. Hij snapte toen al dat ‘branding’ een wereldwijde taal is. Nike bestond nauwelijks in de jaren zeventig, Apple ook niet. Pas in de jaren tachtig werden ze groot onder invloed van de media. De brand werd het verhaal om producten te verkopen die mensen eigenlijk niet nodig hadden. En Trump bouwde zo ook zijn brand op, met een geïdealiseerd beeld van weelde. Hij is de karikatuur van een rijk persoon. Trump is een geadopteerde naam en betekent ‘winnen’. Hoe duidelijk wil je het hebben? Het is fascinerend hoe hij de kracht van branding heeft gebruikt om de machtigste persoon op aarde te worden.”

Fotograaf Andres Serrano zag dit ook. Een jaar lang kocht hij onder meer op eBay allerhande Trump-parafernalia. Als diens naam, gezicht of handtekening er maar op stond. In de zomer van 2019 maakte hij daarmee in hartje New York de tentoonstelling The Game: All Things Trump: honderden foto’s, petjes, mokken en gesigneerde tijdschriftcovers, maar ook tekstboeken van de Trump University, spullen uit zijn casino’s, een Trump Burger en het bruiloftsgebak van zijn huwelijk met Melania. „Ik wilde Trumps verhaal vertellen door zijn ogen, niet de mijne”, legt Serrano uit. „Om zijn mindset te zien, moet je de producten tonen die hij zelf of via zijn bedrijven produceert. Op die manier is het een portret opgebouwd uit duizend delen. In het centrum van de tentoonstelling staat een ronddraaiend reclamebord uit het Taj Mahal casino met het woord ‘ego’ erop. Dat vat alles samen. Alles begint en eindigt daar: bij zijn ego.”

The Game: All Things Trump Installatie van Andres Serrano in New York, april 2019.Foto EPA / Justin Lane

Serrano: „In mijn fotografie houd ik mij met heel basale thema’s bezig: het leven, de dood, armoede, ongelijkheid, religie. Zaken waar iedereen iets mee heeft. Ruim een jaar geleden zag ik dat Donald Trump een obsessie werd voor iedereen. Je zag en hoorde hem overal. Ook ik kon niet om hem heen. En daarom ben ik dit project gaan doen. Nu is het uit mijn systeem. En volg ik ook het nieuws een stuk minder. Uiteindelijk deed ik het voor mijzelf.”

Stad versus platteland

Een reis door de Verenigde Staten gaat onherroepelijk door verschillende werkelijkheden. Oost versus west, stad versus platteland, gekende kunststeden versus perifere artistieke gebieden. En daarmee ook vooroordeel versus invuloefening. De plekken in New York en Los Angeles zijn vertrouwd, in steden als Kansas City, Denver, Phoenix is het zoeken om de vinger achter de relevante plekken te krijgen. Kansas City heeft bijvoorbeeld een zeer interessant kunstklimaat. Er is een groot museum met nationale uitstraling (Nelson Atkins Museum of Art), een museum voor hedendaagse kunst (Kemper Museum of Contemporary Art), een omvangrijke kunstfaculteit (Kansas City Art Institute) met een eigen, progressieve expositieruimte (H&R Block Space), een stevig artist-in-residence-programma (Charlotte Street Foundation) en een levendig alternatief circuit met een lokale functie (Kansas City Artist Coalition). In Phoenix daarentegen is de eigentijdse kunst weer heel mondjesmaat aanwezig, met een enkele galerie en een museum dat een beperkt profiel heeft.

En dan zijn er de individuele steden met een specifiek eigen verhaal. Zoals Detroit, waar de auto-industrie rond de jaren negentig onderuitging, de hypotheekcrisis ruim tien jaar geleden voor verpauperende wijken zorgde, de stad in 2013 failliet ging en het centrum bijna onleefbaar werd. Slechts langzaam krabbelt Detroit weer op. Hoe functioneert de kunst nu in zo’n stad? Of New Orleans, waar de stad nog lang niet post-post-Katrina is. De overstromingsramp in 2005 – die een wijk als de Lower Ninth Ward zeer hard trof – lijkt gisteren gebeurd, wanneer je kunstenaars en curatoren spreekt. En dan is er El Paso, grensstad in het diepe zuiden van Texas tegen New Mexico aan. Decennialang had die stad een symbiotische relatie met zusterstad Juarez, net aan de andere kant van de Rio Grande. Hier laat zich het Trump-beleid direct voelen.

Waar Trump voor Andres Serrano als ‘fenomeen’ interessant is, moeten kunstenaars Edgar Picazo en Monica Lozano in El Paso iedere dag met de effecten van zijn politiek leven. De 5,5 meter hoge stalen muur die El Paso van Juarez scheidt, is niet neergezet onder Trump. Maar de manier waarop die grens nu wordt beheerd wel. En de retoriek waarmee al die politiek gepaard gaat, raakt hen ook. „Eerst volgde ik alles”, zegt Picazo. „Alles wat Trump zei of deed. Maar daar moet je op een gegeven moment mee stoppen. Omdat je in angst leeft. Bijvoorbeeld dat de grens dichtgaat. En wat als ik dan in El Paso ben? Alles is in Juarez, mijn kleren, mijn spullen, mijn hond. Ik trok het niet meer om alles te lezen.”

The Game: All Things Trump. Foto’s, spellen en tijdschriften, gerelateerd aan president Trump, in een installatie van Andres Serrano in New York, april 2019.Foto EPA / Justin Lane

De vraag is dan: hoe ga je wel met Trump om? Picazo: „Je bevecht hem via de verkiezingen. We weten dat het Republikeinse congres niets gaat doen om hem tegen te houden. Dus zijn we feitelijk op de volgende verkiezingen aan het wachten. Kunst is een belangrijk wapen, maar het heeft ook zijn limieten. Hoeveel spotprenten kun je maken? Hoeveel verzetsbeelden? Het is belangrijk dat het gebeurt, maar niet iedereen hoeft het te doen. Mensen gaan ook niet hun mening veranderen, puur door naar een kunstwerk te kijken.”

Zelf heeft Edgar Picazo ervoor gekozen zijn kunstproductie op een laag pitje te zetten en het kunsttijdschrift Azul Arena te gaan uitgeven: een tijdschrift dat een wat bredere blik op het artistieke klimaat in El Paso en Juarez geeft dan louter vanuit het perspectief van de grens. Als hij zich al met kunst bezighoudt, dan is het ‘hands on’. Een collega helpen bij workshops in een lokaal detentiecentrum voor vluchtelingen. Of de muren van een oud vervallen bedrijfsgebouw beschilderen, zodat vrijgelaten vluchtelingen voor wie noodopvang moet worden geregeld een beetje een leefbare omgeving hebben. „Misschien maken we geen groot verschil binnen het grotere verhaal, maar we maken wel het verschil voor de mensen die daar moeten leven.”

Fotografe Monica Lozano is activistischer. Foto’s hebben impact. Toen ze hoorde dat de Franse kunstenaar JR een project in El Paso wilde doen – met zijn kenmerkende, groot opgeblazen zwart-witfoto’s van close-ups van gezichten van mensen in het gebied – werd Lozano de trekker van het project. Investeren in de gemeenschap is haar kracht. „Ik ben geïnteresseerd in het hervinden van het individu dat verloren is geraakt. Ik ben Zygmunt Bauman en zijn ‘Liquid Modernism’ aan het lezen, over hoe kwetsbaar intermenselijke relaties zijn. Alles is vloeibaar op dit moment. Ik begrijp dat immigratie mensen angst inboezemt, maar de situatie bij de grens is nu verschrikkelijk. Het is een humane crisis. Ik zie mezelf echter niet als een politieke activist. Ik wil het over het individu hebben, niet over politiek.”

Na het gesprek in haar studio rijdt Monica Lozano naar een stuk van de grensmuur: een bruine streep die een berg op slingert. Aan de Amerikaanse kant is er een leeg vlak. In de verte komt een patrouille-auto van de grenspolitie toevallig net aanrijden. De agent stopt, groet vriendelijk en rijdt weer door. „Dit is gewoon openbaar gebied, geen militair terrein”, zegt Lozano. Aan de Mexicaanse kant meldt een groepje kinderen zich bij het hekwerk. Door de spijlen – het zijn in een V gevouwen hoge cortenstalen staven – kijken ze naar de zojuist gearriveerde vreemdelingen. Lozano loopt naar ze toe en maakt een praatje. Een paar van de moeders voegen zich vanuit de simpele huisjes bij hen. Het zorgt voor ongemak. Het persoonlijke contact is mooi, maar het bekijken van het tafereel voelt ook voyeuristisch. Kinderen achter ‘tralies’.

The Game: All Things Trump Installatie van Andres Serrano in New York, april 2019.Foto EPA / Justin Lane

Het is een enorm contrast met vroeger tijden, toen El Paso en Juarez feitelijk één stad waren, met veel onderling (sociaal) verkeer. Nu moet iedereen die te voet van Mexico naar de Verenigde Staten wil een anderhalve kilometer lange brug over. Op een slecht moment kan de grenscontrole uren in beslag nemen. Tijden die oplopen als de grensbewaking bewust onderbemand wordt gehouden.

„Mijn fotografie is een spiegel van de situatie hier”, zegt Monica Lozano. „Maar het kan voor zoveel grensgebieden staan. Hedendaagse kunst gaat over het ‘nu’. En het ‘nu’ gaat over leegte, de abyss.”

Kunstenaars als welzijnswerkers

Het is opvallend hoeveel kunstenaars in verschillende steden bezig zijn met een vorm van sociaal werk. Kunstenaars zetten zich in als verbinders, maar ook als veredelde welzijnswerkers, met name in wijken die als underprivileged gelden. Twee projecten in twee verschillende steden springen eruit: Project Row Houses in Houston en het Power House Project in Detroit.

Kunstenaar Rick Lowe zag begin jaren negentig in de Third Ward in Houston – een wijk ten zuiden van downtown – een rij vervallen shotgun-huizen. Deze smalle, langwerpige, houten bouwsels, waarvan de voor- en achterdeur in één lijn liggen met een paar kamers naast de gang, waren begin twintigste eeuw een typische bouwvorm voor de zwarte arbeidersklasse in het zuiden van de Verenigde Staten. Samen met zes andere kunstenaars knapte hij de zwaar vervallen huizen op en begon er kunstprojecten te realiseren. De eerste expositie heette ‘Drive-By’, naar de nieuwsgierige inwoners van Houston die door de wijk reden.

Al gauw breidde het programma van Project Row Houses zich uit. Meer huizen werden opgeknapt en deze werden toegewezen aan jonge, ongehuwde moeders in de wijk. Tegen het einde van het decennium werd samengewerkt met Rice University voor een architectuurworkshop om nieuwe woningen op het shotgun-model te ontwikkelen om het wonen in de wijk een impuls te geven. Inmiddels staan er zo’n vijftig huizen – oud en nieuw – voor kunstenaarsprojecten en sociale bewoning, maar ook met bijvoorbeeld een coöperatieve winkel om vers voedsel in de wijk te garanderen. In een deel van de nieuwbouw is geëxperimenteerd met duurzaam bouwen.

Lees ook De muur van Trump is nu een conceptueel kunstwerk

Een breed aanbod aan programmering rond Project Row Houses zorgt ervoor dat de buurt actief betrokken is. Curator Ryan Dennis: „Ik denk dat Project Row Houses alleen al door te bestaan een politieke plek is. Daar kun je niet omheen. Veel van ons werk gaat over het creëren van politieke beweging. Dat zit in het DNA van onze organisatie. Kunnen we iedere keer direct op tweets van Trump reageren? Waarschijnlijk niet. Maar we kunnen wel zorgen voor ruimte voor verzoening en nadenken over ontregeling als een productieve manier om verder te komen.”

Het opknappen van huizen om zo een kansarme wijk te revitaliseren, kreeg ook een bijzondere impuls in Detroit in het Power House Project. Kunstenaars Mitch Cope en Gina Reichert beseften in 2009 dat ze iets moesten doen om hun buurt in de wijk Hamtramck voor verval te behoeden. De kunstenaars ging op een bijzondere, artistieke, funky manier huizen opknappen met hulp van collega’s en buurtgenoten. In hun eigen vocabulaire: een artist-run neighborhood-based non-profit project. Kunstenaars als drijvende krachten achter de sociale dynamiek in een wijk. Zo ontstond een aantal speciale huizen die functioneren als theater, geluidsstudio of speelplek. Het laatste project is een Skate Park aan de rand van de buurt, een van de weinige publieke kunstprojecten van Detroit. Inmiddels is de wijk weer levendig en vitaal, terwijl elders in Detroit nog steeds hele gebieden vol staan met groepjes vervallen huizen in desolate leegte of tussen onkruidvelden.

‘Mensen gaan hun mening niet veranderen, puur door naar een kunstwerk te kijken’

Kunstenaar Edgar Picazo

De pragmatische kunstenaarsaanpak in Houston en Detroit – een vorm van ‘social practice’ – krijgt op verschillende plaatsen in de VS navolging, ook bij internationaal beroemde kunstenaars. Theaster Gates heeft een vergelijkbaar project rond zijn studio in South Side Chicago; Mark Bradford richtte in 2013 het Art + Practice-project op in de wijk Leimert Park in Los Angeles. Het zijn maatschappelijke projecten die naast het kunstenaarschap bestaan, maar daar ook direct uit voortkomen. Gates en Bradford adresseren allebei in hun werk de positie van Afrikaans-Amerikanen in een land waarin de strijd tegen segregatie in wettelijke zin is gestreden – in 1964 werd de Civil Rights Act van kracht – maar waar de praktijk nog altijd weerbarstig is. Het politiegeweld tegen zwarte Amerikanen – Trayvon Martin in Miami, Michael Brown in Ferguson, Eric Garner op Staten Island – voedde de Black Lives Matter-beweging, waar ook kunstenaars zich mee associëren.

Identiteitspolitiek kenmerkt steeds vaker de artistieke productie van kunstenaars van kleur. Zij adresseren Trump vaak niet direct in hun werk, maar wél de sociale positie van hun gelijken. Het gaat over im- en expliciet racisme. Over ‘gentrification’, het proces waarbij arme, vaak ‘zwarte’ wijken door rijke, witte Amerikanen worden overgenomen, waardoor de oorspronkelijke bevolking naar de randen van de stad wordt gedreven, weg van voorzieningen. Over ‘food deserts’: wijken waar in de wijde omtrek geen vers voedsel te vinden is. Over de burgerpositie van ‘Native Americans’. En – ultimo – over het zwarte trauma. Over de slavernijgeschiedenis die nog steeds ‘levend’ is, omdat ze tot op de dag van vandaag doorwerkt in de Amerikaanse maatschappij, die daarmee de facto een klassenmaatschappij is langs verzwegen lijnen. Alleen zwijgen de meeste kunstenaars die uit dit trauma voortkomen niet meer.

Aandachtstrekker

„Het is een erg verwarrende tijd om kunstenaar te zijn, omdat we omgeven worden door media”, zegt Hank Willis Thomas in zijn atelier in Navy Yards in Brooklyn. „Sociale media, de 24-uursmediamachine, de clickbait van internet in het algemeen, het is moeilijk om op één enkel ding te focussen. Onze president is ook zo’n aandachtstrekker. Er is zoveel illusie. Wil je onderdeel zijn van de wereld of ontsnappen aan een wereld die uit elkaar aan het vallen is? Tegelijkertijd is onze tijd ook weer niet zo heel veel angstaanjagender dan andere perioden die we gekend hebben, dus je moet het ook in perspectief blijven zien.”

Hank Willis Thomas is samen met Eric Gottesman de drijvende kracht achter het ‘For Freedoms’-project dat in 2016 werd opgezet. Zij riepen op tot ‘civic engagement’ van kunstenaars. Inspiratiebron waren de vier vrijheden die Franklin D. Roosevelt in 1941 in een radiotoespraak propageerde: Freedom of speech, Freedom of worship, Freedom from want, Freedom from fear. Norman Rockwell had toentertijd rond deze thema’s vier posters gemaakt. Willis Thomas en Gottesman creëerden met hulp van bevriende kunstenaars nieuwe versies. Tijdens de tussentijdse congresverkiezingen van 2018 nodigde het For Freedoms-team zo’n 150 kunstenaars door het hele land uit om billboards te ontwikkelen die voor een periode van enkele weken in alle Staten langs snelwegen verschenen, zo’n 250 in totaal. Daarnaast waren er tentoonstellingen, townhall-bijeenkomsten en werden ‘lawnsigns’ gemaakt. Allemaal geconcentreerd op de vier vrijheden, niet om specifieke kandidaten te steunen.

„We kenden kunstenaars als Gran Fury en de Guerrilla Girls die in de jaren tachtig het billboard als medium gebruikten voor hun werk”, legt Willis Thomas uit. „En omdat media tegenwoordig zo’n belangrijke rol spelen, zochten we naar mogelijkheden om ons op hun terrein te manifesteren. We vroegen ons af hoe we het idee van de kunstenaarsrol binnen een samenleving konden herzien. Niet meer als creatieve buitenstaander, maar als ‘civic leader’. Beeldend kunstenaars hebben de neiging zich intensief met een heel specifiek deel van onze maatschappij bezig te houden. Ze worden echter niet gezien als experts, omdat het publiek hun werk niet kan vertalen naar een groter verhaal. Wij willen kunstenaars stimuleren veel directer impact te hebben op het publieke denken, voorbij de paar mensen die hun shows in musea en galeries zien.”

Lees ook Donald Trump is een kunstwerk en alle kunst is ook propaganda, schrijft Jonas Staal

For Freedoms is representatief voor het engagement van veel van de kunstenaars: eerder indirect dan direct de politiek van Trump en de conservatieve wind die waait in het Supreme Court het hoofd bieden. Het vinden van kunstenaars die pro ‘Trump’ zijn, was moeilijk. Jon McNaughton is een van de weinige conservatieve kunstenaars die zich uitgesproken politiek profileert. Er is wel ‘Americana’ (cowboykunst of glorieuze natuurlandschappen) en er is een markt voor religieuze voorstellingen, maar dat is eerder generiek dan politiek/sociaal specifiek. Over het algemeen profileren kunstenaars zich als liberal. Ze doen dit gepassioneerd, soms met woede, maar ook met ingehouden adem. Wachtend op november.

De eerste tentoonstelling over Amerikaanse kunst, Tell Me Your Story, is van 8 febr. t/m 17 mei te zien in Kunsthal Kade, Amersfoort. Daarna volgen Art activism in 80s NYC (8 juni t/m 6 sept) en Being an artist in America (26 sept. t/m 3 jan). Inl: kunsthalkade.nl