Foto Andreas Terlaak

Eefje de Visser: ‘Ik hou mijn teksten graag beeldend en fluïde’

Interview Zangeres Eefje de Visser wilde met haar nieuwe album Bitterzoet een filmische, blurry wereld scheppen. „Ik zie muziek als een vorm van escapisme.”

Bovenin het Forum, het strakke nieuwe ‘cultuurwarenhuis’ van Groningen, geniet zangeres Eefje de Visser (33) van het uitzicht. Op deze zaterdagmiddag heeft ze haar donkere haar samengebonden. Aan elke kant, net boven haar oren, hangt een lokje los. Lange, zwarte wimpers zetten intense, groenblauwe ogen aan. De lippen zijn rood gestift.

We bestellen koffie en een broodje in het restaurant. De gedachte bekruipt terloops: hoe ver weg is de debutante van tien jaar terug. Die met het poppengezichtje, het scheve staartje, het broekpak en de buurmeisjesuitstraling. Niet dat groei en ontwikkeling verwondert, maar het verschil met deze wereldse, zelfbewuste Eefje de Visser is groot.

In 2013, rondom het uitkomen van haar tweede album Het Is, vertelde ze hoe ze haar verlegenheid „die ‘sorry dat ik besta’-houding op het podium, dat onschuldige gedoe” maar eens overboord gooide. Met de jaren is daar een dosis zelfvertrouwen bij gekomen. Hét voorbeeld daarvan vist ze uit haar tas: een arty fotoboek dat ze maakte met bevriende fotografe Lonneke van der Palen. Dromerige beelden van De Visser, soms minimaal gekleed. Ze grijnst dat ze haar jongere ik had willen meegeven meer op haar intuïtie te vertrouwen.

In Groningen geeft Eefje de Visser twee concerten, één op showcasefestival Eurosonic en één op Noorderslag. Ze heeft twee missies. Bij de eerste show moeten internationale programmeurs geïnteresseerd raken. Gelukt, knikt ze. Veel mensen bekeken haar optreden in de schouwburg op Eurosonic in zijn geheel en liepen niet door naar de volgende artiest. De reacties na afloop waren „warm, positief en goed”.

„Nederlandse teksten hoeven geen barrière te zijn als er veel ín de muziek zit”, stelt ze vast. „Ik wil dat mijn tekst muzikaal is, dat de klank van de woorden goed is. Dan hoeven liedjes niet woordelijk begrepen te worden.” Eerder ging ze als supportact mee op een Europese tour van Vlaamse artiest J Bernardt. In februari trekt ze rond met zijn band Balthazar. „Via Spotify staan mijn liedjes op internationale playlisten. Ik kan zien uit welke landen de luisteraars komen en er komen veel aanmoedigende reacties. En kijk naar artiesten als de Spaanstalig zingende Rosalía, de IJslandse band Sigur Rós, de Franse Christine and The Queens of Stromae. We luisteren graag naar bands in talen die we niet kunnen verstaan.”

Dan missie twee: haar concert op Noorderslag – etalage voor de actueelste Nederlandse popmuziek. Bij dit gesprek, zo’n acht uur voor die show op het hoofdpodium van de Oosterpoort begint, weet De Visser nog niet dat ze de klapper zal worden van de avond. Dat haar nieuwe album vol elektronische, gelaagde moody artpop met zacht-dwingende teksten live hard aankomt. Dat ze als een sexy, ongrijpbare Sirene van de nacht in een zwart leren broek en een uitgesneden top een weergaloze indruk maakt. Een bedwelmende show van dromerige synths, koortjes, een puntgave armchoreografie en een fraai rood lichtplan voerde mee de diepte in. Niet voor niets regende het in de media superlatieven.

Lees ook: Eefje de Visser hoogtepunt van Noorderslag

Surrealistisch roesgevoel

Haar nieuwe album kreeg een mooie paradoxale naam, Bitterzoet. De vorige albumtitel had dat ook, Nachtlicht. Graag benoemt ze die tegenstellingen. Om haar droompop ertussen te plaatsen, in de tussenliggende schemering. „Die kleurexplosie in de hemel zodra de nacht en dag samenkomen. Zo symbolisch”, vindt ze.

Voor de liedjes heeft ze een blurry, filmische wereld willen scheppen. „Een surrealistisch roesgevoel na bijvoorbeeld het drinken van alcohol.” Het vervormt de realiteit een beetje. Bij De Visser is het nooit helemaal wakker worden in de rauwe werkelijkheid. „Weet je, ik heb gewoon geen nood om daarover te schrijven. Het inspireert mij niet. Álles is al echt. Ik zie muziek juist als een vorm van escapisme. Het haalt even uit de realiteit. Ik zit graag in de nevel.”

De „zwoele, airy plaat” zoals ze zelf omschrijft, kostte haar vier jaar. Haar drie eerdere albums kwamen per twee jaar. De verklaring is dat ze „zoekende” was. Waarnaar? Ze valt stil. Hoe zal ze het omschrijven. „Wat mijn identiteit was?”

Wie ging Eefje de Visser zijn als artiest, die eens wat achteloos haar gedachten, gevoelens en dromen ving in kleine liedjes en ze uitgaf bij haar eigen Eefjes Platenmaatschappijtje. Klein was haar wereldje. En ze verlangde naar groter, met een vangnet waardoor er meer ‘creatieve headroom’ kan ontstaan. „Ik had een klein team, zat overal bovenop. Dat verstikte.”

Bovendien, blikt ze terug, was ze zich als muzikant te veel aan het herhalen. „Ik bleef iedere keer hangen in songs die alle kanten op gingen: veel variaties, veel akkoorden en woorden en maatsoortwisselingen. Ik begon me te realiseren dat ik er alles aan deed om maar niet saai te zijn.” Luisterend naar Fleetwood Mac of Chris Isaak hoorde ze hoeveel goede liedjes met drie akkoorden zijn ontstaan. „Ik heb mezelf een halt toegeroepen. Maak iets goeds en kernachtigs. Meer rust. Minder informatie.”

Lees ook: De recensie van het album Bitterzoet door Hester Carvalho

Een voorbeeld is het liedje ‘Oh’. Op een simpele electrobeat, vingerknips en lange synth-akkoorden zingt ze: „Oh, ik val op en over je/ Je staat op, ik hang aan en over je/ Ik ga weg en hoor je stem in mijn hoofd lief/ We komen rond, maar hebben weinig tijd.” „Als ik dit live speel, voel ik me zo… Dit is nieuw voor mij. Ik laat mijn stem meer horen, er is ruimte tussen de zinnen. Ik ben op mijn gemak als ik het speel. Het zit niet zo dichtgetimmerd.” Ze weet niet of ze er concreet genoeg over is. „Het is als een boek met minder woorden maar meer essentie.”

Niet dat ze nu geen liedjes meer maakt met zijweggetjes of een ingewikkelder structuur. De Visser kan mooi zweven boven situaties. Het past bij haar versplinterde soort denken, hak op de tak. Ronde verhalen met een kop en staart, of zoals ze zelf zegt „liedjes die duidelijkheid verschaffen”, zijn haar te gekunsteld. „Ik houd de teksten graag beeldend en fluïde.”

Het maakt haar teksten poëtisch. Maar geïnteresseerde uitgeverijen wuifde ze weg. „In het Nederlands ben je al snel de nieuwe Spinvis. Een groot compliment, maar het is natuurlijk niet zo dat Nederlandstalig een genre is. Het is een taal.”

Verhuizing

Het album is uitgekomen bij het grote muzieklabel Sony en ze werkt nu met een nieuw, Belgisch management. „Ik heb mij op zakelijk gebied met nieuwe mensen omringd. Een goede verandering, zo blijkt: ik ben nu meer mijzelf dan ooit.”

Maar de grootste verandering betreft haar verhuizing naar België, bijna drie jaar geleden. In Gent woont ze met haar Vlaamse vriend Pieterjan Coppejans, die mixer en producer van haar album is en ook geluidstechnicus bij haar show. Hun woning, boven een drogist, is ook een muziekstudio annex speel/repetitieruimte waar dagen aaneen gesleuteld wordt aan muziek. „Onze ruimte bevindt zich in een uniek pand waar bands kunnen repeteren en hun muziek opnemen. Het kan er vrij druk zijn, maar we storen er niemand.”

Ze erkent dat de impact van die verhuizing ver reikt. En dan bedoelen we niet hoe haar spreektaal intussen doorspekt is van zachte Vlaamse tussenwoorden als ‘zo’. En ‘dan’ in plaats van ‘toen’. Een constatering waar ze nog schattig verbaasd op reageren kan. „Is dat zo? Ja nu je het zegt, ik denk het ook wel.”

Ze voelt zich opgenomen in de Vlaamse muziekscene, raakte goed bevriend met muzikanten als Sylvie Kreusch („Een wild wijf, veel lef”) en leerde Tamino kennen. „De Vlaamse scene in Antwerpen, Brussel en Gent is hecht en klein. Maar hun manier van met muziek omgaan is groter ingestoken en minder bescheiden.”

Bevrijding

In haar shows is bevrijding voelbaar. Ze hangt haar gitaar nog graag om, maar ze stáát er meer, als sterke popvrouw die naar voorbeeld van alternatieve popheldinnen als Solange, Lykke Li of Robyn goed weet wat ze wil uitdragen. Daar hoort attitude en dans bij: met twee zangeressen maakt ze synchrone strakke en golvende armbewegingen. Meteen gaat ze lachen. Opgetogen: „Ik voel me er zo goed bij dat ik nu ook dans. Dat wilde ik altijd al, die vorm van expressie. Ik voel het allemaal zo veel méér door die bewegingen.”

De choreografie is beïnvloed door dansvormen die ze op YouTube vond, uit China en India. Maar ook: schoonzwemsters op de kant. „Hoe in groepsdansen samen patronen worden gevormd, als organismes. Ik vind dat zoiets magisch hebben.”

Het leidde tot de video van titeltrack ‘Bitterzoet’. Daarin staat De Visser met de synchroonzwemsters van het Belgische nationale team aan de rand van het zwembad. Strak gekapt en gemaquilleerd, met perfecte pasjes. Blikken op oneindig. De Visser is er een buitenbeentje tussen. „De perfecte en imperfecte kant van de mens is stevig uitvergroot. Achter de fake smiles speelt de donkerheid, de frustratie, je niet deel uit voelen maken van een groep, de eenzaamheid. Schone schijn tegenover de zwartheid.” Want uiteindelijk gaat haar personage met een uitgestreken gezicht door het lint. „Ik heb moeten moorden, wurgen. Heel leuk.”

Half maart start De Visser haar clubtournee met Nederlands-Belgische band van drie instrumentalisten en twee zangeressen. In oktober gaat die tournee verder.

In de tussentijd hoopt ze op veel festivaloptredens in de avond om haar lichtshow ten volle te tonen. „Ik houd van albums die je moet leren kennen, die je in je eentje beluistert. Je krijgt een privérelatie met je luisteraar. Live zoek ik naar een andere energie. Een vol wij-gevoel. Dat is van een ander soort intimiteit.”

Eefje de Visser: Bitterzoet. Optredens in Nederland vanaf 20/3. Inl: eefjedevisser.nl