Recensie

Recensie Theater

De onvermijdelijke, stuwende kracht van de Bolero

Dans De Gran Bolero, de openingsvoorstelling van festival Brandhaarden, is een Bolero zoals te verwachten viel. Opwindend en ontroerend door de onuitroeibare menselijke energie en veerkracht.

Regisseur Jesús Rubio Gamo noemt zijn Gran Bolero een „zoektocht naar saamhorigheid en solidariteit”.Foto Claudia Córdova Zignago

Regisseur Jesús Rubio Gamo noemt zijn Gran Bolero een „zoektocht naar saamhorigheid en solidariteit”.Foto Claudia Córdova Zignago

De Bolero: het zou interessant zijn eens te turven hoeveel choreografen de bedwelmende, opzwepende muziek al hebben gebruikt sinds Maurice Ravel die bijna een eeuw geleden componeerde voor danseres Ida Rubinstein in een ballet van Bronislava Nijinska. Het moeten er honderden zijn. Met als wereldwijd bekendste waarschijnlijk die Béjart uit 1960, later vereeuwigd in de film Les uns et les autres, met de charismatische Jorge Donn.

Ook de Spaanse choreograaf Jesús Rubio Gamo heeft zich laten meeslepen door het perpetuum mobile van de Bolero. Beter gezegd: de Bolero heeft Gamo door zijn onvermijdelijke, stuwende kracht vlot getrokken uit het choreographer’s block waarin hij een paar jaar geleden belandde. Zijn Gran Bolero is als het ware de verbeelding van die wedergeboorte van creativiteit: de man die bij aanvang roerloos onder een grote spot staat, mag gerust voor de choreograaf worden aangezien.

Een voor een betreden de andere elf dansers, aan weerszijden van het toneel opgesteld, de vloer in een rustige, gelijkmatige wandelpas die langzaam overgaat in een draf, nog steeds in hetzelfde ritme. Ze lopen in grote en kleinere cirkels die soms samenvallen, dan weer uiteen wijken – Gamo is een verklaard fan van Anne Teresa De Keersmaeker, en dat is hier te zien, net als zijn affiniteit met het rauwere werk van Les ballets C de la B.

In de galmende klanken en ritmes krijgen de melodie en het uit duizenden herkenbare thema van de kleine trom langzaam hun definitieve ravelliaanse vorm. Alles cirkelt, spiraalt en zwenkt, terwijl de korte bewegingen van dansers die uit de rondgang breken steeds heftiger worden. Ze slingeren zich in repeterende dansfrasen, storten zich bij elkaar in de armen, worden hoog getild, gaan naar de grond, staan weer op, in een almaar toenemend crescendo. En natuurlijk gaan er kleren uit.

Enfin, het is een Bolero zoals te verwachten en te voorzien viel. Opwindend, ontroerend ook wel door de onuitroeibare menselijke energie en veerkracht. Gamo noemt Gran Bolero een „zoektocht naar saamhorigheid en solidariteit”, waarbij het feit dat hij werkt met zes dansers uit Madrid en zes uit Barcelona als politiek statement kan worden opgevat.

Maar dat maakt het nog geen belangwekkende toevoeging op de lijst theaterdansbolero’s. Daarvan bestaan radicaler versies, zoals de machinale paaldans Révolution van Olivier Dubois. Ook niet in het rijtje dansante uitputtingsslagen die de laatste jaren meermalen en in verschillende vormen te zien waren, waaronder Schwalbe zoekt massa of The dog days are over van Jan Martens.

Gran Bolero is gewoon wel een lekkere voorstelling.