De Haagse zoektocht naar het juiste woord

TermenIn de afgelopen vijftig jaar zijn op het Binnenhof allerlei woorden gebruikt voor mensen van buiten Nederland die zich hier hebben gevestigd. Een inventarisatie.

De af gelopen decennia werden in het politieke debat heel wat woorden geïntroduceerd om nieuwkomers aan te duiden. NRC doorzocht de verslagen van de plenaire vergaderingen van de afgelopen vijftig jaar: welke woorden werden het meest gebruikt?

1 Verdwenen woorden

‘Gastarbeider’, ‘vreemdeling’ en ‘buitenlander’, dat waren in de jaren zeventig de populairste woorden in de Tweede Kamer voor immigranten. ‘Gastarbeider’ verdween al snel naar de achtergrond, terwijl het steeds vaker over ‘buitenlanders’ ging. In de jaren tachtig komt ook een andere term op: ‘etnische minderheid’. Al deze woorden verdwijnen rond 1990 bijna geheel uit de Kamer: ‘allochtoon’ verschijnt op het toneel.

2. Allochtoon als alternatief

De eerste keer dat een variant op ‘ allochtoon’ opduikt in de Handelingen van de Tweede Kamer, is in 1964: Kamerlid Willem Vermooten (PvdA) spreekt over windt zich op over het visserijbeleid van Nederland, waardoor „de autochtone en de allochtone garnalenvissers en mosselkwekers” niet goed weten waar ze aan toe zijn. Het gaat niet over gastarbeiders die in de visserij werken, maar over Belgische vissers.

Het woord ‘allochtoon’ krijgt zijn huidige betekenis in 1971, als sociologe Hilda Verwey-Jonker een rapport schrijft over de integratie van immigrantengroepen. Zij gebruikt ‘allochtoon’ voor „gerepatrieerden, Ambonezen, Surinamers, Antillianen, buitenlandse werknemers, Chinezen, vluchtelingen en buitenlandse studenten”. Het woord moet oude termen die een negatieve ondertoon hebben gekregen, als vreemdeling en buitenlander, vervangen. Pas in de jaren negentig verdringt het andere woorden.

3. Mislukte nieuwe pogingen

Het CBS heeft in de jaren negentig een standaarddefinitie voor ‘allochtoon’ vastgesteld (iemand die in Nederland woont en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren), waardoor veel instituties het gebruiken. Er worden wel nieuwe termen verzonnen, zoals ‘medelander’en ‘nieuwe Nederlander’. Beide woorden hadden kleine – en korte – oplevingen in de Kamer. Ook ‘etnische minderheid’ wordt wat vaker door parlementariërs gebruikt, maar de drie termen worden niet overgenomen en sterven een stille dood.

4. Nieuw jargon

Inmiddels hebben vrijwel alle partijen het woord ‘allochtoon’ afgezworen, net als instanties als de WRR en het CBS. Het blijft in leven door de PVV – die partij heeft geen moeite met de negatieve bijklank die het woord inmiddels heeft.

Er zijn verschillende alternatieven: allereerst mensen ‘met een migratieachtergrond’. Daarnaast is er het ‘koppeltekenmodel’, zoals ‘Turks-Nederlands’ of ‘Marokkaans-Nederlands’. Deze aanduidingen werden de afgelopen jaren steeds populairder, onder aanvoering van met name Denk, GroenLinks en bewindspersonen. Deze alternatieven worden nu jaarlijks enkele tientallen keren in de Tweede Kamer gebruikt.

Het populairste alternatief is ‘migrant’: dat woord wordt jaarlijks honderden keren genoemd - niet alleen om migranten uit het Midden-Oosten en Afrika aan te duiden, maar ook om bevolkingsgroepen in Nederland te benoemen.