Recensie

Recensie Muziek

Britse zangeres Låpsley klinkt groots en toch menselijk

Pop Holly Låpsley was een tijdje uit beeld, maar is nu terug met een nieuw album. Tijdens haar concert in het uitverkochte Cinetol, Amsterdam, bracht ze nieuwe en oude liedjes op een verfijnde manier tot leven.

Låpsley tijdens het optreden in Cinetol, Amsterdam.
Låpsley tijdens het optreden in Cinetol, Amsterdam. Foto Willem Schalekamp

Na het succes van haar debuut-album Long Way Home (2016) verdween zangeres Låpsley uit beeld. Rond de destijds negentienjarige Holly Låpsley uit Noord-Engeland, die haar stem aantrekkelijk liet galmen over kalme elektronische instrumentaties en als nieuwe ster was onthaald, bleef het drie jaar stil.

Maar nu is ze terug, met een binnenkort te verschijnen tweede album. En dinsdagavond, bij haar concert in het uitverkochte Cinetol, Amsterdam, vertelde ze het publiek: voor haar geestelijk welzijn was het verstandig om pauze te nemen. Nu, 23 jaar oud, is ze de vrouw geworden die ze wilde zijn, bleek uit de tekst van het vrolijke, nieuwe ‘Woman’ – het eerste vrolijke liedje dat ze ooit schreef, zei ze grijnzend. In de kleine zaal van Cinetol trad ze op met twee achtergrondzangeressen die aan weerszijden van haar stonden, en twee muzikanten op viool, keyboards en basgitaar. Gezamenlijk brachten ze haar nummers op een verfijnde manier tot leven. Låpsleys stijl laat zich vergelijken met die van James Blake en The XX: typisch Brits door de experimentele instrumentaties, met een knipoog naar Amerikaanse r&b door het ritme. Bij Låpsley klinkt de muziek vaak groots, maar onder de bombast zijn ook de onderliggende structuren te horen, als het skelet van het liedje. Die menselijkheid geldt ook voor haar stem, van krachtige uithalen schakelt ze naar precieus uitgesproken onzekerheid, die stamelend mag klinken.

In Cinetol speelde ze nummers van haar debuut en de nieuwe EP, These Elements, zoals het stemmige ‘My Love Was Like The Rain’ en het oudere, Supremes-achtige ‘Operator’. De zangeressen en Låpsley deden nu en dan synchrone armgebaren, en tijdens het intieme, langzame ‘Painter’, omarmden de drie elkaar. Dat was een ongewoon en troostrijk beeld.