Reportage

Britse veteraan-Europarlementariër treurt niet: ‘Ooit keren we terug’

Bill Newton Dunn Als weinig anderen belichaamt hij de Brits-Europese droom. Hoe beleeft Europarlementariër Bill Newton Dunn de laatste dagen van zijn land in de EU?

Bill Newton Dunn neemt het woord tijdens zijn (voorlopig) laatste debat in het Europees Parlement.
Bill Newton Dunn neemt het woord tijdens zijn (voorlopig) laatste debat in het Europees Parlement. Foto Ivan Put

Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk verloopt in Brussel deze week met zo min mogelijk ceremonieel en bombast. Maar woensdag in de gangen van het Europees Parlement, in de uren voor de stemming over het uittredingsakkoord, zie je wat Brexit óók is: gefnuikte dromen, liefdesverdriet, ontgoocheling. Bij de laatste bijeenkomsten van de Europese fracties zijn er bloemen en tranen, wordt er gezongen en geknuffeld.

Bill Newton Dunn is geen man van grote gevoelens. Verdriet, teleurstelling, nostalgie: nee, daar wil hij twee weken eerder, voor de laatste keer in Straatsburg, niet aan. Maar frustratie, ja, die voelt hij wel. „Vooral als ik de Europese agenda voor de komende tijd bekijk. De nieuwe Commissie gaat nu echt beginnen. En ze hebben zoveel grote plannen!”

Newton Dunn zal het niet meer meemaken. Of althans: niet als Europarlementariër namens het Verenigd Koninkrijk, een positie die hij meer dan 30 jaar bekleedde. In 1979 kwam de Brit met de eerste lichting verkozen parlementariërs in het Europees Parlement. Sindsdien ontbrak hij slechts twee termijnen. Vrijdag vertrekt hij definitief.

Spanjaard zonder stropdas

Er zijn weinig mensen die de Brits-Europese droom zo belichamen als Newton Dunn (78). Gaat het over Europa, dan zegt hij voortdurend „onze familie”. Zijn vrouw, een Hongaarse, ontmoette hij door zijn werk. Het was het mooiste aan zijn tijd in het parlement, zegt hij: dat hij al die „geweldige Europeanen” heeft leren kennen.

Neem de Italiaan Marco Pannella, die hem steeds weer wist te verrassen met zijn absurdistische acties om aandacht voor burgerrechten te vragen. „Hij liet zich knevelen, ging in hongerstaking!”

Of die keer dat hij de Spanjaard Miguel Martínez vroeg waarom hij nooit een stropdas droeg. „Toen vertelde hij dat hij ooit bijna aan zijn keel was opgehangen tijdens het Franco-regime en sindsdien geen dassen meer draagt.” En had Newton Dunn even genoeg van het vele heen-en-weer gereis, dacht hij maar aan de Zuid-Cyprioot die hij eens sprak, en die steeds drie vliegtuigen moest pakken om in Straatsburg te geraken.

„Ik heb hier zoveel buitengewone mensen ontmoet met zoveel verschillende opvattingen. Dit is de plek waar we beschaafd met elkaar in discussie gingen. Alle politiek is interessant. Maar wat we hier deden had een ander niveau: het ontwerpen van Europa!”

Decennia was Newton Dunn een van de felste voorstanders van een federaal Europa. Toen hem in 1985 gevraagd werd of dat geen verlies van Britse soevereiniteit zou betekenen antwoordde hij: „Zeker, maar het grootste deel hebben we toch al opgegeven.”

Hij wil het nog een keer gezegd hebben, als hij woensdagavond in de plenaire zaal in Brussel voor het laatst het woord krijgt en zijn „collega’s” aanspreekt. „Vergeet niet: dit project ging nooit alleen om vrijhandel, het doel was altijd een steeds hechter verbond!”

Rancune

Zag Newton Dunn de stemming over Europa in zijn eigen land veranderen? Nee, zegt hij beslist. „Maar wel in het Lagerhuis. Daar groeide de rancune over de positie van het Verenigd Koninkrijk, en de illusie dat we nog steeds een supermacht zouden zijn.” Newton Dunn wijt het aan de demagogen en de Britse pers dat Brexit nu werkelijkheid wordt. „De politici hebben de mensen niet verteld dat we geen wereldrijk meer zijn, dat onze echte familie hier zit. Mijn frustratie is dat ik ze zelf niet heb kunnen overtuigen.”

Niet dat hij de discussies niet volgde. Zijn eigen zoon, Tom Newton Dunn, werkt als journalist voor The Sun, „een van de vreselijkste, eurokritische kranten.”

Trots is hij er niet minder om, zijn zoon is een „geweldige journalist”. „Hij schrijft nooit leugens en politieke opdrachten krijgt hij nooit. Het gaat de uitgever Rupert Murdoch er gewoon om zoveel mogelijk kranten te verkopen. Eurokritiek is een business model.”

De Tory-partij waarvan hij lid was zag hij in de loop der jaren steeds eurokritischer worden. Hij stapte er in 2000 uit, liet zich fotograferen terwijl hij zijn lidmaatschap verscheurde en sloot zich aan bij de Liberal Democrats. „Achteraf gezien, zegt Newton Dunn, „zag ik het toen natuurlijk al aankomen.”

Twee keer werd hij niet herkozen: in 1994 en in 2014. Maar toen in april vorig jaar, hij was inmiddels 77, duidelijk werd dat de Britten door het uitstel van Brexit nog een keer zouden stemmen bij de Europese verkiezingen, twijfelde hij geen moment. „Natuurlijk wilde ik terug. Er was werk aan de winkel!”

Over zijn lichtblauwe overhemd droeg hij droeg een felgeel T-shirt, bij zijn terugkeer in juli vorig jaar. Met in donkerblauwe letters: Stop Brexit. En halverwege januari zijn het nog steeds kleine opmerkingen, waaraan je merkt dat hij zich er nog niet bij heeft neergelegd. „Zeer waarschijnlijk dan”, verbetert hij, gevraagd naar zijn gevoelens deze laatste keer in Straatsburg.

Hier zit de laatste man met hoop, zegt zijn assistent, een Griekse, grinnikend.

Vergis je niet, zegt Newton Dunn, en hij somt een serie voorbeelden op, van toen het Europarlement compleet anders stemde dan verwacht was. „Onderschat dit parlement niet!”

Het waren dertig ‘geweldige jaren’

Vlak voor de voorzitter hem woensdag afbreekt vanwege het overschrijden van zijn spreektijd, zegt hij nog dit: „We hebben nog altijd een Europese FBI nodig. Dus collega’s, blijf bouwen, elk voetje achter de volgende!”

Twintig minuten later stemmen 621 van de 751 Europarlementariërs voor het Brexit-akkoord.

Newton Dunn stemt tegen. Na afloop dwaalt hij wat rond in de gang, en zegt: „Veel collega’s hadden me vooraf nog gezegd dat ze tegen zouden stemmen.”

Maar hij begrijpt ook: de chaos zou te groot zijn geweest, als het EP dit op de valreep had geblokkeerd.

Nee, veel emotie voelt hij niet. „Sommige collega’s hebben hier maar zeven maanden mogen zitten. Ik had meer dan dertig geweldige jaren!”

Bovendien: „Voor mij is dit een makkie. Ik ben hier al twee keer vertrokken.”

Hij glimlacht. „Het Verenigd Koninkrijk keert ooit weer terug. En je weet het niet: misschien ben ik er ook weer bij.”