KNAW: 'Evenwicht tussen gebonden en vrij onderzoek is zoek'

Wetenschap Een adviescommissie van de KNAW pleit voor een cultuuromslag in het wetenschappelijk onderzoek. "We moeten uit deze gekmakende carrousel stappen."

Foto iStock

Het wetenschappelijk onderzoek moet op de schop. Vrije, ongebonden wetenschap moet weer net zo belangrijk worden als vraag-gestuurd, gebonden onderzoek. Dat staat in een advies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) dat deze woensdag verschijnt.

Wetenschappers doen hun werk ruwweg in twee smaken: de meesten moeten zichzelf bedruipen door een permanente race om onderzoeksgeld. Daarbij staan de contouren vaak vooraf vast: het is onderzoek waarbij overheid of bedrijven meebeslissen over de vraag waar het onderzoek over moet gaan. Een veel kleinere groep wetenschappers kan puur op basis van eigen nieuwsgierigheid aan de slag.

Beide varianten zijn heel belangrijk, zegt Bert Weckhuysen, voorzitter van de adviescommissie en hoogleraar anorganische chemie en katalyse aan de Universiteit Utrecht. „Maar het evenwicht is zoekgeraakt.” Het geld verschoof de laatste jaren steeds meer richting gebonden onderzoek. „De verhouding is nu grofweg een derde vrij, twee derde gebonden.”

Lees ook Universiteiten willen af van ‘publicatiedruk’ op docenten

‘Door meer hoepels springen’

De „projectificering van de wetenschap”, noemt Weckhuysen deze trend. „Natuurlijk moet wetenschap ook iets leveren aan de maatschappij”, stelt hij. „Maar gebonden onderzoek vraagt meer van wetenschappers. Ze zitten in een keurslijf en moeten door meer hoepels springen.”

Dat begint al bij de aanvraag, zegt Weckhuysen: „Je moet je expertise in een subsidievoorstel wringen om de kans te vergroten dat je het geld krijgt. Dan volgt de volgende hoepel: bedrijven of maatschappelijke organisaties vinden die meebetalen aan je onderzoek. Vervolgens moet je ook nog samenwerking zoeken met andere wetenschappers én zorgen voor voldoende maatschappelijk relevantie.”

Die ‘aanvraagdruk’ leidt tot een hoge werkdruk. Uit onderzoek van WOinActie, een platform van honderden wetenschappers, bleek vorige week dat 40 procent van hen standaard twaalf tot vijftien uur per week overwerkt met stress en andere psychische klachten tot gevolg. „De verhalen kloppen”, zegt Weckhuysen, die de afgelopen maanden met tal van onderzoekers sprak. „Er is veel onrust.”

Dat komt ook doordat het aantal studenten enorm is gegroeid. Onderzoekers moeten dus meer onderwijs geven, terwijl het onderwijsbudget per student niet voldoende is meegegroeid. „Dat is ten koste gegaan van onder andere het ongebonden, vrije onderzoek.”

Niet alleen een geldkwestie

Om de werkdruk te verlagen, stelden de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) onlangs voor om een deel van het onderzoeksgeld (100 miljoen) te verschuiven van NWO naar universiteiten. Maar dat, vindt Weckhuysen, is niet het antwoord. „Er is een cultuuromslag nodig. We moeten uit deze gekmakende carrousel stappen”, stelt hij. „Het evenwicht moet terug.”

Dat is niet alleen een geldkwestie, zegt Weckhuysen. Al moet het budget voor ongebonden onderzoek „minstens verdubbeld” worden, becijfert hij in zijn advies. Kosten: ongeveer een miljard euro, structureel. Dat geld moet ten goede komen aan onderzoekers door het instellen van een nieuw fonds (‘rolling grants’) waar wetenschappers gedurende hun loopbaan een beroep op kunnen doen. Deze rolling grants moeten stabiliteit brengen, omdat het geld rechtstreeks naar de onderzoekers gaat die daarmee ruimte kunnen kopen voor eigen onderzoek. „Ze kunnen zich hiermee bijvoorbeeld ‘vrijkopen’ van onderwijstaken”, zegt Weckhuysen.

Deze woensdag overhandigt Weckhuysen het advies aan minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66), die vorig jaar vroeg om een nieuwe blik op wetenschapsfinanciering. „Dan hoop ik dat de minister het een eerlijke kans geeft en het aandurft om het verder uit te werken.”