Opinie

Wie rechters onder vuur neemt, vernietigt tegenmacht

Rechtsstaat Ontevreden met een gerechtelijke uitspraak? Verander de wet, betogen en .
Beeld van vrouwe Justitia op een gerechtsgebouw
Beeld van vrouwe Justitia op een gerechtsgebouw Foto Robin Utrecht

‘Het gekeuvel over ‘de rechtsstaat’ begint behoorlijk te irriteren.” Bijna tien jaar geleden opende Thierry Baudet een column in NRC Handelsblad (De achilleshiel van de rechtsstaat, 16/12, 2011) met deze verzuchting. Hij is er sindsdien niet gematigder op geworden. Zijn plan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens af te breken kreeg al eerder aandacht. Het nieuwste nummer in zijn anti-rechtsstatelijke repertoire is de angst voor een „machtsgreep van de rechterlijke macht”. Alle redelijke politici zouden zich daar nu tegen uit moeten spreken.

Het zagen aan de stoelpoten van de rechtsstaat heeft een duidelijk doel: het ondermijnen van de liberale democratie, waarin Baudet net als alle andere mensen tot een minderheid behoort. Net als zijn politieke voorbeelden Orbán, Kaczyński en Trump droomt Baudet van een land waarin de wet voor iedereen gelijk is, zolang het maken en naleven van die wetten afhankelijk wordt gemaakt van een politieke meerderheid. Vrijheid en recht voor iedereen, behalve voor minderheden.

Baudet bedient zich daarbij van zijn favoriete figuur: het zaaien van angst op basis van een losse omgang met de feiten. Baudets meest recente angstbeeld over de onafhankelijke rechtspraak – en de hype rond zijn pseudo-wetenschappelijke term ‘dikastocratie’ – heeft alles te maken met een aantal hem onwelgevallige uitspraken van de rechter, die directe gevolgen hebben voor ons politiek handelen. De Raad van State veegde het stikstofbeleid van tafel. De Hoge Raad dwong de politiek in het Urgendavonnis meer te doen tegen klimaatverandering.

Een van de basisprincipes van de rechtsstaat is dat de overheid is gebonden aan haar eigen regels en dat rechterlijke uitspraken moeten worden uitgevoerd. Ook als die uitspraken wetgever of bestuur niet zo goed uitkomen. Dat rechterlijke uitspraken soms schuren is helemaal niet erg. Sterker: het is een teken dat het wel goed zit met de rechterlijke onafhankelijkheid. Ten minste, als de politiek die uitspraak accepteert. Maar precies daar wringt nu de schoen.

Lees ook: Help, de rechter grijpt de macht

Politieke agenda

Sommige politici beweren dat de rechter op de stoel van de wetgever gaat zitten en op die manier de scheiding der machten schendt. Ze beschuldigen de rechtspraak ervan een politieke agenda te hebben. Maar die kritiek snijdt geen hout. Rechters beoordelen vragen die uit de samenleving aan hen worden voorgelegd, aan de hand van de regels die de wetgevende macht, Tweede en Eerste Kamer, heeft vastgesteld. Dat rechters daarbij regels moeten interpreteren of invullen is logisch. Niet zelden laat de wetgever die ruimte bewust aan de rechtspraak.

Soms toetst een rechter ook aan internationale verdragen, die strenger kunnen zijn dan onze eigen regels. Maar ook die verdragen komen niet uit de lucht vallen. Ze zijn goedgekeurd door Tweede en Eerste Kamer. Het zijn dus ook onze regels, waaraan we onszelf hebben gebonden. En precies daar is die rechter voor. Om ons aan die regels te houden.

Mag een politicus dan geen kritiek hebben op de rechtspraak? Natuurlijk wel. De verhouding tussen wetgever en rechtspraak vraagt om evenwicht en tegenwicht. Het is legitiem om kritisch te zijn over de redenering van een rechter. Maar kritiek op de rechtspraak als instituut is van een fundamenteel andere orde. Dan wordt een grens overschreden, omdat het instituut rechtspraak wordt beschadigd.

Rechters beschimpen

Dat is wat er gebeurt als politici de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters in twijfel trekken. Als ze rechters beschuldigen van partijpolitieke bedoelingen. Als ze rechters beschimpen en belachelijk maken. Daarmee komt de positie van de rechtspraak als tegenkracht en tegenmacht onder druk te staan.

De politiek heeft dus een duidelijke taak: pal staan voor de rechtspraak. In woord en daad. Investeren in de hoge kwaliteit die we gewend zijn, zoals het kabinet afgelopen Prinsjesdag terecht deed met extra uitgaven van 95 miljoen euro. Durven uitdragen dat de rechter zich op de wetten baseert die door de politiek zelf zijn opgesteld.

Alleen dan kunnen we de rechtsstaat in stand houden die ons allemaal beschermt tegen willekeur, eigenrichting en het door nationaal-populisten gedroomde recht van de sterkste. De rechtsstaat die uitgaat van feiten, van redelijke argumenten, van tolerantie en van het vinden van rechtvaardige antwoorden op ingewikkelde vragen. De rechtsstaat die waarborgt dat alle mensen in veiligheid en dus in vrijheid kunnen samenleven.

Als we over onze eigen wetten niet tevreden zijn, is de oplossing simpel: andere regels en wetten maken. Precies het edele handwerk van een Kamerlid. Aan het werk dus, in plaats van keuvelen over de rechtsstaat. Want dat begint behoorlijk te irriteren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.