Waarom de slag om de Schelde nodig was

Of het geallieerde bombardement in oktober 1944 op de dijken van Walcheren nut had, is omstreden. Pas na Britse amfibische landingen en de Canadese bestorming van de Sloedam capituleerde ‘vesting Walcheren’.

Door de slag om de Schelde zetten de Duitsers de aftocht uit Zeeland in tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beeld van de opnames van ‘De Slag om de Schelde’.
Door de slag om de Schelde zetten de Duitsers de aftocht uit Zeeland in tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beeld van de opnames van ‘De Slag om de Schelde’. Foto Walter Herfst

Bij de slag om Isengard in zijn roman The Lord of the Rings liet J.R.R. Tolkien zich in 1954 inspireren door Walcheren. De vesting van de duistere tovenaar Saruman werd onder water gezet: het was een ‘offensieve inundatie’, zoals houwdegen Guy Simonds, de Canadese opperbevelhebber, in oktober 1944 voor ogen had.

Dat schrijven Tobias van Gent en Hans Sakkers in hun prachtig uitgegeven, heldere studie Slag om de Schelde. Dijken steekt men in Nederland van oudsher door om zich achter een waterlinie te verschansen. Simonds liet begin oktober de zeedijken van Walcheren op drie plekken bombarderen om de Duitse verdediging juist te hinderen. Het eiland liep voor driekwart onder water.

Het militaire nut daarvan is omstreden. Het zeewater hinderde de oprukkende geallieerden mogelijk meer dan de Duitsers, hoog en droog rond hun duinbunkers ingegraven. En de ravage was immens: verdronken burgers en vee, hongersnood, verwoeste dorpen, zilte grond. Pas in februari 1946 ging het laatste zeegat weer dicht. De verraste Nederlandse regering in Londen – Churchill deed alsof hij van niets wist – beperkte in 1944 via Radio Oranje de propagandistische schade door Walcherens „nationale offer” te vergelijken met het ontzet van Leiden in 1574.

Lees hier een reportage over de verfilming van ‘De Slag om de Schelde’

De strijd om Walcheren was het sluitstuk van de slag om de Schelde, een essentiële, onderbelichte zege. Toen de haven van Antwerpen op 5 september 1944 onbeschadigd in Britse handen viel, leek een dreigend logistiek probleem opgelost. Geallieerde troepen hadden dagelijks 40.000 ton voedsel, brandstof en munitie nodig en Antwerpen kon met zijn 632 hijskranen en 48 kilometer kade per dag 90.000 ton vracht aan. Als de Westerschelde vrij was van Duitse kustbatterijen althans.

September 1944 werd vermorst aan operatie Market Garden. Toen dat mislukte, richtte alle aandacht zich subiet op Antwerpen. Daar hadden de Duitsers inmiddels hun 15de leger uit Vlaamse omsingeling gered en de Zeeuwse verdediging op orde. De Wehrmacht zag het als achterhoedegevecht, maar wist met relatief zwakke troepen de strijd om de polders, slikken en schorren tot 8 november te rekken. Pas na Britse amfibische landingen bij Westkapelle en Vlissingen en de bloedige Canadese bestorming van de Sloedam capituleerde ‘vesting Walcheren’.

Antwerpen werd daarna, als logistieke draaischijf van de geallieerde opmars, bestookt met duizenden V1- en V2-raketten; in januari 1945 was de haven het einddoel van een laatste Duitse wanhoopsoffensief door de Ardennen. In Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen eiste de slag om de Schelde bijna 10.000 levens, waarvan ruim een derde burgers.

Correctie (30 januari 2020): in een eerdere versie stond dat het Leidens ontzet plaatsvond in 1573. Dit moet 1574 zijn en is aangepast.