Vitalina Varela speelt de hoofdrol in de film met haar naam als titel; het verhaal van de film is in eerste aanleg haar eigen verhaal.

Interview

Pedro Costa: ‘Film is een geheim. Praat er niet over’

IFFR 2020 ‘Vitalina Varela’ is een hoogtepunt van IFFR. Voor het Rotterdams filmfestival liet regisseur Pedro Costa het Sundance Festival schieten. „Vroeger stonden we aan dezelfde kant.”

Een absoluut hoogtepunt van de 49ste editie van het Rotterdams filmfestival is Vitalina Varela van de Portugese regisseur Pedro Costa. De film portretteert een Kaapverdische vrouw, Vitalina Varela, die naar Lissabon komt om afscheid te nemen van haar overleden man. Ooit vertrok hij naar Portugal met de belofte haar later te laten overkomen. Dat heeft hij nooit gedaan. Toch staat de vrouw erop om persoonlijk afscheid van hem te nemen, ook al is ze nauwelijks welkom in de straatarme Kaapverdische gemeenschap in een sloppenwijk van Lissabon.

De hoofdrolspeelster heet ook in werkelijkheid Vitalina Varela; het verhaal van de film is in ieder geval in eerste aanleg haar eigen verhaal. Toch is Costa niet primair een geëngageerde, sociaal-realistische filmmaker. Wat hij met zijn films doet is complexer en raadselachtiger.

Costa creëert met karige, beperkte middelen meditatieve tableaus van vaak fabelachtige schoonheid. Zijn scènes zijn schaars belicht door een enkele lichtbron, met diepe schaduwen en vaak slechts één of twee kleuren: diep rood, blauw of zwart. De compositie, veelal met een camerastandpunt van onderop, geeft aan zijn beelden kalme waardigheid.

Vitalina Varela bestaat uit een opeenvolging van statige – en statische – beelden, die zich kunnen meten met de zeggingskracht van grote schilderkunst. De armoedige, gebroken wereld van Vitalina Varela krijgt haast allegorische betekenis. Dit is onze moderne, gebroken wereld, lijkt Costa met zijn film te zeggen. Het is geen film die gáát over de rouw van een vrouw, maar een film die de rouw zelf lijkt te belichamen. De film van Costa veronderstelt een contemplatieve houding bij de kijker. Onverdeelde aandacht is alles.

Spirituele crisis

Costa ziet zijn film graag in het licht van Robert Bressons klassieker Journal d’un curé de campagne (1951), zo vertelde hij tijdens de masterclass die hij vrijdag gaf op IFFR; die film is eveneens een getuigenis van een spirituele crisis. Bresson is ook een filmmaker die zocht naar de pure zeggingskracht van het beeld. „Weet iedereen hier nog wie Bresson was?”, vroeg Costa eerst nog achterdochtig aan zijn publiek. „Misschien dat jullie in Rotterdam dat nog weten, maar op het Sundance Festival weten ze dat zeker niet.”

Costa heeft een uitnodiging laten schieten om met Vitalina Varela naar het toonaangevende Sundance Festival in de VS te gaan, zodat hij in Rotterdam aanwezig kan zijn. Met IFFR heeft hij banden die al decennia teruggaan. Hij was er voor het eerst in 1990 met zijn debuutfilm O Sangue. Toen leerde hij in de bar van het Rotterdamse Hilton Hotel de Franse cineast Jean Marie-Straub kennen; een van zijn helden. Later zou hij een tv-documentaire maken over de strenge, onverbiddelijke films die Straub met Danièle Huilett maakte.

Dat wil niet zeggen dat hij niet ook wat te mopperen heeft op IFFR. „Vroeger had ik het gevoel dat we op dit festival allemaal aan dezelfde kant stonden. Tegenwoordig heb ik daar mijn twijfels over. Met filmmakers zoals Straub en anderen voelde ik me diep verbonden. We hadden een gemeenschappelijke vijand: de films die alleen maar commercieel zijn. In die tijd had ik nooit verwacht dat zoveel filmmakers zouden buigen voor de markt.”

Zo regent het nog wel even klachten op de hoofden van het veelal jonge publiek van aankomende filmmakers die naar de masterclass van Costa is komen luisteren. „Toen ik begon met films maken vond ik het plaatsen van het ene beeld na het andere het moeilijkste wat er bestond. Nu maakt niemand zich daar nog druk over. Daarom zijn de meeste films slecht.”

Zijn adviezen aan jonge filmmakers zijn stellig, hoewel misschien onpraktisch. „De film is een geheim. Praat er met niemand over. Voer dat gesprek hooguit met jezelf en een paar vrienden.” Laat je niet in verleiding brengen door de verlokkingen van professionals in de filmindustrie. „Wat is een sales agent? Dat is iemand die een filmmaker verkoopt, iemand die jou verkoopt. Tegenwoordig lopen er veel te veel mensen om de arme filmmaker heen.”

Lees meer over het International Film Festival Rotterdam in het Dossier IFFR

Producenten hebben vaak van alles te bieden, behalve het belangrijkste wat er is: tijd. „Producenten kunnen drie olifanten voor je regelen voor een scène. Ze kunnen Robert De Niro strikken voor de hoofdrol. Maar wat ze niet te bieden hebben is tijd. Als je tegen producenten zegt dat je twee jaar nodig hebt voor een film, haken ze meteen af. Niemand is daarin geïnteresseerd.”

Exploitatie

Costa heeft die tijd en vrijheid inmiddels wel voor zichzelf kunnen creëren. De omslag kwam met In Vanda’s Room (2000); een op de werkelijkheid gebaseerd portret van een drugsverslaafde vrouw, die hem het verwijt van ‘exploitatie’ opleverde. Vanaf dat moment werkt hij met een kleine crew van slechts enkele mensen. Hij kan het zich daardoor veroorloven om zo lang te werken aan een film als hij nodig acht. In al zijn films werkt hij met de mensen die hij heeft ontmoet in de inmiddels gesloopte sloppenwijk Fontainhas in Lissabon. In films als Colossal Youth (2006) en Horse Money (2014) stond de charismatische hoofdpersoon Ventura centraal. Vitalina Varela had eerder een kleine rol in Horse Money. Ventura speelt nu een belangrijke bijrol in Vitalina Varela, als priester van een nagenoeg verlaten kerk.

Ook Vitalina Varela leverde Costa weer het verwijt van exploitatie op. Kan en mag hij als een witte man uit een welvarend milieu het verhaal vertellen van een zwarte vrouw aan de rand van de samenleving? Costa haalt daar min of meer zijn schouders over op. „Ik zou dat niet eens kritiek willen noemen. Van mensen die dat zeggen vraag ik me af of ze Vitalina wel echt hebben gezien. Mensen leggen veel te veel van zichzelf in een film. Je moet als kijker juist proberen om zo min mogelijk van jezelf in een film te leggen en proberen de wereld van de film te betreden. Als dat nodig is, moet je een film daarom twee, drie keer gaan zien. Ik heb Vitalina gezien. Dat weet ik. Daar heb ik ook ongelooflijk mijn best voor gedaan.”

Pedro Costa richt zich zonder compromissen en zonder ironie op de ijle hoogten van grote kunst. Dat is een houding die bij jongere generaties wellicht inderdaad minder vaak voorkomt. „Ik ben bang dat alles verloren zal gaan. Als je bang bent grijp je terug op het verleden”, verzuchtte hij nog maar eens in Rotterdam.

Hoogste tijd om Pedro Costa volgend jaar, op de vijftigste editie van IFFR, te eren met een retrospectief van zijn majestueuze werk. Wellicht zou dat zelfs zijn cultuurpessimisme iets kunnen dempen.