Opinie

Ongemak bij geile pruiken in het bos

Coen van Zwol De schandaalfilm op het IFFR komt dit jaar van Albert Serra: Liberté. Een film met rauwe, nostalgische seks. Er is weer wat te praten op het filmfestival.

Coen van Zwol

Ik tel de weglopers: het zijn er 24. Wat kwamen ze doen bij Liberté van de Catalaanse regisseur Albert Serra? Ze weten toch dat dit de schandaalfilm van dit 49ste IFFR is? De ware festivalganger pikt die mee om op te scheppen dat hij hem helemaal uitzat, die film over vagina’s en vishaken. Dit jaar zijn het pruiken in het bos.

Het eist doorzettingsvermogen, want seks in arthousefilms is onthutsend, saai, vies of onaangenaam. Het moet geen porno worden natuurlijk. In Liberté ontmoeten Franse libertijnen die elk gezag of moraal afwijzen anno 1774 in een bos een Duitse graaf. Ze zijn uit Versailles verbannen, tolereert het Pruisische hof van Frederik de Grote wellicht hun beginselen? Die brengen ze een nacht lang in praktijk.

Ruim twee uur masturbatie, voyeurisme, bondage, plasseks, rimmen en billenkoek spreekt u wellicht aan, maar veel zie je niet. Wel gespannen zwijgende mannen die met de hand in hun kniebroek wriemelend door struikgewas cruisen. Krekels tsjirpen, in de verte klinken genotskreten, soms stuiten ze op een spontane copulatie of ranselpartij. Achter de gordijntjes van draagkoetsen fantaseren ze hardop over uitwisseling van elk denkbaar lichaamsvocht via elke denkbare lichaamsopening.

Serra’s camera is uit focus, staat te ver of zoomt juist te extreem in. „De beelden moeten rauw, organisch, ongecontroleerd, ambivalent en verwarrend zijn”, zegt hij na afloop. Dat maakt kijkers onwillekeurig tot voyeurs die de leemtes vullen met fantasie, zo lijkt de gedachte. Serra schept bewust ongemak: al snel durf je nauwelijks naar je buren te kijken, ook al staren zij net zo studieus objectief naar het scherm als jij.

Film als confrontatie, als straf bijna: je ziet dat vaker bij arthouse. Liberté viel in Cannes in de prijzen en werd door de Angelsaksische vakpers afgefakkeld. Erg voorspelbaar: Albert Serra lijkt ook op strafexpeditie tegen Hollywoods zelfgenoegzame deugd sinds #metoo. Daar is seks vrijwel uit de film verdwenen: gebeurt er iets dan is dat onder de dekens of zelfs in ondergoed. Moeten acteurs toch met de billen bloot – bij zender HBO bijvoorbeeld – dan maakt een intimiteitscoördinator heldere afspraken en schept zo een veilige werkomgeving. Terwijl goede seks draait om controleverlies, aldus Serra. In het bos schiep hij voor zijn cast – veelal performance-artiesten – een oncomfortabele, afmattende, onveilige omgeving zonder regels, schept hij op.

Lees meer over het IFFR 2020 in het dossier.

Serra lijkt niet zozeer markies De Sades fantasie te willen verfilmen. Hij blikt nostalgisch terug naar de jaren zestig. „Kijk naar Woodstock, daar deelde iedereen genereus zijn lichaam.” Anders dan nu. „De angst voor spontaniteit en fysiek contact is immens geworden. We boetseren onze lijven, nemen elkaar kritisch op. Seks is onderhandeling en performance.” Voor libertijnen rest het donkere dierenbos.

Wel valt op dat de dames in Serra’s orgie er leuk uitzien, maar de mannen veelal bejaard, jichtig, obees of mismaakt zijn. Genereus met hun lichamen, zeker. Maar daarmee nog geen traktatie. „Seksuele bevrijding mag je soms met geweld forceren”, provoceert Serra op zijn Weinsteins voort. We hebben weer iets om over na te praten op IFFR.

Coen van Zwol is filmrecensent.