‘De politiek’ liet problemen rond integratie te lang onbenoemd

Twintig jaar na ‘het multiculturele drama’ Toen Paul Scheffer kritiek uitte op de multiculturele samenleving, leidde dat tot politieke afkeer. Nu ziet bijna iederéén een multicultureel drama.

Manal Salhi (26), arts in opleiding in het Erasmus MC.
Manal Salhi (26), arts in opleiding in het Erasmus MC. Foto Khalid Amakran

Ze was zeventien en woedend. Kai Pattipilohy, toen actief voor de Jonge Socialisten in de PvdA, had in NRC gelezen hoe haar partijgenoot Paul Scheffer afstand nam van enkele decennia sociaal-democratische orthodoxie. „Integratie met behoud van eigen identiteit is een vrome leugen”, schreef Scheffer, „die niet zoals nu door de overheid moet worden aangemoedigd.”

Pattipilohy, een scholier in Amsterdam, schreef kort na het verschijnen van Scheffers essay een tegenstuk in het tijdschrift Socialisme & Democratie. „Aanpassing aan de westerse, dominante mannencultuur zal fataal zijn voor de door de PvdA gepropagandeerde beginselen vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.” Ze droomde van „een multicultureel sprookje, waarin iedereen door de erkenning van gelijkwaardigheid de kansen kan krijgen die hem of haar toekomen.”

Twintig jaar later denkt Pattipilohy heel anders over de multiculturele samenleving. Ze is directeur van Diversion, een bureau voor maatschappelijke innovatie. „Ik geloofde toen sterk in het idee dat culturele integratie vanzelf zou komen als groepen er economisch op vooruit zouden gaan. Maar dat is niet per definitie waar.”

Integratie kómt niet vanzelf goed, weet Pattipilohy nu. Ze ziet dat in haar werk, waar ze jaarlijks enkele honderden studenten helpt aan een maatschappelijke bijbaan. Die studenten, vaak van Marokkaanse komaf, helpen leraren bij het bespreekbaar maken van thema’s als homoseksualiteit, antisemitisme of armoede. „Ze zijn trots op hun werk, maar zeggen ook: we kunnen thuis niet vertellen dat we dit doen. Daar krijgen ze reacties als: waarom sta je met een homo voor de klas? Of: waarom kom je op voor een land dat niet opkomt voor jou?”

Scheffer, zegt Pattipilohy, was achteraf te somber over de economische emancipatie van migranten met een niet-westerse achtergrond. „Maar integratie is een culturele kwestie geworden. Daar heeft Scheffer gelijk in gekregen. De politiek draagt daar verantwoordelijkheid voor, door migrantengemeenschappen te bevestigen in hun conservatisme. Rechts door zich ertegen te verzetten, links door het te faciliteren.”

Ommezwaai

Toen de Tweede Kamer in april 2000 naar aanleiding van het essay twee dagen debatteerde, zei PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert: „Het samenkomen van zeer uiteenlopende culturen is de jongste aflevering van de geschiedenis van de migrerende mens. Het is geen drama vervuld van noodlot.” Minister Roger van Boxtel (Integratie, D66): „Nederland is kleurrijk geworden. Nederland is van confectie naar variatie gegaan.” Ook op rechts was de toon grotendeels optimistisch; VVD-leider Hans Dijkstal had “een positief beeld” over integratie.

Politiek, zegt toenmalig SP-leider Jan Marijnissen, is een grote gelijkmaker. „Nederland is lang niet zo gepolariseerd als vaak gedacht wordt. Er ontstaat in de politiek snel consensus. Het debat over multiculturalisme is daar het beste voorbeeld van.” In de jaren tachtig stond de SP op links alleen in het integratiedebat, zegt Marijnissen. „Toen trokken we aan de bel over de problemen met gastarbeiders in oude volkswijken. Door andere linkse partijen werden we ongeveer geëxecuteerd. We waren racisten, omdat we zeiden: jongens, er gaan dingen niet goed.”

Na 2000 veranderde het debat, zegt Marijnissen. Deels kwam dat misschien doordat juist een PvdA-ideoloog kritische kanttekeningen plaatste bij de gedeelde opvattingen van destijds. Ook zal het hebben gelegen aan de gebeurtenissen in het begin van dat decennium: de aanslagen van 11 september, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de opkomst van politici als Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali.

Nederland is lang niet zo gepolariseerd als vaak gedacht wordt. Het debat over multiculturalisme is daar het beste voorbeeld van.

Jan Marijnissen oud-SP-partijleider

Na 2002 vonden veel politieke partijen dat ‘de politiek’ problemen rond integratie te lang onbenoemd heeft gelaten. Kiezers die het daar wél over wilden hebben, zouden genegeerd zijn en zich daarom tot protestpartijen als de LPF en de PVV wenden. Ook al blijkt uit kiezersonderzoeken dat burgers meer zorgen hebben over onder meer de zorg en het klimaat werden immigratie en integratie hét thema.

Links is kritischer geworden, maar blijft worstelen met het thema. Enerzijds beschermen linkse partijen etnische minderheden en het belang van cultureel verschil. Anderzijds laten vooral PvdA en SP zich feller uit over integratie. Zo pleitte toenmalig PvdA-leider Wouter Bos in 2009 in een kritische integratienota voor „een beschaafde vorm van nationalisme”. Huidig partijleider Lodewijk Asscher schreef anderhalf jaar geleden eveneens een kritische nota over migratie, maar publiceerde die nog niet.

Aan de rechterflank heeft zich met eerst de LPF, toen de PVV en nu ook FVD een nationaal-populistische stroming gevestigd in het politieke systeem. Die keert zich tegen immigratie, wil vooral assimilatie in plaats van integratie, en wil een traditionele versie van de Nederlandse cultuur beschermen.

‘Kopvoddentaks’

Die stroming beïnvloedt de centrum-rechtse partijen CDA en VVD. In 2004 concludeerde een parlementaire commissie onder leiding van VVD-Kamerlid Stef Blok nog dat de integratie van de meeste niet-westerse migranten „geheel of gedeeltelijk geslaagd is.” Diezelfde Blok zei in 2018, als minister van Buitenlandse Zaken: „Noem mij een voorbeeld, van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont (..) en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.”

Arend-Jan Boekestijn, historicus en VVD-Kamerlid tussen 2006 en 2009, zegt: „In het centrum proberen VVD en CDA om electorale redenen een PVV-light te zijn. [Toenmalig CDA-minister] Maxime Verhagen zei eens dat hij liever een gewone kroket lust dan halalvlees. Dat moet je gewoon niet doen, dat verpest de sfeer.”

Hij ergerde zich aan de houding van de VVD. „Het idee: mensen willen strenge taal horen van ons, dus zetten we ons niet af tegen de PVV. Ik heb daar erg mee geworsteld. Ik zat in de Kamer toen Wilders over de kopvoddentaks begon. Dat was vréselijk, vréselijk. Volkomen in strijd met alle liberale waarden.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Het multiculturele drama dat zich wel/niet voltrok

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.