Opinie

Geen zee te hoog

Antarctica Medici zijn beter in het brengen van slecht nieuws dan klimaatwetenschappers. Toch moet het gezegd worden: het smelten van het ijs op Antarctica is een noodsignaal van de natuur. Dat zei in zijn oratie als hoogleraar zeespiegelstijging en gevolgen voor de kust, uitgesproken op 10 januari in Utrecht.
In februari 2017 brak een groot stuk van de Larsen C-ijsplaat af.
In februari 2017 brak een groot stuk van de Larsen C-ijsplaat af. Foto British Antarctic Survey/AP

Vechten tegen het water zit in de Nederlandse genen. Al sinds mensenheugenis gaan we de strijd aan met het water. Het is een strijd die we verwachten nog lang te voeren in het licht van de klimaatverandering en de daardoor stijgende zeespiegel. Aanpassing aan het veranderende klimaat, staat dan ook niet zonder reden hoog in het vaandel.
Aanpassen wordt in onze cultuur veelal gezien als het verhogen van onze dijken. Volgens onze eigen minister-president zijn onze dijkenbouwers en baggeraars er klaar voor! Waarmee hij suggereert dat we alles onder controle hebben en geen andere maatregelen hoeven te nemen. Is dat terecht?
Het ijs op Antarctica neemt snel af in volume, blijkt uit satellietwaarnemingen. Water dat de ijskap vanuit de Zuidelijke Oceaan bereikt, is vermoedelijk de boosdoener. Dat warme water smelt de ijskap. Grote delen van Antarctica liggen onder water en worden door de zee aangevreten. Het afsmelten van deze kwetsbare delen van de ijskap zal niet van de één op de andere dag gebeuren en wellicht duizend jaar duren.

Geen geruststelling

Maar het feit dat het smeltende ijs in Antarctica op dit moment resulteert in een zeespiegelstijging van ‘slechts’ een paar millimeter per jaar, is geen geruststelling. Het deel van Antarctica dat op deze wijze kan smelten, kan namelijk voor een zeespiegelstijging van twintig meter zorgen.
Daarbij komt dat er geen proces bekend is dat het smelten van ijs in onderwater gelegen gebieden op de bodem van Antarctica, kan stoppen of stabiliseren. De gedachte dat onze kustbeveiliging aan het einde van deze eeuw opgewassen is tegen een zeespiegelstijging van een meter, is daarmee dan ook helemaal niet meer zo geruststellend. In plaats van ons te richten op de zelfverdediging van ons land, kan Nederland beter het voortouw nemen wat emissiereducties betreft.
In de tussentijd moeten we ons blijven beschermen tegen zeespiegelstijging en voorbereid zijn op verschillende scenario’s, want de onzekerheden in wetenschappelijke studies zijn groot, maar het is ook evident dat dijken bouwen niet het enige is wat we moeten en kunnen doen.

Slecht nieuws overbrengen is een kunst die medici beter beheersen dan klimaatwetenschappers

Wetenschappelijke studies laten zien dat als er niet stevig wordt ingegrepen in de emissies van fossiele brandstoffen, we het kantelpunt voor de stabiliteit van de Antarctische ijskap zullen passeren. Processen worden dan onomkeerbaar; de ijskap zal kleiner worden en de zeespiegel zal uiteindelijk twintig meter stijgen.

Dat is geen goed nieuws. Slecht nieuws overbrengen is echter een kunst die de medische wetenschap beter lijkt te beheersen dan de klimaatwetenschap. Mensen voorbereiden op wat komen gaat, is moeilijk in de klimaatwetenschap door de politieke lading van de boodschap. Feiten worden al snel meningen en de positie van de wetenschap wordt daar waar het kan vaak ter discussie gesteld.
Echter, uiteindelijk geldt net zoals in de medische wetenschap dat bij de pakken neerzitten geen optie is. Problemen worden groter als we niets doen, voorkomen is beter dan genezen.
Natuurlijk blijft het moeilijk om te zeggen of het uitmaakt of de opwarming tot 1,9 of 2,0 graden beperkt blijft, maar we weten wel dat de risico’s kleiner zijn bij 1,9 dan bij 2,0 graden. De kop ‘Geen zee te hoog’ refereert dan ook aan het idee dat emissies reduceren een serieuze opgave is. Maar als we onze schouders eronder zetten, hebben we gegarandeerd succes in het reduceren van risico’s.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.