Recensie

Recensie Muziek

Eefje de Vissers eigen universum van klank en taal

Ongrijpbaar als een achterlicht in de mist, deint het nieuwe album van Eefje de Visser voorbij. De muziek laat zich niet makkelijk betrappen, vatten, omschrijven of doorgronden. Op het eerste gehoor lijkt Bitterzoet, De Vissers meest elektronische album tot nog toe, aangenaam en geruststellend. Maar onder de romige synthesizerwolken en De Vissers omfloerste zangstem, schuilt een geheimzinnige dreiging.

Want terwijl De Visser ons inspint in haar elektronische cocon, warmbloedige pianoklanken en de eigen klaterende koorzang, zorgt ze nu en dan voor een zweem van verdorvenheid. Die zit in de subsonische bassen in ‘Pixels’, die je de adem benemen, in het zwaar gruizige orgel dat opdoemt in ‘Onverstaanbaar’; in de woorden die ze elegant uitspreekt: over drinken en verdrinken, over scherven. Ze zingt over liefde, maar die is ook verraderlijk. Zo zegt ze in het absurdistische ‘Lange Vinnen’: „Je springt eindelijk uit mijn vel”.

Lees ook: Eefje de Visser hoogtepunt van rijk gevuld Noorderslag

Het tempo is rustig, maar elektronische dance-beats kunnen zomaar een liedje binnenrollen (‘Kom Op’ en ‘Stilstand’), om vervolgens langzaam weg te sterven. Op Bitterzoet creëert De Visser een indrukwekkend eigen universum van klank en taal. Ze sluit haar album af met een liefdevolle nacht in ‘Groen’, en geeft opnieuw een eigen draai aan de realiteit: „Het is al bijna vroeg”.