Recensie

Recensie Muziek

Deze versie van Verdi’s ‘Nabucco’ draait niet om politiek, maar om mensen

Opera Voor het eerst in 45 jaar brengt De Nationale Opera Verdi’s eerste succesopera ‘Nabucco’, beroemd om het ‘slavenkoor’. Koor, orkest en een ijzersterke cast redden een al te simplistisch regieconcept.

Het is jammer dat regisseur Andreas Homoki sommige scènes ontwapent met ironische middelen.
Het is jammer dat regisseur Andreas Homoki sommige scènes ontwapent met ironische middelen. Foto Martin Walz

Met Verdi’s eerste grote succesopera Nabucco (1842) kun je vele kanten uit. De laatste Nederlandse enscenering door Opera in Ahoy’ (2001) deed met kleitabletten en afgodsbeelden van zwembadformaat ruim recht aan de religieuze kant van het verhaal. In Verdi’s tijd was het ‘slavenkoor’ Va pensiero het onofficiële volkslied van de Italiaanse eenwordingsstrijd. Nog in 2011 werd het in Rome ingezet als verzetshymne tegen cultuurbezuinigingen. Politiek is Nabucco, kortom, tot in de haarvaten.

De Nationale Opera bracht zijn laatste Nabucco in 1975. Hoogste tijd voor een nieuwe productie, die werd gevonden in Zürich. In de enscenering van regisseur Andreas Homoki draait Nabucco niet om politiek of religie, maar om mensen. Tijdens de ouverture zien we Nabucco treuren om zijn plots stervende echtgenote terwijl dochtertjes Fenena en Abigaille er dollend met de kroon vandoor gaan. Dat belooft wat! Ook in de latere aktes is Nabucco’s strijd vooral een persoonlijke: hij verlangt terug naar een ongecompliceerder vroeger, met onschuldige dochtertjes als zinnebeeld.

De reductie tot familieverhaal doet de begrijpelijkheid geen goed. Het Joodse volk is herkenbaar aan beige pionierskleding, de Babyloniërs bij wie zij in ballingschap zijn aan hun stijve ancien régime-kostuums. Maar wie wil weten hoe het precies zit met de context van de personages en hun religieuze, politieke en amoureuze strubbelingen, is toch teruggeworpen op thuisstudie.

Het inventieve, monolithische eenheidsdecor van Wolfgang Gussmann bestaat uit één roterende groene marmerwand die verdeeldheid zaait, menigtes insluit en andere weer verdringt. Met name voor de choreografie van de vele grote koorscènes is dat slim en effectief. Jammer dat Homoki de impact van sommige van die scènes ontwapent met ironische of sleetse middelen: een Fred Astaire-dansje in slow motion bij voorbeeld, of collectieve freezes op de maat van de muziek.

De productie wordt gered door de leiding van de in dit repertoire gepokte en gemazelde Maurizio Benini, onder wie het uitstekend spelende Residentie Orkest zich toont in zijn meest Italiaanse, flitsende gedaante. Een hoofdrol is er voor het onvolprezen 80-koppige koor van De Nationale Opera, dat Va pensiero zingt als opvallend intiem gefluisterd lied van heimwee en verlangen, maar in andere scènes wel uitpakt met bulderend vocaal vertoon.

Volbloed Verdianen zullen Nabucco niet als diens beste opera op een sokkel hijsen, maar de rijkdom aan treffende personages met karakteristieke aria’s is en blijft onweerstaanbaar. Geweldige zangers geven die aria’s hier vleugels. Imposant krachtig en veelzijdig is sopraan Anna Pirozzi als Abigaille (merkbaar haar lijfrol): een beangstigende powerfeeks om met beleid te ontwijken, tot ook zij tenslotte breekbaar blijkt. Warm, menselijk is mezzo Alisa Kolosova als Fenena. De jonge tenor Freddie de Tommaso is een belofte: zijn Ismaele is vol kleur en passie. Naast de indrukwekkende maar weinig subtiele bas Dmitry Belosselskiy als Zaccaria is bariton George Petean een prachtige Nabucco, naarmate de voorstelling vordert steeds menselijker, soepeler en reliëfrijker en tenslotte hartveroverend in het prachtige Dio di Giuda!