AFM: rentederivatenaffaire bijna volledig afgehandeld

Rente In 2016 erkenden zes banken dat zij mkb’ers in aanloop naar de kredietcrisis riskante derivaten hadden verkocht zonder hen goed te informeren over de gevaren.
Het kantoor van de AFM in Amsterdam.
Het kantoor van de AFM in Amsterdam. Foto Koen Suyk/ANP

De rentederivatenaffaire is in de „slotfase” beland. Dat heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dinsdag bekendgemaakt. Alle ondernemers die gedupeerd zijn door de slepende zaak, hebben inmiddels een compensatievoorstel ontvangen. Van de bijna 19.000 mkb’ers is 89 procent akkoord gegaan met het aanbod.

Van de 11 procent die níet akkoord is gegaan, moet het grootste deel nog reageren. 2 procent heeft het aanbod afgekeurd. Dit betekent niet dat zij allemaal naar de rechter stappen, benadrukt de AFM. Het zou gaan om mkb’ers die een compensatieaanbod van 0 euro hebben gekregen of die failliet zijn gegaan. Slechts „enkele tientallen” ondernemers zouden een juridische procedure zijn begonnen.

Lees ook: Rentederivaten blijven etteren tussen banken en het mkb

De rentederivatenaffaire begon in 2005 toen Rabobank, ABN Amro, ING, SNS Bank, Van Lanschot en Deutsche Bank begonnen met de grootschalige verkoop van rentederivaten aan mkb-ondernemers. De ondernemers werd verteld dat zij zich met het financiële product konden indekken tegen de stijgende rente van hun leningen. De rente daalde echter, waardoor de derivaten juist een negatieve waarde kregen. Ook bleken de zogenoemde ‘swaps’ vaak een langere looptijd te hebben dan de lening.

Toen mkb’ers van de derivaten af wilden, moesten zij massaal bijbetalen. Dit leidde ertoe dat vele van hen in de financiële problemen terechtkwamen. In 2016 erkenden de zes banken dat zij de ondernemers in aanloop naar de kredietcrisis riskante derivaten hadden verkocht zonder hen goed te informeren over de gevaren. In dat jaar begonnen de banken, onder zware druk van de toenmalige minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA), met de compensatieregelingen.