Zo maak je van grijze stroom groene stroom

Energieboekhouding Nederlanders nemen veel meer groene stroom af dan Nederland produceert. Hoe krijgen we dat voor elkaar?

Illustratie Stella Smienk

Groene stroom in Nederland is populair. Meer dan de helft van de huishoudens in Nederland neemt stroom af die voortkomt uit wind, zon of biomassa. En dat vertaalt zich in indrukwekkende cijfers: op een totaal van 118 terawattuur (TWh) was vorig jaar liefst 54 TWh groen. Staan hier dan zo veel windmolens en zonneparken?

Nee, afgelopen week werd nog eens duidelijk dat Nederland op het gebied van duurzaamheid in Europa achterloopt. Vorig jaar werd zo’n 20 procent van de benodigde stroom duurzaam opgewekt. Hoe kon dan 46 procent van de verkochte stroom groen zijn?

Dat verschil tussen de relatief bescheiden productie en de forse afname is mogelijk dankzij ‘garanties van oorsprong’ (GvO). Voor de een is zo’n ‘groencertificaat’ het symbool van sjoemelstroom, omdat feitelijke stroom uit gas- of kolencentrales ‘groen wordt gemaakt’. Voor de ander is de GvO hét middel om de stroommarkt transparant te maken en de vergroening te versnellen.

Vijf vragen over de boekhouding van stroom uit zon, kolen en goedkope Belgische wind.

1 Wordt elke draai van een Nederlandse windmolen of verbranding van biomassa geregistreerd?

Zo’n beetje wel. Wie extra betaalt voor duurzame stroom, die wil ook zeker weten dat de stroom niet uit een gas-, kolen- of kerncentrale afkomstig is. Een producent van bijvoorbeeld zonne-energie kan een bewijs van zijn duurzaamheid aanvragen. CertiQ, onderdeel van netbeheerder en overheidsbedrijf Tennet, geeft als enige zo’n bewijs (de garantie van oorsprong dus) per megawattuur na controle af. Vervolgens bekijkt toezichthouder ACM of de leverancier, bijvoorbeeld Essent, Eneco of Greenchoice voldoende GvO’s heeft gekocht voor alle groene stroom die hij zegt te leveren. De consument kan vervolgens op zijn jaarrekening zien hoe groen zijn leverancier is.

2Als de Nederlandse duurzame productie tekortschiet, is ook het aantal GvO’s onvoldoende. Hoe wordt dat goedgemaakt?

Die certificaten komen voor een groot deel uit het buitenland. CertiQ gaf in Nederland vorig jaar voor ruim 18 TWh aan GvO’s uit. Dat is dus Nederlandse groene stroom. Om aan de 54 TWh aan verkochte groene stroom te komen, moesten leveranciers over de grens kijken. Spanje en Italië zijn met hun windparken de grootste leveranciers van GvO’s.

Vanzelfsprekend zijn die bewijzen niet gratis. De prijzen lopen erg uiteen. Bewijzen van Nederlandse windenergie zijn op dit moment met 5 tot 6 euro (per megawattuur) het prijzigst. Als de productie net over de grens in België plaatsvindt, wordt het direct een stuk goedkoper. Dan kost een GvO nog maar twee kwartjes. De reden? De consument betaalt graag wat extra voor expliciet Nederlandse wind en die belofte van leveranciers kost dus geld. Daar komt bij dat de vraag naar groene stroom in het buitenland zelf flink lager ligt.

3 Is de stroom die uit het stopcontact komt dan nog wel groen?

Elektronen hebben geen kleur, zeggen stroomspecialisten bij die vraag. De stroom die uit een gascentrale, zonnepark of kerncentrale komt, gaat direct het net op en dan houdt al het onderscheid op. Er is nu eenmaal geen apart netwerk voor groene stroom.

Zo’n bewijs uit Spanje of Italië is vooral een boekhoudkundige operatie achteraf, die één duidelijk voordeel heeft: binnen de Europese Unie kan nooit meer duurzame stroom worden verkocht dan er op enig moment is opgewekt. Dankzij buitenlandse producenten kan in theorie de Nederlandse stroommarkt duurzaam worden, terwijl de kerncentrale in Borssele en de kolencentrales nog keurig aan het Nederlandse stroomnet leveren.

4Is dit gebruik van garanties van oorsprong een Europese verplichting?

De GvO is een direct gevolg van Europese wetgeving. Sinds dit jaar gaat Nederland nog een stapje verder. Leveranciers moeten nu niet alleen de oorsprong van hun groene stroom bewijzen, maar ook die van de grijze stroom. Deze certificaten van oorsprong (CvO’s) laten zien of de stroom van een kern-, kolen- of gascentrale afkomstig is.

Vanaf dit jaar is dan niet alleen duidelijk hoe groen een leverancier is, maar deze stap tot full disclosure laat ook zien hoe hij aan zijn grijze stroom komt. Door import van CvO’s kan het dus zo zijn dat bijvoorbeeld nucleaire stroom – op papier – uit de markt wordt gedrukt.

5Is er dan nog wel interesse in de certificaten van kolenstroom, die immers voor de meeste CO2-uitstoot zorgt?

Probleem is dat Nederland met zijn systeem van full disclosure bijna alleen staat. Als alle landen binnen de EU zouden deelnemen, en zo ver is het nog lang niet, zou het systeem min of meer sluitend zijn. Daardoor wordt volledig transparant welke stroom – via certificaten – waar wordt verkocht. Met een steeds milieubewuster consument kan dat duurzame stroom een extra impuls geven.

In een sluitend systeem worden ook certificaten voor bijvoorbeeld kolenstroom verkocht. Die kunnen aantrekkelijk zijn, waar dan ook in Europa, omdat ze goedkoper zijn. Nu vragen producenten van grijze stroom niet eens CvO’s aan. Producenten van stroom zijn dat niet verplicht; de verplichting zit bij de leverancier die aan bedrijven en huishoudens levert.

Binnen de EU is het verder alleen nog in Oostenrijk verplicht de herkomst van grijze stroom te garanderen. Gevolg is dat Oostenrijk de grootste importeur is van Nederlandse CvO’s. Daarbij gaat het om stroom opgewekt uit gas, die mogelijk de consumptie van de weinig populaire nucleaire stroom uit de boeken moet verdrijven.