Opinie

Toeval

Marcel van Roosmalen

Bij een begrafenis in een kerk zat ik achter een bejaarde van wie de mobiele telefoon ging. Keiharde ringtone. De man schrok en kromp ineen, ging staan en daarna weer zitten. Zijn vrouw stompte hem meerdere keren. „Zet ’m uit.”

Hij beklopte zichzelf. Trok zijn jas uit, voelde in zijn colbert, bleef zichzelf slaan.

De spreker, geen man met ervaring in spreken in het openbaar, vroeg ook of de telefoon uit kon.

Hij stak zijn handen in de lucht.

Zijn vrouw: „En nou kijkt iedereen…”

Hij: „Afgelopen...”

Even later ging zijn telefoon weer. Hij vluchtte de zaal uit.

Zijn vrouw, ook zichtbaar aangedaan, maakte ongevraagd excuses.

„Hij weet niet waar dat ding zit, hij weet niet hoe of het werkt, hij weet niks...”

Later, bij de koffietafel, trof ik hem. Ja, nieuwe smartphone, de oude van zijn dochter.

Zijn vrouw: „Verschrikkelijk, we kunnen er niet mee bellen.”

Hij: „Hij gaat nooit, maar als hij gaat komt het niet uit. En een lawaai dat eruit komt.”

Zijn vrouw: „En wie het was… Energie…”

Hij: „Ja, energie. Vattenfall, verschrikkelijk.”

Later die dag bracht ik een bezoek aan mijn bejaarde moeder voor wie ik de verhuizing moet regelen, lastig omdat ze nooit bereikbaar is. Voor haar op tafel een smartphone van een medewerker, tijdelijk haar navelstreng met de buitenwereld. Op een papiertje ernaast de tekst ‘Groene knop indrukken!’

„Stuk”, zei ze.

„Niet opgeladen”, concludeerde ik.

Later was ik getuige van de paniek toen het inmiddels weer opgeladen ding ging.

„En nu?”, riep ze. Ze pakte het papier. „Wat staat hier?”

Ik: „Groene knop.”

Het lukte. Van het gesprek verstond ze niets.

„Wat wilt u toch? Ik versta niets! Ik geef u aan mijn oudste zoon.”

Ik: Met de oudste zoon..”

Het was iemand van een energiebedrijf, een vriendelijke medewerkster dat wel. Ik zei dat ze mijn moeder gezien de toestand maar beter niet meer kon bellen. Het kwam vaker voor, zei de vrouw vriendelijk, vooral bij oudere mensen. Eerder die dag had ze ook al een bejaarde op een begrafenis gestoord.

„Die wist niet hoe hij zijn telefoon stil kreeg.”

Ik had natuurlijk door moeten vragen, maar mijn moeder kroop ondertussen over de vloer. Ze was de telefoon kwijt die ik in mijn handen had.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.